Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14673

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 22 augustus 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 25 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 1 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2008, 2009, 2010, 2012 en 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 16 juli 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012 en 2013. In overleg met belanghebbende heeft UHT de jaren 2005, 2008 tot en met 2010 en de jaren 2012 en 2013 herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 9 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 24 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2005, 2008 tot en met 2010, 2012 en 2013 de compensatieregeling niet van toepassing is.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk [UHT-DCHA] aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2005, 2008, 2009, 2010, 2012 en 2013.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 september 2023, ingekomen op 5 oktober 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 16 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 25 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 2 juli 2025 de LIC-overzichten over de jaren 2005 tot en met 2013 ingediend. Gemachtigde heeft daar op 16 juli 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming over de jaren 2005 en 2013 af te wijzen.

Vooraankondiging/zienswijze

Belanghebbende heeft geen vooraankondiging ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. De Commissie overweegt dat dit inderdaad niet de voorgeschreven gang van zaken is. Belanghebbende heeft in deze bezwaarprocedure alsnog de gelegenheid gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en van bewijsstukken te voorzien. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. De toelichting van belanghebbende dat zij door dit nalaten bezwaar heeft moeten indienen en vervolgens lang heeft moeten wachten om haar standpunt naar voren te brengen kan niet tot een ander oordeel leiden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afwijzing compensatie toeslagjaar 2005

Belanghebbende stelt dat zij over het toeslagjaar 2005 als gedupeerde dient te worden aangemerkt. Zij stelt dat haar kinderen het volledige jaar naar de opvang zijn gegaan en dat zij de KOT over dit jaar niet zelf heeft stopgezet. De verlaging van de KOT bij beschikking van 17 juli 2006 duidt op een vooringenomen handeling door B/T. UHT stelt dat de verlaging van de KOT in het toeslagjaar 2005 een reguliere bijstelling was. UHT baseert zich hierbij op de urenvermelding in het WKO-bestand en het ontbreken van een behandelstap die wijst op een verlaging die door B/T is geïnitieerd. UHT stelt verder dat niet daadwerkelijk is gebleken dat de opvang op 1 november 2005 is gestopt, maar dat deze datum voortvloeit uit een berekening/reconstructie die nu is gemaakt. In juli 2006 is geconcludeerd dat er minder uren kinderopvang zijn afgenomen, namelijk 10/12 deel van het aantal contracturen. Op basis daarvan is de aanname gedaan dat de opvang op 1 november 2005 is gestopt.

Uitgangspunt is dat de aanvrager aannemelijk moet maken dat er recht is op compensatie. Dat betekent niet dat van de belanghebbende wordt gevergd de ingenomen stellingen te bewijzen met objectief verifieerbare bewijsstukken, maar wel dat de stellingen van belanghebbende worden ondersteund door of passen bij de overige beschikbare informatie.

De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te kunnen adviseren dat bij de aanpassing van de KOT over toeslagjaar 2005 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. Naar het oordeel van de Commissie heeft B/T er vanuit mogen gaan dat de stopzetting, dan wel de verlaging van het aantal opvanguren is doorgegeven door of namens belanghebbende. De Commissie acht de enkele stelling van belanghebbende dat zij de KOT niet zelf heeft stopgezet onvoldoende om te kunnen oordelen dat het aannemelijk is dat een handeling van B/T ten grondslag lag aan de stopzetting, te meer omdat een behandelstap in het WKO-bestand ontbreekt. Daarbij acht de Commissie tevens van belang dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de definitieve beschikking en in 2006 geen nieuwe aanvraag KOT is ingediend.

Weliswaar volgt uit de beschikbare informatie niet dat opvang daadwerkelijk per 1 november 2005 is gestopt, maar uit het WKO-bestand volgt wel dat in 2005 10/12 deel van het aantal contracturen daadwerkelijk is afgenomen. De hoogte van de definitieve beschikking KOT over toeslagjaar 2005 is gebaseerd op deze uren. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

O/GS-tegemoetkoming toeslagjaar 2013

Naar aanleiding van de door UHT op 2 juli 2025 toegezonden LIC-overzichten betoogt belanghebbende dat B/T haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling heeft afgewezen en dat zij in aanmerking dient te komen voor een opzet/grove schuld (hierna: O/GS) tegemoetkoming.

De Commissie overweegt dat voor de aannemelijkheid dat een betalingsregeling is gevraagd de enkele stelling van belanghebbende niet voldoende is. In het dossier is geen stuk aangetroffen waarin een dergelijk verzoek is neergelegd en ook uit andere omstandigheden is deze stelling niet aannemelijk geworden. Het gegeven dat sprake is van geweest van een reguliere betalingsregeling en belanghebbende een inkomen op bijstandsniveau ontving is hiervoor niet voldoende. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ook op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter