BAC 2023-14233
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 3 februari 2023 (UHT-DCH) 10 februari 2023 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 13 november 2024 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 6 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. Het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B is ongegrond.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de op 3 februari 2023 en 10 februari 2023 door UHT genomen beschikkingen met kenmerk UHT-DCH en UHT-O OGS B. Hierbij is over het toeslagjaar 2011 een compensatiebedrag van € 5.755,- toegekend. Over terugvorderingen over de toeslagjaren 2012, 2014, 2015 en 2016 is een O/GS-tegemoetkoming toegekend van € 11.678,-.
De totale compensatie van belanghebbende is ingevolge artikel 2.7 lid 1 Wht aangevuld tot € 30.000,-.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft UHT op 9 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2011, 2012 en 2014 tot en met 2018 en haar voorgenomen beschikkingen voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
- CvW heeft de voorgenomen beschikkingen beoordeeld en geconcludeerd dat belanghebbende over het toeslagjaar 2011 recht heeft op compensatie wegens vooringenomen handelen. Over de toeslagjaren 2014 tot en met 2017 heeft de Belastingdienst/Toeslagen vooringenomen jegens belanghebbende gehandeld maar was sprake van evident geen recht. Over de toeslagjaren 2012, 2014, 2015 en 2016 dient een O/GS-tegemoetkoming te worden toegekend.
- UHT heeft belanghebbende bij beschikking van 3 februari 2023 met kenmerk
- UHT-DCH medegedeeld dat over het toeslagjaar 2011 een compensatiebedrag van € 5.755,- wordt toegekend wegens institutionele vooringenomenheid van de Belastingdienst/Toeslagen jegens belanghebbende. Over de toeslagjaren 2012, 2014 tot en met 2018 is geen compensatie toegekend.
- UHT heeft belanghebbende bij beschikking van 10 februari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B een O/GS-tegemoetkoming toegekend van € 11.678,-.
- Gemachtigde heeft op 4 en 5 mei 2023 bezwaarschriften tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DCH en UHT-O OGS B ingediend.
- UHT heeft op 5 april 2024 schriftelijk gereageerd. UHT heeft bij haar reactie een positieve correctie van de UHT-DCH ten aanzien van de rente gemiste kinderopvangtoeslag en immateriële schadevergoeding toegezegd.
- Het bezwaar van belanghebbende is 13 november 2024 op hoorzitting bij de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
- Na de hoorzitting heeft een nadere schriftelijke ronde plaatsgevonden: Gemachtigde heeft op 15, 16, 18 en 22 november 2024 aanvullende stukken ingediend. UHT heeft op 18 november 2024 een aanvullende schriftelijke reactie gediend. Gemachtigde heeft daar op 29 november 2024 op gereageerd. Tot slot heeft UHT op 5 december 2024 een reactie gegeven.
- De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid heeft het volgende advies vastgesteld.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Geen schending inzagerecht en/of equality of arms
Belanghebbende heeft aangevoerd dat UHT heeft verzuimd stukken te overleggen, die voor de beoordeling van het bezwaar relevant zijn. Het inzagerecht en de equality of arms zouden hiermee geschonden zijn. De Commissie overweegt met betrekking tot deze procedurele bezwaren als volgt.
Ingevolge artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken (hierna: het inzagerecht).
Bij de schriftelijke reactie heeft UHT een uitgebreid dossier overgelegd, waaronder begrepen de door belanghebbende verlangde LIC-overzichten, tijdlijn en renteberekening. Het komt de Commissie voor dat belanghebbende hiermee kan beschikken over de op de zaak betrekking hebbende stukken.
Het is gezien het voorgaande niet aannemelijk dat belanghebbende in haar rechtspositie is geschaad door het niet overleggen van stukken. De fair balance tussen partijen is gedurende deze bezwaarprocedure niet in het geding gekomen.De Commissie is van opvatting dat het inzagerecht en de equality of arms in deze bezwaarprocedure niet zijn geschonden.
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2011
Tussen partijen is niet in geschil dat de Belastingdienst/Toeslagen over het toeslagjaar 2011 institutioneel vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie volgens de forfaitaire systematiek van de Wht € 5.755,- aan belanghebbende toegekend.
Volgens belanghebbende is in de compensatieberekening ten onrechte geen rekening gehouden met rente en kosten. Gelet op het LIC-overzicht 2011 (productie 58) komt het gecompenseerde bedrag aan invorderingskosten van €26,- onder onderdeel i) de Commissie echter juist voor. Uit hetzelfde overzicht volgt dat het bedrag van de terugvordering over 2011 niet is verhoogd met heffingsrente. Dat betekent dat het opnemen van nihil heffings- of toeslagrente onder onderdeel d) juist is. Ook uit het SAS-overzicht 2011 (productie 18) volgt niet dat bij de nihilstelling van 16 mei 2013 rente in rekening is gebracht.
De aanvangsdatum van de immateriële schadevergoeding is in de bestreden beschikking gesteld op 25 januari 2013. Belanghebbende heeft deze aanvangsdatum bij gebrek aan wetenschap bestreden. Uit de tijdlijn in het dossier (productie 3, p. 5) volgt dat de Belastingdienst/Toeslagen op 25 januari 2013 een stopbrief naar belanghebbende heeft gezonden, die op 16 mei 2013 daadwerkelijk is doorgevoerd in een nihilstelling. De Commissie ziet in het dossier geen vooringenomen handelen voorafgaand aan deze stopzetting. De aanvangsdatum van 25 januari 2013 komt de Commissie dan ook juist voor.
UHT heeft naar aanleiding van deze bezwaarprocedure nogmaals gekeken naar de compensatieberekening en geconstateerd dat de wettelijke systematiek van artikel 2.3 lid 7 Wht jo. artikel 27 lid 2 Awir voor de berekening van de rente gemiste kinderopvangtoeslag niet is gevolgd. Dit zal bij beslissing op bezwaar worden aangepast.
Zij heeft aan belanghebbende toegezegd dat het bedrag zal worden herzien. De Commissie zal overeenkomstig adviseren en het bezwaar gegrond achten.
Vergoeding immateriële schade tot de beslissing op bezwaar
Het bezwaar is deels gegrond. In een dergelijke situatie hanteert UHT als einddatum van de forfaitaire vergoeding voor de immateriële schade het moment van de beslissing op bezwaar. De Commissie ziet daarom aanleiding UHT te adviseren de forfaitaire vergoeding voor immateriële schade van belanghebbende te berekenen tot het moment van de beslissing op bezwaar.
Beoordeling afwijzing compensatie over 2014, 2015 en 2016
Volgens UHT zijn er over de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016 aanwijzingen van vooringenomen handelen jegens belanghebbende, omdat voorafgaand aan de nihilstellingen over deze toeslagjaren geen nadere uitvraag heeft plaatsgevonden. Maar in deze toeslagjaren is toch geen recht op kindertoeslag (“evident geen recht”), aldus UHT. In KOI-viewer is namelijk geen informatie over kinderopvang door belanghebbende aangetroffen, zodat mag worden aangenomen dat geen opvang van kinderen plaatsvond.
De Commissie acht aannemelijk dat belanghebbende gedurende deze toeslagjaren wel aanspraak kon maken op kinderopvangtoeslag: zij was gedurende deze jaren via de gemeente bezig met inburgerings- en opleidingsverplichtingen en dus ‘doelgroeper’. Voor zover over het doelgroeperschap nog twijfel mogelijk was, is daarvan genoegzaam gebleken uit de na de hoorzitting door belanghebbende aangeleverde stukken.
Dat geen gegevens voorkomen in KOI-viewer is voor de Commissie onvoldoende om aan te nemen dat belanghebbende over de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016 geen gebruik heeft gemaakt van kinderopvang en er daarom “evident geen recht” op kinderopvang bestond. Het is bekend dat de gegevens in KOI-viewer alleen betrouwbaar zijn wanneer zij daarin zijn opgenomen. De gegevens werden namelijk op aanvraag door de kinderopvanginstelling verstrekt.
Dat belanghebbende later in een bezwaarschrift heeft aangegeven dat zij verkeerd was geïnformeerd door haar administratiekantoor, leidt de Commissie niet tot een andere beoordeling. Op grond van de aangeleverde stukken, waaronder een groot aantal maandfacturen en foto’s van de dochter van belanghebbende die eind 2015 haar 4de verjaardag bij de kinderopvanginstelling viert, acht de Commissie het aannemelijk dat in voormelde drie jaren gebruik heeft gemaakt van kinderopvang.
De Commissie adviseert op grond van het vorenstaande de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016 wegens vooringenomenheid te compenseren. Met deze compensatie zal dan moeten worden verrekend hetgeen over deze toeslagjaren reeds als O/GS-tegemoetkoming is ontvangen.
Beoordeling O/GS-tegemoetkoming over 2012, 2014, 2015 en 2016
UHT heeft belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming van € 11.768,- toegekend voor terugvorderingen over de toeslagjaren 2012, 2014, 2015 en 2016. De Belastingdienst/Toeslagen had belanghebbende over deze toeslagjaren ten onrechte voor O/GS geregistreerd als gevolg waarvan zij geen betalingsregeling kon krijgen voor deze terugvorderingen.
De O/GS-tegemoetkoming bedraagt ingevolge artikel 2.6 Wht 30 procent van het bedrag van deze terugvorderingen. Volgens belanghebbende is voor de compensatie uitgegaan van onjuiste terugvorderingsbedragen.
Uit het dossier volgt (producties 53 tot en met 60) dat over de toeslagjaren 2012, 2014, 2015 en 2016 voor een totaalbedrag van € 38.916,- feitelijk bij belanghebbende is teruggevorderd. 30 procent hiervan bedraagt € 11.674,80, hetgeen overeenkomt met de berekening van UHT in haar schriftelijke reactie.
Nu het toegekende bedrag met € 11.678,- hoger ligt zal de Commissie niet adviseren het bedrag in het nadeel van belanghebbende aan te passen. Het bezwaar tegen de beschikking met UHT-O OGS B slaagt niet.
Schending motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Aangezien de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH volgens de Commissie niet in stand kan blijven, zoals hierboven benoemd, staat daarmee vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar dient te worden verbeterd.
Dit geldt niet voor de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B, die naar opvatting van de Commissie voldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en goed is gemotiveerd. De bestreden beschikking geeft een opsomming van de bedragen waarover de tegemoetkoming is berekend en inzicht in de toegepaste systematiek.
Herbeoordeling 2013
Tijdens de hoorzitting heeft gemachtigde aangevoerd dat het toeslagjaar 2013 ten onrechte niet is beoordeeld. Belanghebbende heeft niet van herbeoordeling van het toeslagjaar 2013 afgezien, aldus gemachtigde.
UHT heeft hierop gereageerd dat toeslagjaar 2013 niet beoordeeld is, omdat ten aanzien van dit jaar geen verlagingen van de KOT hebben plaatsgevonden.
Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voor 2020 waarin de aanvrager van compensatie kinderopvang heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een beschikking daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. Of dat laatste aannemelijk is, moet blijken uit alle omstandigheden van het geval, in samenhang beoordeeld, zoals de aanwezigheid van telefoonnotities, vastgelegde gesprekken en andere schriftelijke stukken. De Commissie stelt vast dat het verzoek om herbeoordeling van belanghebbende allen zag op de jaren 2012, 2014 en 2015. De PZB heeft het verzoek vervolgens na een gesprek met belanghebbende uitgebreid met de toeslagjaren 2011, 2016, 2017 en 2018. Dat volgt uit de notitie van het verzoek om herbeoordeling (productie 1) en onderdeel C en D van het informatie- en beoordelingsformulier (productie 3). In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT nagelaten heeft het toeslagjaar 2013 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Nu het oorspronkelijke verzoek en de bestreden beschikking de omvang van de onderhavige bezwaarprocedure bepalen, ziet de Commissie geen mogelijkheden om dit toeslagjaar (alsnog) in haar advisering te betrekken. De Commissie is bekend met de werkwijze van UHT, die inhoudt dat niet-beoordeelde jaren opnieuw worden aangemeld bij de primaire afdeling. Nu deze werkwijze, in de opvatting van UHT, kennelijk geen beperking van rechtsmiddelen voor belanghebbende met zich meebrengt, houdt de Commissie onderhavige bezwaarprocedure niet aan. Het bezwaar is op dit onderdeel ongegrond. .
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar deels gegrond acht en adviseert om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van een procespunt voor het bezwaarschrift met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie:
- het bezwaar tegen de UHT-O OGS B ongegrond te verklaren;
- het bezwaar tegen de UHT-DCH gegrond te verklaren; en daarbij
- over de toeslagjaren 2014, 2015 en 2016 compensatie wegens vooringenomenheid toe te kennen ingevolge artikel 2.1 lid 1 Wht;
- de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot de datum van de beslissing op bezwaar, met inachtneming van de wettelijke maximering;
- de rentevergoeding voor gemiste kinderopvangtoeslag vast te stellen zoals omschreven in de schriftelijke reactie van UHT;
- de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal van het compensatiebedrag aan te passen;
- de over deze toeslagjaren toe te kennen compensatie te verminderen met hetgeen over deze jaren reeds is toegekend uit hoofde van de beschikking UHT-O OGS B;
- een proceskostenvergoeding toe te kennen op basis van 2 procespunten met een wegingsfactor 2 op basis van de hoogste vergoeding per procespunt.
Secretaris
Fungerend voorzitter