BAC 2023-14655
Publicatiedatum 04-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 14 september 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 2 september 2025
Overdracht advies aan UHT: 2 oktober 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 79.132 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor deze toeslagjaren fouten gemaakt.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor toeslagjaren 2011 tot en met 2019. In overleg met belanghebbende ziet de herbeoordeling op alle jaren waarin KOT is aangevraagd, te weten 2007 tot en met 2011.
- Bij beschikking van 26 mei 2021 heeft UHT aan belanghebbende op grond van de Catshuisregeling een bedrag van € 30.000 toegekend.
- Op 5 juli 2023 heeft UHT als vooraankondiging een compensatiebedrag van €78.357 toegekend voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
- Op 14 september 2023 heeft UHT het definitieve compensatiebedrag vastgesteld op € 79.132 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
- Op 9 oktober 2023 heeft gemachtigde hiertegen een bezwaarschrift ingediend.
- Op 12 mei 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 2 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Gemachtigde stelt dat belanghebbende ook ten aanzien van toeslagjaar 2007 vooringenomen is behandeld. Daarnaast zijn ten onrechte de juridische kosten voor toeslagjaar 2007 niet gecompenseerd. Verder is het besluit onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand gekomen omdat de onderliggende stukken ontbreken.
Compensatieberekening
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing aangegeven dat de compensatiebeschikking inderdaad niet zorgvuldig tot stand is gekomen. UHT stelt dat belanghebbende, vanwege de lange duur van het toekennen van KOT voor toeslagjaar 2007, in aanmerking komt voor compensatie op basis van vooringenomen handelen. Niet kan worden uitgesloten of de etnische achtergrond van belanghebbende dan wel het gastouderbureau van invloed is geweest op het uitblijven van een tijdige beslissing op de aanvraag van KOT. Daarnaast is voor toeslagjaar 2007 ten onrechte geen vergoeding voor juridische kosten toegekend (regel m van de compensatieberekening). UHT stelt dat voor toeslagjaar 2007 een bedrag van € 4.098 vergoed dient te worden. De vergoeding voor juridische kosten voor toeslagjaar 2009 is ook te laag vastgesteld. UHT kent voor toeslagjaar 2009 in plaats van drie punten, vierenhalve punt toe. Het bedrag moet daarom € 7.306 zijn in plaats van € 5.022. De onderliggende berekeningen heeft UHT uitgebreid toegelicht in de schriftelijke beschouwing. Voorts blijkt uit de bij de schriftelijke beschouwing gevoegde compensatieberekening dat voor toeslagjaar 2008 het bedrag voor juridische kosten onterecht op € 5.022 is vastgesteld, maar dat UHT dit bedrag niet naar beneden zal bijstellen.
UHT acht het bezwaar op deze punten gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding van 1% (component p van de compensatieberekening) berekenen over het nieuwe bedrag.
De Commissie adviseert UHT om aan deze toezegging gevolg te geven en de compensatieberekening aan te passen conform de in de schriftelijke beschouwing opgenomen toezeggingen. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.
Tarief vergoeding kosten juridische hulp
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde gesteld dat, nu blijkt dat het aantal punten voor vergoeding van juridische kosten voor toeslagjaar 2009 onjuist is vastgesteld, voor alle vierenhalf toegekende punten met het huidige tarief van €907 gerekend moet worden en niet enkel voor de in bezwaarfase extra anderhalve toegekende punten.
UHT heeft tijdens de hoorzitting aangegeven dat voor het bepalen van het tarief voor de toe te kennen proceskosten in de praktijk wordt aangesloten bij het op dat moment geldende tarief volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb). Om die reden worden enkel de punten die in deze bezwaarprocedure extra worden toegekend, berekend aan de hand van het huidig geldende tarief in 2025.
De Commissie overweegt als volgt. Volgens artikel 2.2 onder f en 2.3 lid 6 Wht bestaat compensatie uit een bedrag voor proceskosten. Het betreft een forfaitair bedrag voor de kosten van de door een derde beroepsmatig verleende en aan de belanghebbende in rekening gebrachte rechtsbijstand, dat is vastgesteld overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het is de Commissie gebleken dat UHT voor toeslagjaar 2009 in eerste instantie in het (bestreden) besluit van 14 september 2023 drie procespunten heeft toegekend. Tijdens deze bezwaarprocedure heeft UHT voor toeslagjaar 2009 alsnog anderhalve punt extra toegekend. Voor de extra anderhalve punt rekent UHT met het huidig geldende tarief overeenkomstig het Bpb. De Commissie ziet noch in de Wht noch in de daarbij behorende Artikelsgewijze toelichting dan wel Memorie van Toelichting aanknopingspunten om het standpunt van gemachtigde te volgen om ook reeds eerder toegekende procespunten tegen het huidig geldende tarief te rekenen. De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.
De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en definitieve beschikkingen. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de toelichting tijdens de hoorzitting en de overige producties, de compensatieberekening en het bestreden besluit voldoende zijn onderbouwd.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaarschrift gericht tegen het besluit met kenmerk UHT-DCH deels gegrond is, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (één bezwaarschrift en één hoorzitting). De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift tegen het besluit met kenmerk UHT-DCH deels gegrond te verklaren en de grondslag voor compensatie voor toeslagjaar 2007 en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overweging; én
- een proceskostenvergoeding tot te kennen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter