BAC 2023-14603
Publicatiedatum 28-05-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 23 augustus 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 3 februari 2026
Overdracht advies aan UHT: 9 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit van 23 augustus 2023 met kenmerk UHT- DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCH.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.199 voor toeslagjaar 2005 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 8 februari 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2008.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 14 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2008 tot en met 2010 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 17 mei 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.136 voor toeslagjaar 2005 en geen toeslag toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2010.
- UHT heeft bij het bestreden besluit van 23 augustus 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.199 voor toeslagjaar 2005 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008 tot en met 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 3 oktober 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 3 februari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 10 maart 2026 per e-mail een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar niet op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Ontbrekende stukken/volledige dossier
Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Geen compensatie 2008 tot en met 2010
Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). Toekenning van compensatie blijft, ingevolge artikel 2.1, lid 2, van de Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit geldt ook voor situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake in de jaren 2008 tot en met 2010 omdat belanghebbende in die periode geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Belanghebbende heeft dit ook niet (bijvoorbeeld door middel van bewijsstukken) aannemelijk gemaakt. De Commissie ziet geen reden enige compensatie toe te kennen nu voor die jaren niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van kinderopvang waarvoor recht op KOT bestond.
Herbeoordeelde jaren 2007 en 2011
UHT heeft op verzoek van belanghebbende de jaren 2007 en 2011 herbeoordeeld om zodoende een beter beeld te krijgen over de jaren 2008 tot en met 2010. UHT heeft hierover in de e-mail van 10 maart 2026 uitleg gegeven. De Commissie kan zich in deze uitleg vinden en verwijst voor de inhoud naar deze e-mail met bijlagen.
Compensatie toeslagjaar 2005
Volgens UHT is over het jaar 2005 sprake van vooringenomenheid. Op basis hiervan is aan belanghebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening naar de bijlage van het bestreden besluit, de schriftelijke reactie en het informatie- en beoordelingsformulier.
UHT heeft aangegeven in de schriftelijke reactie dat component o niet juist is berekend. De Commissie adviseert UHT om de berekening in de beslissing op bezwaar overeenkomstig haar eigen standpunt aan te passen.
Proceskosten
De Commissie adviseert om de ”Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden.
Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om
- het bezwaar tegen de definitieve beschikking herbeoordeling KOT (UHT-DCH) gegrond te verklaren voor wat betreft component o en alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter