Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14445

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 19 oktober 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 12 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 18 december 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 tot en met 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 12 juli 2022 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2018.
  • UHT heeft bij beschikkingen van 2 september 2022 en 12 januari 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 3 oktober 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 10 oktober 2023 aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op een herstelregeling voor de jaren 2007 tot en met 2018.
  • Gemachtigde heeft op 7 oktober 2023 een zienwijze ingediend.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 19 oktober 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 oktober 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 12 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 26 november 2025 en 10 december 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 3 en 10 december 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen. Op de hoorzitting is gebleken dat het geschil beperkt is tot toeslagjaar 2008 en de afwijzing van een tegemoetkoming op grond van opzet/grove schuld (hierna: O/GS-tegemoetkoming).

Toeslagjaar 2008

Belanghebbende betoogt dat UHT vooringenomen heeft gehandeld door de KOT over 2008 te verlagen bij beschikking van 3 juni 2011 op basis van haar enkele mededeling tijdens de hoorzitting op 9 mei 2011 dat zij maar de helft van de opvanguren heeft afgenomen, zonder hiernaar nader uitvraag te doen. Dit moet wel in de situatie dat sprake is van conflicterende of onduidelijke gegevens.

De Commissie overweegt dat uit de bijlage ‘Uitleg per jaar’ bij het bestreden besluit (pagina 104 van het dossier) blijkt dat de herziene berekening bij besluit van 3 juni 2011, van €2.052,- naar €1.185,-, heeft plaatsgevonden op basis van de door belanghebbende overgelegde jaaropgave (pagina 367 van het dossier), en niet (enkel) op basis van haar mededeling tijdens de hoorzitting. In de jaaropgave staat een totaal aantal uren van 202,5 vermeld voor het hele jaar 2008. Dat is 17 uur per maand. Aan belanghebbende was KOT toegekend op basis van 34 uur opvang. In de beschikking van 3 juni 2011 is dit bijgesteld naar 17 uur per maand. Naar de Commissie meent, mocht de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) afgaan op de door belanghebbende verstrekte jaaropgave en was niet gehouden om nadere uitvraag te doen. De Commissie ziet geen aanknopingspunten voor vooringenomen handelen en adviseert UHT om te beslissen dat deze bezwaargrond niet leidt tot gegrondverklaring van het bezwaar.

Herziening beschikking 3 juni 2011

Belanghebbende heeft verder verzocht om de vaststelling van de KOT over 2008 bij beschikking van 3 juni 2011 te herzien omdat het aantal opvanguren uiteindelijk hoger is geweest (313 in plaats van 202,5).

UHT stelt dat geen aanleiding bestaat de beschikking te herzien omdat de reguliere herzieningstermijn van vijf jaar is verstreken. Dan kan alleen tot herziening worden overgegaan als sprake is van ernstige schending van bestuursrechtelijke beginselen.

Daarvan is hier geen sprake volgens UHT omdat de oorspronkelijke besluitvorming is gebaseerd op door de ouder zelf verstrekte gegevens waarop B/T mocht vertrouwen.

De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet betrekking heeft op de herziening van definitieve KOT-besluiten. Belanghebbende verzoekt om een aanpassing van de hoogte van de KOT over het toeslagjaar 2008 zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht.

Verder stelt de Commissie vast dat de herzieningstermijn van vijf jaar1 is verstreken. In het Handboek Integrale Beoordeling – Vaktechniek, versie 3.15 onder 3.5.3 ‘Ambtshalve herziening van de KOT bij het samenloopteam’ staat over deze situatie: “Wanneer sprake is van een foutieve vaststelling waarbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zijn geschonden (er moet sprake zijn van een grove schending) – en waardoor de toekenning KOT te laag was – bestaat mogelijk nog wel een rechtsgrond om te herzien bij Toeslagen Regulier via het samenloopteam (ook na de 5-jaarstermijn).”

De Commissie meent dat van een grove schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur geen sprake is. De beschikking van 3 juni 2011 is, zoals hierboven ook vermeld, gebaseerd op de door belanghebbende zelf verstrekte jaaropgave 2008. De Commissie ziet daarom geen mogelijkheid om UHT te adviseren om de beschikking van 3 juni 2011 te (laten) herzien.

O/GS-tegemoetkoming

Belanghebbende heeft verzocht om de onderliggende stukken ten aanzien van de conclusie dat geen sprake is van O/GS, waarbij zij verwijst naar de Memo Onderliggende stukken O/GS van 12 augustus 2024 van de Dienst Toeslagen Afdeling Vaktechniek.

UHT heeft in reactie hierop een Zoekdocument O/GS-vaststelling KOT overgelegd. In het zoekdocument wordt uitgelegd in welke situaties O/GS kan zijn vastgesteld. Dit kan zijn als het verzoek om een persoonlijke betalingsregeling is afgewezen vanwege O/GS of wanneer het verzoek om mee te werken aan een minnelijke schuldsanering natuurlijke personen (Msnp) is afgewezen.

Ook staat hierin hoe CAP Betalen en Innen (B&I) heeft gecontroleerd of er in het geval van belanghebbende sprake was van een vaststelling O/GS. Conclusie is dat geen vaststelling O/GS is teruggevonden in de geraadpleegde systemen.

Belanghebbende betoogt dat het Zoekdocument geen inhoudelijke O/GS-beoordeling is in haar zaak. Zij vindt dat het besluit van 19 oktober 2023 op dit punt lijdt aan een motiveringsgebrek en dat aan haar een O/GS-tegemoetkoming voor alle toeslagjaren moet worden verstrekt omdat UHT niet aannemelijk heeft kunnen maken dat O/GS niet van toepassing zou zijn in die jaren.

De Commissie overweegt dat op grond van artikel 2.6 lid 1 Wht de Dienst Toeslagen aan een aanvrager van KOT op aanvraag een O/GS-tegemoetkoming toekent indien de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de daarop berustende bepalingen of de Wet kinderopvang bij de uitvoering van de KOT heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard, omdat aan hem geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd vanwege de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld van hemzelf of zijn partner ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering van de KOT.

De Commissie stelt vast dat zich in het dossier een stuk bevindt met als conclusie dat in het geval van belanghebbende geen sprake is van O/GS.

In de Memo Onderliggende stukken O/GS staat het volgende. Om vast te stellen of sprake is van O/GS doorzoekt CAP UHT B&I alle invorderingssystemen. Daarin wordt gezocht naar informatie/stukken over een aanvraag (in enig toeslagenverleden) voor een persoonlijke betalingsregeling of voor een buitengerechtelijke schuldregeling en de afwijzingen daarvan. Als CAP UHT B&I geen informatie/stukken aantreft over een aanvraag, toewijzing of afwijzing van een persoonlijke betalingsregeling of buitengerechtelijke schuldregeling en vaststelt dat er geen sprake is van O/GS, zal CAP UHT B&I naast de beoordeling “geen O/GS” ook moeten verklaren dat en hoe gezocht is naar informatie/stukken. Deze verklaring en toelichting hoe gezocht is, kan in beginsel een standaardverklaring of werkinstructie zijn.

In het dossier ziet de Commissie geen aanknopingspunten dat B/T belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling of buitengerechtelijke schuldregeling heeft geweigerd. In het ouderverhaal heeft belanghebbende op de vraag of zij een betalingsregeling heeft afgesloten met de belastingen, verklaard dat zij voor sommige terugbetalingen wel gedwongen was om een betalingsregeling te treffen (pagina 20 en 21 van het dossier). Hieruit leidt de Commissie af dat belanghebbende gebruik heeft gemaakt van een betalingsregeling. Dit lijkt te worden bevestigd in het overzicht van het Landelijke Incasso Centrum (hierna: LIC) over 2008 (pagina 797) met maandelijkse betalingen van €32,- en het LIC-overzicht over 2009 (pagina 801) met maandelijkse betalingen van €88,-.

Belanghebbende stelt onder verwijzing naar het verslag van de hoorzitting op 9 mei 2011 dat zij destijds heeft verzocht om een betalingsregeling. In het verslag van de hoorzitting (pagina 393) staat:

In 2009 speelt eigenlijk hetzelfde als in 2008. Voor dit jaar is bezwaarde inmiddels aan het terugbetalen. Bezwaarde geeft aan alleenstaande moeder te zijn en deze lasten eigenlijk niet te kunnen betalen. Zeker niet als de vordering van 2008 daar ook nog bovenop komt. De voorzitter geeft aan dat bezwaarde altijd de mogelijkheid heeft om op het regiokantoor een afspraak te maken om te bekijken of er een passende betalingsregeling mogelijk is. In de beslissing op bezwaar zal hij hier nog op terugkomen.

In de beslissing op bezwaar wordt onder het kopje “Betalingsregeling” informatie gegeven over de Centrale Betalingsregeling van B/T en als dat geen optie is voor belanghebbende, wordt gewezen op de mogelijkheid schriftelijk contact op te nemen met de afdeling invordering van haar regiokantoor van de Belastingdienst om een betalingsregeling te treffen.

De Commissie kan hieruit niet de conclusie trekken dat aan belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling is geweigerd.

De Commissie meent gelet op al het voorgaande dat UHT op goede gronden geen O/GS-tegemoetkoming aan belanghebbende heeft toegekend.

Motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de LIC-overzichten en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Proceskostenvergoeding

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter