BAC 2023-14281
Publicatiedatum 14-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 16 mei 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 3 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 18 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 16 mei 2023 met het kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking is aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij beschikking van 22 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 22 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor toeslagjaar 2011.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 juni 2023, ingekomen op 27 juni 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 13 augustus 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 3 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
De Commissie overweegt dat het niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2011 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvordering KOT over deze periode was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen. Hierbij neemt de Commissie ook in overweging dat het lang heeft geduurd voordat de KOT is herzien. Echter is, gelet op het verhandelde ter zitting en het LIC-overzicht in het dossier, niet gebleken dat belanghebbende hier financieel nadeel van heeft ondervonden. De Commissie ziet dan ook geen aanleiding om af te wijken van het standpunt van UHT dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie op grond van een herstelregeling.
Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren naar het oordeel van de Commissie ongegrond zijn, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter