Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14272

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 4 augustus 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 16 juni 2025 om 14:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 17 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (kenmerk UHT-DCH) van 24 augustus 2023. Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 108.540,- voor de jaren 2011 tot en met 2013.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 14 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 en 2012. In het Informatie- en beoordelingsformulier is vermeld dat de toeslagjaren waarop het oorspronkelijke herbeoordelingsverzoek zag, daarna in overleg met belanghebbende zijn uitgebreid met het toeslagjaar 2013.
  • UHT heeft bij beschikking van 8 mei 2021 (met kenmerk UHT-B DMB2) aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit (kenmerk UHT-DCH) aan belanghebbende voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2013 een compensatie toegekend voor een bedrag van € 108.540,-.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 3 oktober 2023, ingekomen op 6 oktober 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft het bezwaarschrift bij brief van 25 oktober 2023 aangevuld.
  • UHT heeft op 30 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Bij e-mailbericht 26 mei 2025 heeft gemachtigde namens belanghebbende een aanvullende bezwaargrond naar voren gebracht, tezamen met enkele producties.
  • Op 16 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht heeft genomen.

Motivering bestreden besluit / Ontbrekende stukken / Equality of arms

De Commissie kan UHT volgen in het standpunt over de motivering van het bestreden besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie constateert dat in de bijlage bij het bestreden besluit al een uitleg per toeslagjaar is gegeven waarmee UHT haar oordeel per jaar motiveert. Verder heeft UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing ingediend, waarin zij een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van de door belanghebbende gevraagde documenten, waaronder het informatie- en beoordelingsformulier, de LIC-overzichten, en de (volledige) SAS-overzichten. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor voldoende onderbouwd.

Op 26 maart 2025 zijn de schriftelijke beschouwing en het bezwaardossier aan gemachtigde gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingen van belanghebbende en UHT volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde bezwaardossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn de beoordeling van het bestreden besluit. Ook in de aanvullende bezwaargrond van 26 mei 2025 is dit niet gesteld. Van schending van het beginsel van “equality of arms” of artikel 7:4 lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook niet gebleken. De door belanghebbende in dit verband ontwikkelde bezwaren kunnen dus niet tot het door haar gewenste doel leiden. De Commissie adviseert daarom tot ongegrondverklaring van deze bezwaren.

Persoonlijk dossier

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. Ook kan belanghebbende het bestreden besluit niet controleren. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn als gezegd op 26 maart 2025 aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Awb neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) over de toeslagjaren 2011 tot en met 2013 fouten heeft gemaakt. Hiervoor heeft UHT het bestreden besluit, volgens de daarvoor geldende forfaitaire regeling van de Wht, belanghebbende een definitief compensatiebedrag toegekend van € 108.540,-. Het compensatiebedrag is vastgesteld aan de hand van een compensatieberekening.

Belanghebbende stelt dat de compensatieberekening onjuist is, met name voor de componenten n (vergoeding immateriële schade) en o (rentevergoeding over de gemiste KOT).

Naar aanleiding van het bezwaar heeft UHT de compensatieberekening nader bekeken en geconstateerd dat er meerdere fouten zijn gemaakt in het bestreden besluit, zowel in het nadeel als in het voordeel van belanghebbende, met name bij de componenten m (vergoeding juridische kosten), n (vergoeding immateriële schade) en o (rentevergoeding over de gemiste KOT). UHT heeft bij haar schriftelijke reactie een bijlage compensatieberekening gevoegd, waarin alle berekeningen zijn opgesomd.

UHT licht toe dat over de toeslagjaren 2011 en 2012 ten onrechte een te hoog bedrag aan kosten voor juridische hulp is vastgesteld. Omdat belanghebbende door het instellen van bezwaar niet in een slechtere positie mag komen te verkeren, zal het bedrag niet worden aangepast. Tijdens de hoorzitting heeft UHT verduidelijkt dat voor het jaar 2011 vier punten worden toegekend en voor het jaar 2012 drie punten, waaronder punten voor het indienen van beroepschriften in de twee beroepsprocedures. Anders dan in de beschouwing is vermeld, heeft UHT ter zitting bovendien toegezegd dat voor de toeslagjaren 2011 en 2012 geen interne verrekening zal plaatsvinden tussen de componenten m en o.

UHT stelt dat het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is voor component n, omdat bij de berekening van de vergoeding van immateriële schade van een verkeerde start- en einddatum is uitgegaan. Anders dan in de beschouwing is vermeld, heeft UHT tijdens de hoorzitting toegezegd dat de ingangsdatum van 8 november 2011 niet in het nadeel van belanghebbende zal worden aangepast. Omdat de aanpassing van de periode waarover de vergoeding van immateriële schade is berekend gevolgen heeft voor het aantal halve jaren waarover de vergoeding wordt berekend, wijzigt daardoor de hoogte van de vergoeding. UHT heeft te kennen gegeven dat het bezwaar op dit punt niet alleen gegrond zal worden verklaard, maar ook dat de datum van de beslissing op het bezwaar als einddatum zal worden gehanteerd.

Ter nadere toelichting op component o heeft UHT gesteld dat het juist is dat de rente over de gemiste KOT wordt berekend vanaf een half jaar na het te compenseren toeslagjaar tot de datum van de definitieve beschikking (artikel 2.3 lid 7 Wht in verbinding met artikel 27 lid 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Deze wettelijke systematiek is bij het bestreden besluit niet gevolgd voor de toeslagjaren 2011 tot en met 2013.

De Commissie heeft naar de voorgenomen aanpassingen gekeken en deze komen haar juist voor. Met het standpunt van UHT, om het bedrag onder component m over de toeslagjaren 2011 en 2012 in ieder geval niet in het nadeel van belanghebbende aan te passen, de componenten m en o niet onderling te verrekenen en de startdatum voor de immateriële schade niet in het nadeel van belanghebbende aan te passen, constateert de Commissie dat belanghebbende niet in een slechtere positie wordt gebracht of anderszins is tekortgedaan. De Commissie adviseert UHT, aansluitend bij haar eigen standpunt, dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen en daarbij alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen (waaronder de aanvullende vergoeding van 1%) opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.

Proceskostenvergoeding

Nu het bestreden besluit naar het oordeel van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de compensatie opnieuw te berekenen en daarbij alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies.
  • een vergoeding van de proceskosten voor deze bezwaarprocedure toe te kennen met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Secretaris

Fungerend voorzitter