Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14596

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 6 oktober 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 7 januari 2026

Overdracht advies aan UHT: 30 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 6 oktober 2023 (UHT-DCH), hierna: bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 101.976,- voor de jaren 2007, 2012, 2013, 2014 en 2016.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 14 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2012, 2013 en 2014. Na afstemming met belanghebbende zijn de jaren 2007, 2008, 2009, 2010, 2012, 2013, 2014 en 2016 opnieuw beoordeeld.
  • UHT heeft bij besluit van 23 februari 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 101.271,-.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 101.271,-.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 3 oktober 2023, ingekomen op dezelfde dag, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 25 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 januari 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
  • Op 7 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2007, 2012, 2013, 2014 en 2016 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor 2008 tot en met 2010 af te wijzen.

Afwijzing toeslagjaren 2008 en 2009

2008

Belanghebbende verklaart dat er over toeslagjaar 2008 een terugvordering van de KOT heeft plaatsgevonden. De KOT is voor die periode uitbetaald aan haar toenmalige toeslagpartner, later ex-partner. Zij merkt op dat hier mogelijk sprake is hardheid.

De Commissie ziet hier geen aanknopingspunten voor. Belanghebbende heeft de KOT zelf op het rekeningnummer van haar (ex-) toeslagpartner laten uitbetalen. In het ouderverhaal verklaart belanghebbende dat er vanaf 1 juli 2008 geen kinderopvang meer werd afgenomen Desondanks is de kinderopvangtoeslag pas op 11 december 2008 stopgezet, met terugwerkende kracht tot en met 1 juli 2008 (productie 1208002). Dit betekent dat de toeslag over de maanden juli tot en met december 2008 nog is uitbetaald aan haar toeslagpartner. Belanghebbende en haar ex-partner zijn halverwege 2008 uit elkaar gegaan, maar de echtscheiding is in 2009 officieel uitgesproken. Gelet op bovenstaande kon B/T niet op de hoogte zijn van de situatie tussen belanghebbende en haar toeslagpartner. Van vooringenomenheid of hardheid is geen sprake.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

2009

Belanghebbende stelt dat er mogelijk sprake is van een vooringenomen handeling vanwege de nihilbeschikking die is ontvangen in november 2009. UHT stelt dat er geen sprake is van een vooringenomen handeling, omdat een wijziging en de nihilstelling elkaar hebben gekruist.

De Commissie overweegt op dit punt als volgt. Op 31 december 2008 ontving belanghebbende een nihilbeschikking vanwege de stopzetting van de KOT door belanghebbende. Uit het RKT-bestand volgt dat op 14 september 2009 een ‘dataschoning’ is uitgevoerd door B/T (productie 1209010). Als gevolg daarvan ontving belanghebbende op 27 november 2009 opnieuw een nihilbeschikking (productie 1209005). Op 7 oktober 2009 heeft belanghebbende een nieuwe aanvraag KOT gedaan (productie 1209004) waarvoor zij op 9 december 2009 een voorschotbeschikking heeft ontvangen (productie 1209006). De herhaalde nihilstelling als gevolg van de uitvoering van de ‘dataschoning’ en de nieuwe aanvraag KOT hebben elkaar gekruist. Er is geen sprake van vooringenomen handelen door B/T.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening voor toeslagjaren 2012, 2013, 2014 en 2016

Component M

Belanghebbende stelt dat zij juridische kosten heeft gemaakt en deze niet zijn vergoed onder component M. De Commissie overweegt dat uit het ouderdossier volgt dat belanghebbende rechtsbijstand heeft ontvangen met betrekking tot toeslagjaar 2013. Gelet op artikel 2.3, zesde lid, Wht komt deze rechtsbijstand in aanmerking voor een vergoeding, waarbij een wegingsfactor van twee dient te worden toegepast.

Namens belanghebbende heeft de heer [naam], op 21 februari 2015 bezwaar gemaakt tegen de nihilbeschikking over toeslagjaar 2013 (productie 1213026). Ook is hij als gemachtigde opgetreden tijdens de hoorzitting in het kader van de bezwaarschriftprocedure (productie 1213038). Voor beide handelingen dient een proceskostenvergoeding van één punt per handeling te worden toegekend, met een waarde van €472,- per punt (Besluit proceskosten bestuursrecht, bijlage A4 en bijlage B, onderdeel B1).

Vervolgens heeft de heer [naam] namens belanghebbende beroep ingesteld bij de Rechtbank Amsterdam en aansluitend hoger beroep bij de Raad van State (producties 1220003 en 120006). Voor het indienen van het verweerschrift komt één procespunt toe, evenals voor het verschijnen ter zitting. Uit de stukken blijkt dat de heer [naam] niet aanwezig was bij de zitting van de rechtbank, waardoor het totaal aantal procespunten uitkomt op drie, met een waarde van €472,- per punt (Besluit proceskosten bestuursrecht, bijlage A1 en bijlage B, onderdeel B1).

De Commissie adviseert UHT om in totaal vijf procespunten te vergoeden onder component M voor toeslagjaar 2013, met toepassing van wegingsfactor 2, hetgeen resulteert in een vergoeding van €4.720,-.

Component O

Belanghebbende heeft aangevoerd dat de compensatieberekening over de toeslagjaren 2012, 2013, 2014 en 2016 onjuist is. De commissie stelt vast dat bij de berekening van de compensatie in de betreffende toeslagjaren component O onjuist is vastgesteld. Voor het toeslagjaar 2012 is component O bepaald op € 9.213, terwijl dit € 9.327 had moeten zijn (productie 2700012). Over het toeslagjaar 2013 is component O vastgesteld op € 8.553, maar het juiste bedrag bedraagt € 8.668 (productie 2700013). Voor toeslagjaar 2014 is component O berekend op € 5.873, terwijl dit € 5.962 had moeten zijn (productie 2700014). Over het toeslagjaar 2016 is component O vastgesteld op € 1.201, terwijl het correcte bedrag € 1.225 bedraagt (productie 2700015).

Nu component O onjuist is vastgesteld, is component P eveneens onjuist berekend, aangezien deze component rechtstreeks voortvloeit uit component O en doorloopt tot de datum van de beslissing op bezwaar. De compensatie dient te worden herberekend, waarbij component O in de genoemde toeslagjaren op de juiste bedragen wordt vastgesteld en component P dienovereenkomstig wordt aangepast tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.

De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren.

Proceskosten

Nu het primaire besluit dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatieberekening aan te passen op de volgende onderdelen
    • de juridische kosten over juridische hulp over toeslagjaar 2013;
    • de toeslagrente over gemiste KOT 2012, 2013, 2014 en 2016;
    • de 1% aanvullende vergoeding;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter