BAC 2023-14257
Publicatiedatum 01-04-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 17 augustus 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 8 juli 2025
Overdracht advies aan UHT: 11 december 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 17 augustus 2023 met het kenmerk UHT-DCHA (hierna: de bestreden beschikking).
In de bestreden beschikking is aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2012.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2006 tot en met 2012.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 juli 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 tot en met 2012.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 september 2023, ingekomen op
27 september 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend. - UHT heeft op 30 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 8 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Op 8 september 2025 heeft UHT naar aanleiding van de hoorzitting een aanvullende beschouwing verzonden.
- Gemachtigde heeft op 24 september 2025 gereageerd op de aanvullende beschouwing.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Persoonlijk dossier
Belanghebbende heeft verzocht om haar (volledige) persoonlijk dossier.
De Commissie overweegt dat de schriftelijke beschouwing en onderliggende stukken aan gemachtigde zijn toegezonden. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier of ouderdossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. Het is de Commissie niet gebleken dat belanghebbende door deze gang van zaken in haar processuele belangen is geschaad. De namens belanghebbende in dit verband naar voren gebrachte bezwaargronden kunnen daarom niet tot het door haar gewenste resultaat leiden. Dit betekent dat de Commissie UHT adviseert om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt dat de beschikking niet zorgvuldig is genomen en niet deugdelijk is gemotiveerd.
De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. Voor zover UHT de bestreden beschikking bij het uitbrengen niet voldoende zou hebben toegelicht, impliceert dat niet dat van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van oordeel dat, met het indienen van de schriftelijke beschouwing met daarin per relevant toeslagjaar een toelichting voorzien van producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Gelet hierop adviseert de Commissie UHT de bezwaren ten aanzien van dit punt ongegrond te verklaren.
Vooraankondiging en zienswijze
Belanghebbende stelt dat zij geen vooraankondiging heeft ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld om haar zienswijze kenbaar te maken.
De Commissie overweegt dat uit de stukken blijkt dat het klopt dat belang-hebbende geen vooraankondiging heeft gekregen. Dit had wel moeten gebeuren. Echter leidt dit gebrek niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat. Belanghebbende heeft namelijk in het kader van de bezwaarprocedure de gelegenheid gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en te onderbouwen. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. De Commissie adviseert om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Overschrijding termijn bij definitieve KOT-beschikking
Gemachtigde stelt dat er sprake is van vooringenomen handelen, aangezien de definitieve KOT-beschikkingen zonder duidelijke redenen buiten de termijn van artikel 19 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) zijn genomen.
De beschikking van 2006 is tot op heden niet genomen; belanghebbende zou gelet daarop recht hebben op compensatie.
De Commissie ziet in die omstandigheid onvoldoende aanknopingspunten om tot vooringenomenheid te concluderen en deelt voorts de mening van UHT op dit punt. De door gemachtigde gestelde omstandigheid kan, gelet op het hier toepasselijke regelgevende kader, niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toetsing van alle voorschot- en definitieve beschikkingen
Gemachtigde heeft aangevoerd dat UHT de beoordeling niet alleen dient te beperken tot neerwaartse bijstellingen en nihilstellingen. UHT dient volgens haar ook te beoordelen of de KOT over enig toeslagjaar juist is vastgesteld. Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde haar berekening per jaar uiteengezet en aangegeven voor welke jaren er te weinig KOT is ontvangen.
De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT-beschikkingen. De regeling heeft niet tot doel alsnog (een hoger bedrag aan) KOT uit te keren, maar richt zich op de compensatie van ten onrechte teruggevorderde of niet toegekende KOT. Belanghebbende verzoekt onder meer om een aanpassing van de hoogte van de KOT zoals deze indertijd definitief is vastgesteld.
Een beoordeling daarvan valt echter buiten de reikwijdte van de Wht.
De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren
Toeslagjaren 2006 tot en met 2011
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaren 2006 tot en met 2011 als gedupeerde aangemerkt dient te worden en om deze reden recht heeft op compensatie.
De Commissie overweegt dat, gelet op de stukken in het dossier en de uitgebreide toelichting ter zitting van de zijde van UHT per toeslagjaar, niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de genoemde periode sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T. De terugvordering van de KOT over deze periode was gelegen in een te hoog voorschot, dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Ook zijn in het bezwaar onvoldoende aanknopingspunten gevonden waaruit blijkt dat in deze periode sprake is geweest van bijzondere omstandigheden, zodat ook voor de toepassing van de hardheidscompensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wet herstel toeslagen, geen reden is. Dit laat onverlet dat de Commissie compassie heeft met belanghebbende. Het is voor de Commissie duidelijk dat belang-hebbende in moeilijke omstandigheden heeft verkeerd.
Daarnaast stelt de Commissie vast dat uit het dossier niet is gebleken van een onterechte O/GS-kwalificatie. Op grond van het voorgaande kan de Commissie zich vinden in het advies van de CvW en het daaropvolgend besluit van UHT. De Commissie adviseert dan ook om het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2012
Belanghebbende stelt dat zij over toeslagjaar 2012 als gedupeerde aangemerkt dient te worden.
De Commissie overweegt dat de neerwaartse beschikking over 2012 is doorgevoerd naar aanleiding van de stopzetting van de KOT door belanghebbende per 16 april 2012. UHT heeft naar aanleiding van de hoorzitting een aanvullende bijlage verzonden, productie 2700003, waaruit blijkt dat belanghebbende de KOT op 16 februari 2012 zelf heeft stopgezet. Het bezwaar levert geen aanknopings-punten waaruit blijkt dat dit niet juist zou zijn. Hierbij neemt de Commissie ook de reactie van gemachtigde in overweging.
De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT en ziet geen aanleiding om te oordelen dat er sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De Commissie ziet dan ook geen reden om belanghebbende over deze periode als gedupeerde aan te merken.
De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
KOI-viewer
Belanghebbende stelt dat B/T voor het vaststellen van de KOT niet blindelings op de KOI-viewer mag vertrouwen, omdat kinderopvanginstellingen niet verplicht zijn om de gegevens in de KOI-viewer in te vullen.
De Commissie gaat uit van de stelregel dat B/T mocht uitgaan van de informatie vanuit de KOI-viewer, tenzij er contra-indicaties waren die het tegendeel aannemelijk maken. Belanghebbende heeft geen informatie naar voren gebracht waaruit blijkt dat de informatie uit de KOI-viewer niet juist was.
Deze bezwaargrond treft geen doel.
O/GS
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing toegelicht dat geen sprake is geweest van een O/GS-kwalificatie en gesteld dat er in het dossier ook geen stuk is aangetroffen waarin een verzoek van belanghebbende tot het treffen van een betalingsregeling is neergelegd. De Commissie overweegt dat het bezwaar geen aanknopingspunten biedt om hier anderszins over te oordelen. Wel acht de Commissie het onvoldoende dat door UHT enkel wordt verwezen naar pagina 471 in het dossier waarin slechts de vaststelling van O/GS te lezen is en niet hoe dit is vastgesteld. Als er nadere informatie hieromtrent intern beschikbaar is, dan is het begrijpelijk dat belanghebbende daar behoefte aan heeft.
De Commissie adviseert dat UHT in het besluit op bezwaar alsnog een duidelijke en begrijpelijke toelichting geeft over de wijze waarop de O/GS vaststelling heeft plaatsgevonden met voor zover van toepassing een verwijzing naar de hieraan ten grondslag liggende stukken.
Discriminatie / FSV
Gemachtigde heeft verzocht om bij de beoordeling van een schadevergoeding rekening te houden met de gevolgen van discriminatie van belanghebbende.
In dit geval heeft belanghebbende weliswaar gesteld dat zij is gediscrimineerd, maar deze stelling is niet onderbouwd met concrete informatie of stukken. De Commissie merkt op dat van degene die zich op deze grond beroept mag worden verwacht dat dit standpunt deugdelijk wordt onderbouwd. Ook is niet gebleken van eventuele nadelige gevolgen die belanghebbende heeft ondervonden naar aanleiding van de opname op de FSV-lijst. De Commissie ziet in de enkele vaststelling dat belanghebbende is opgenomen op de FSV-lijst geen aanleiding om hiervoor een compensatie toe te kennen.
Verrekening
Belanghebbende voert aan dat zij in aanmerking komt voor een compensatie van de schade die zij heeft geleden als gevolg van de verrekeningen van de terugvorderingen met de nadien toegekende toeslagen (waaronder de toegekende KOT).
De Commissie overweegt dat deze verrekeningen onderdeel zijn van de uitvoering die aan de KOT is gegeven. De nu voorliggende procedure heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Gelet hierop adviseert de Commissie dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:
- het bezwaarschrift ongegrond te verklaren; en
- het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter