Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14289

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 februari 2021 (UHT-DC I)

Hoorzitting: 8 april 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 26 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 23 februari 2021 (kenmerk: UHT-DC I).

In deze beschikking heeft UHT beslist dat aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 53.320 wordt toegekend voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2010. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft over die periode bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) fouten gemaakt.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moet de bestreden beschikking geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 december 2019 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2006 tot en met 2010.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 53.320.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 7 juli 2023, ingekomen op 10 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 2 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 8 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 8 april 2025 heeft de gemachtigde na de hoorzitting laten weten dat de belanghebbende na de ontvangst van een schriftelijke bevestiging van UHT dat het ouderdossier alsnog werd toegezonden geen behoefte had aan een tweede hoorzitting. De gemachtigde heeft daaraan toegevoegd dat na ontvangst van de bedoelde schriftelijke bevestiging de Commissie kon overgaan tot advisering.
  • Op 23 juni 2025 is door UHT het ouderdossier verzonden aan de Commissie en gemachtigde. De Commissie heeft de belanghebbende nog de mogelijkheid geboden tot een reactie, maar van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Equality of arms

Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over een volledig persoonlijk dossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. Verder heeft gemachtigde medegedeeld dat het bestreden besluit enkel naar belanghebbende is verzonden en niet naar gemachtigde. Derhalve is het besluit, volgens belanghebbende, niet op de juiste wijze bekend gemaakt. De Commissie overweegt hierover het volgende.

De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van belanghebbende volgt niet dat er in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog specifieke stukken zouden ontbreken die van enig belang zijn geweest bij de door UHT genomen besluit. Naar het oordeel van de Commissie zijn er dan ook geen aanknopingspunten dat belanghebbende in haar procesbelang is geschaad. Op 23 juni 2025 heeft gemachtigde ook het ouderdossier ontvangen van UHT. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.

Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Rentevergoeding gemiste KOT

De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT dient te worden aangepast. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen in lijn met haar schriftelijke reactie.

Immateriële vergoeding

Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Aanvullende vergoeding

De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Proceskostenvergoeding

Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DC I te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen; en
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt.

Secretaris

Fungerend voorzitter