Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14270

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 maart 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 10 maart 2026

Overdracht advies aan UHT: 21 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen het besluit van 7 maart 2023 met kenmerk UHT- DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 7 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 195.737 voor de jaren 2009 tot en met 2017 en januari tot en met april 2018 en is geen compensatie toegekend voor mei tot en met december 2018 en 2019.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 4 september 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010 tot en met 2015.
  • UHT heeft bij besluit van 26 februari 2021 (UHT-B-DMB2) aan belanghebbende medegedeeld dat zij Kies een item.in aanmerking komt voor een betaling van
    € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 29 november 2020 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat over de periode mei tot en met december 2018 en 2019 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 23 januari 2023 (UHT-VCH) aan belang-hebbende een compensatie toegekend van € 193.654 voor de jaren 2009 tot en met 2017 en januari tot en met april 2018 en geen compensatie toegekend voor mei tot en met december 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit van 7 maart 2023 (UHT- DCH) aan belang-hebbende een compensatie toegekend van € 195.737 voor de jaren 2009 tot en met 2017 en januari tot en met april 2018 en geen compensatie toegekend voor mei tot en met december 2018 en 2019.
  • Belanghebbende heeft bij brief van 14 september 2023 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
  • Gemachtigde heeft op 24 oktober 2023 en 9 februari 2026 aanvullende bezwaargronden ingediend.
  • UHT heeft op 14 februari 2025, 9 maart 2026 en 8 april 2026 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 10 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 4 mei 2026 nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 12 mei 2026 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet is geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van een onzorgvuldige voorbereiding van het bestreden besluit, kan dit gebrek naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Ontbrekende stukken/volledige dossier/equality of arms
Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

O/GS
UHT heeft in de nadere schriftelijke beschouwing van 8 april 2026, onder verwijzing naar een aanvullende productie, toegelicht dat geen sprake is geweest van een O/GSkwalificatie in 2018 en gesteld dat er in het dossier ook geen stuk is aangetroffen waarin een verzoek van belanghebbende tot het treffen van een betalingsregeling is neergelegd.

Ook uit andere omstandigheden is de stelling van een weigering van een betalingsregeling wegens onterechte O/GS over de periode van 1 mei 2018 tot en met 31 december 2018 niet aannemelijk geworden. De Commissie acht het bezwaar op dit punt ongegrond.

Compensatie
Volgens UHT is over de periode 2008, 2009 tot en met 2017, januari tot en met april 2018 sprake van vooringenomenheid. Op basis hiervan is aan belang-hebbende compensatie toegekend. UHT verwijst voor de uitleg van de compensatieberekening (waaronder component a) naar de bijlage van het bestreden besluit, de (nadere) schriftelijke reacties en het informatie- en beoordelingsformulier.

UHT heeft aangegeven dat de componenten n, o en p onjuist zijn. De Commissie adviseert UHT om de componenten in de beslissing op bezwaar overeenkomstig haar eigen standpunt aan te passen.

Proceskosten
De Commissie adviseert om de ”Berekening definitieve beslissing compensatie-bedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om

  • Het bezwaarschrift tegen de definitieve beschikking herbeoordeling KOT (UHTDCH) gegrond te verklaren ten aanzien van de componenten n, o en p en alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en de bezwaren voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. 

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter