BAC 2023-14226
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 25 november 2022 (UHT-DC I, UHT-DC-I A en UHT-DH5 A)
Hoorzitting: 13 mei 2025
Overdracht advies aan UHT: 23 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren. Voorts adviseert de Commissie om het verzoek voor een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaar is gericht tegen de definitieve beschikkingen die op 25 november 2022 door UHT zijn genomen:
- In de beschikking met kenmerk UHT-DC I heeft UHT beslist dat aan belanghebbende een definitieve compensatie wordt toegekend van €31.934 voor toeslagjaar 2009. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft over die periode bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) fouten gemaakt.
- In de beschikkingen met de kenmerken UHT-DC-I A en UHT-DH5 A heeft UHT besloten dat de compensatieregeling en hardheidsregeling niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2008 en 2010.
Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 augustus 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT.
- UHT heeft bij beschikking van 28 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 24 juni 2022 in haar advies aangegeven dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn voor de toeslagjaren 2008 en 2010.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 26 augustus 2022 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 31.145.
- UHT heeft bij beschikking van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €31.934 voor toeslagjaar 2009.
- UHT heeft bij beschikkingen van 25 november 2022 met kenmerk UHT-DC I A en UHT-DH5 A besloten dat de compensatieregeling en hardheidsregeling niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2008 en 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 11 april 2023, ingekomen op 11 april 2023, tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 17 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaar.
- Gemachtigde heeft bij brief van 10 april 2025 het bezwaarschrift aangevuld.
- Op 13 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Equality of arms
Belanghebbende voert aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In zijn ogen wordt hij in zijn procesbelang geschaad, omdat hij niet de beschikking krijgt over een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt. De Commissie overweegt hierover het volgende.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het verweerschrift, met alle van belang zijnde producties is aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren.
De Commissie ziet in het bezwaar geen aanleiding om aan te nemen dat in het bezwaardossier nog stukken ontbreken die relevant zijn geweest bij de door UHT genomen beslissingen. De Commissie acht het bezwaar daarom op dit onderdeel ongegrond.
Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Voor zover UHT de bestreden beslissingen niet uitvoerig zou hebben toegelicht, is de Commissie van oordeel dat met het indienen van de uitgebreide schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incassocentrum, de overige producties en de compensatieberekening, de bestreden beslissingen voldoende zijn onderbouwd en zorgvuldig tot stand zijn gekomen. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Rentevergoeding gemiste KOT
De Commissie volgt het standpunt van UHT, zoals is uiteengezet in de schriftelijke reactie en is bevestigd tijdens de hoorzitting, dat de eerdere berekening met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT over toeslagjaar 2009 dient te worden aangepast. De Commissie adviseert UHT dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en de compensatie opnieuw te berekenen.
Immateriële schadevergoeding
Gelet op het voorgaande dient ook de immateriële schadevergoeding berekend te worden tot de datum van de beslissing op bezwaar.
Aanvullende vergoeding
De Commissie merkt op dat bovenstaande aanpassing tot gevolg heeft dat ook de aanvullende vergoeding van 1% dient te worden berekend tot de datum van de beslissing op bezwaar.
Toeslagjaar 2008
Op grond van artikel 2.1 lid 1 Wht wordt alleen compensatie toegekend aan de aanvrager van KOT. UHT heeft het verzoek om compensatie van belanghebbende afgewezen, omdat uit alle beschikbare informatie niet is gebleken dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd voor toeslagjaar 2008. De Commissie acht het standpunt van UHT navolgbaar. De Commissie overweegt dat uit het aanvraagformulier van 30 januari 2009 onvoldoende blijkt dat belanghebbende met dit formulier KOT voor 2008 heeft aangevraagd of bedoelde aan te vragen. Hierbij neemt de Commissie ook in aanmerking dat belanghebbende geen nadere stukken in zijn bezit heeft die zijn stelling op dit punt onderbouwen.
Daarnaast overweegt de Commissie dat de enkele vaststelling van een KOT-aanvraag niet automatisch betekent dat ook sprake is van vooringenomenheid of hardheid, waardoor belanghebbende recht heeft op compensatie op grond van deze herstelmaatregel; hier is meer voor nodig.
Gelet op voorgaande overwegingen ziet de Commissie in het bezwaar geen aanleiding om het advies van CvW en de beslissing van UHT op dit punt onjuist te achten. De Commissie adviseert daarom het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2010
De KOT voor toeslagjaar 2010 is op 12 januari 2010 op nihil gesteld. De Commissie stelt vast dat uit het verhandelde ter hoorzitting blijkt dat niet ter discussie staat dat belanghebbende de KOT voor toeslagjaar 2010 zelf heeft stopgezet. De Commissie ziet in het bezwaar geen aanknopingspunten op grond waarvan belanghebbende in aanmerking komt voor compensatie op grond van vooringenomen handelen of hardheid. Hierbij neemt de Commissie de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden voor de stopzetting in aanmerking. Hierbij neemt zij ook in overweging dat de formele terugvordering over 2009 dateert van 22 april 2011. De Commissie ziet in het bezwaar onvoldoende aanknopingspunten om de stelling van belanghebbende te volgen. De Commissie adviseert daarom het bezwaar van belanghebbende op dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Opzet/grove schuld (hierna: O/GS)
Belanghebbende stelt dat hij recht heeft op een tegemoetkoming op grond van O/GS, omdat sprake is geweest van onrechtmatige gevolgen.
De Commissie overweegt dat uit het dossier niet is gebleken dat sprake is van een onterechte O/GS kwalificatie (zie productie 32) op grond waarvan belanghebbende in aanmerking kan komen voor een compensatie. De Commissie ziet het in bezwaar onvoldoende aanknopingspunten om hier anders over te oordelen. Om deze reden onderschrijft zij het standpunt van UHT en adviseert de Commissie om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu de bezwaren gedeeltelijk gegrond zijn en het advies van de Commissie ertoe strekt om de primaire beschikking met kenmerk UHT-DC te herroepen, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor 2.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de compensatieberekening voor toeslagjaar 2009 aan te passen op voornoemde punten;
- het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter