Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14471

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 5 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA

Hoorzitting: 24 januari 2025

Overdracht advies aan UHT: 18 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHA.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 30 november 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2016 en 2017. Na overleg met belanghebbende is dit verzoek uitgebreid met het jaar 2018.
  • UHT heeft bij beschikking van 28 februari 2023 met kenmerk UHT CHR B aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 5 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende voor de toeslagjaren 2016 tot en met 2018 geen compensatie toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 augustus 2023, ingekomen op 6 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 11 maart 2024 een aanvullend bezwaar ingediend.
  • UHT heeft op 18 juni 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 24 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Onvolledig dossier

Volgens belanghebbende is het door UHT overgelegde bezwaardossier incompleet. De Commissie overweegt dienaangaande als volgt.

De beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 7 oktober 2024 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beoordeling afwijzing compensatie over de toeslagjaren 2016, 2017 en 2018

Uit hetgeen de gemachtigde van belanghebbende op de hoorzitting heeft opgemerkt maakt de Commissie op dat door belanghebbende niet langer wordt bestreden dat belanghebbende voor de jaren 2016, 2017 en 2018 geen aanspraak kon maken op KOT. Voor die jaren zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden waaruit zou kunnen volgen dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) voor die jaren ten opzichte van belanghebbende vooringenomen heeft gehandeld als bedoeld in artikel 2.1 van de Wht, of van onbillijkheden die voortkomen uit hardheid van de toepassing van het wettelijke systeem als bedoeld in die bepaling. Dat brengt mee dat belanghebbende voor die jaren niet in aanmerking komt voor een compensatie op de voet van artikel 2.1 van de Wht. Evenmin komt belanghebbende in aanmerking voor een compensatie als bedoeld in artikel 2.6 van de Wht (een zogenoemde tegemoetkoming opzet/grove schuld) omdat niet aannemelijk is geworden dat B/T aan belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling of buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in die bepaling heeft geweigerd. De Commissie wijst er in dit verband op, dat uit de tot het dossier behorende LIC-overzichten (producties 32, 33 en 34) valt op te maken dat de schulden wegens terugvordering van KOT voor een groot deel buiten invordering zijn geplaatst en dat de wegens grove schuld opgelegde bestuurlijke boete uiteindelijk niet is ingevorderd. De Commissie zal daarom aan UHT adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren.

De advocaat van belanghebbende heeft er tijdens de hoorzitting op gewezen dat belanghebbende het als bijzonder krenkend heeft ervaren dat B/T haar een bestuurlijke boete heeft opgelegd wegen door B/T aangenomen grove schuld. De hersteloperatie geeft echter – buiten het bepaalde in artikel 2.6 van de Wht, dat in dit geval geen recht geeft op een compensatie – geen mogelijkheid die boete – die zoals gezegd niet is ingevorderd – ongedaan te maken.

Algemene beginselen van behoorlijk bestuur

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken – waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum (LIC) overzichten - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden beschikkingen behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de voorbereiding en motivering van de bestreden beschikking leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding

Aangezien de Commissie zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter