Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14220

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 13 december 2022 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 12 februari 2025

Overdracht advies aan UHT: 25 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 165.673,- over het jaar 2008, de maanden februari tot en met december 2009, 2010 en de maanden januari tot en met april 2011 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2007 en de maanden januari 2009 en mei tot en met december 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 10 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een vergoeding van €30.000,- ingevolge de Catshuisregeling.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 25 oktober 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het jaar 2007 en de maanden januari 2009 en mei tot en met december 2011 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of van bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 165.432,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 165.673,-voor het jaar 2008, de maanden februari tot en met december 2009, 2010 en de maanden januari tot en met april 2011 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2007 en de maanden januari 2009 en de maanden mei tot en met december 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 2 januari 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 22 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 12 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 21 maart 2025 een nadere schriftelijke beschouwing ingediend. Gemachtigde heeft daarop op 23 april 2025 gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Procedurele bezwaren

Het persoonlijk dossier omvat alle informatie over toeslagen, niet alleen over de kinderopvangtoeslag. In deze procedure gaat het over het bezwaar van belanghebbende tegen het bestreden besluit en dienen alle op deze zaak betrekking hebbende stukken te worden overlegd. De Commissie stelt vast dat de schriftelijke beschouwing van UHT en alle op de zaak betrekking hebbende stukken op 10 september 2024 aan gemachtigde zijn toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.

Beoordeling toeslagjaren

Niet beoordeeld jaar 2006

Belanghebbende heeft aangevoerd dat het toeslagjaar 2006 niet is meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat ook over dit toeslagjaar sprake was van KOT. Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voor 2020 waarin de aanvrager van compensatie kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een beschikking daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. Of dat laatste aannemelijk is, moet blijken uit alle omstandigheden van het geval, in samenhang beoordeeld, zoals de aanwezigheid van telefoonnotities, vastgelegde gesprekken en andere schriftelijke stukken. De Commissie stelt vast dat UHT tijdens de hoorzitting heeft meegedeeld dat het jaar 2006 alsnog wordt beoordeeld maar dat de huidige bezwaarprocedure is beperkt door de omvang van het primaire besluit. In haar reactie van 23 april 2025 op de aanvullende beschouwing van UHT heeft gemachtigde vermeld dat zij die beoordeling graag tegemoet ziet. Gelet hierop volstaat de Commissie met het verzoek aan UHT de beoordeling over het toeslagjaar 2006 met voortvarendheid ter hand te nemen opdat belanghebbende ook over dat toeslagjaar binnen afzienbare tijd duidelijkheid ontvangt.

Toeslagjaar 2007

In de aanvullende beschouwing van 21 maart 2025 heeft UHT alsnog het standpunt ingenomen dat voor dat jaar sprake is geweest van hardheid, uitmondend in een schadebedrag van € 6.741,- te vermeerderen met 25% en rente. Als gevolg van de vastgestelde hardheid dient volgens UHT de datum van ingang van immateriële schadevergoeding te worden bepaald op 24 april 2007. De Commissie is van mening dat UHT de nu gestelde hardheid afdoende heeft gemotiveerd en adviseert dit nader standpunt in de beslissing op bezwaar te verwerken.

De Commissie volgt het in de nadere beschouwing nader onderbouwde standpunt dat in het toeslagjaar 2007 geen sprake is geweest van vooringenomenheid, gelet op de voorhanden gegevens waaruit blijkt dat de neerwaartse wijzigingen in dat toeslagjaar voortvloeien uit doorgegeven wijzigingen in opvang en opvanginstelling en de ingezonden gegevens over afgenomen kinderopvang. Dat het niet afwachten van nadere gegevens in 2011 vooringenomen is, kan in het licht van de beschreven gang van zaken niet worden gevolgd. Belanghebbende heeft, zo blijkt uit de tijdlijn, gelegenheid gekregen nadere informatie in te zenden voordat nader is beslist. Uiteindelijk is de KOT ook opwaarts bijgesteld na de verder ontvangen opvanggegevens.

Berekening toeslagjaren 2008, 2009 en 2010

In de beschouwing van 22 augustus 2024 heeft UHT vermeld dat de berekening van de compensatie niet geheel juist is. De Commissie volgt dat standpunt. Gelet op het gewijzigde standpunt over 2007 en – zie hierna – 2011 adviseert de Commissie de berekening van de compensatie opnieuw uit te voeren en bij de beslissing op bezwaar te voegen, met inachtneming van de nadere standpuntbepaling over 2007 en 2011.

Toeslagjaar 2011

In de nadere beschouwing van 21 maart 2025 heeft UHT alsnog het standpunt ingenomen dat in toeslagjaar 2011 sprake is geweest van vooringenomen handelen. De Commissie neemt met instemming kennis van dat nadere standpunt en adviseert UHT dit standpunt te verwerken in de beslissing op bezwaar.

Werkelijke schade

Belanghebbende stelt meer schade te hebben geleden dan de hoogte van de vastgestelde forfaitaire bedragen. De Commissie overweegt dat de Wht twee gescheiden compensatietrajecten kent. Zo bevat de Wht een (deels forfaitaire) compensatie voor een aantal limitatief opgesomde schadeposten en de hoogte van de uit te keren compensatiebedragen. Dit is geregeld in de artikelen 2.2 en 2.3 Wht. Als een aanvrager van compensatie meer schade heeft geleden dan op grond hiervan wordt vergoed, kan om een aanvullende compensatie voor de werkelijke schade worden verzocht. Dit is geregeld in artikel 2.1, derde lid, Wht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat het een bewuste keuze van de wetgever is geweest om de procedure van compensatie en de aanvullende compensatie te scheiden. Gelet hierop adviseert de Commissie dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu de bezwaren deels gegrond zijn en zullen moeten leiden tot herroeping van de bestreden beslissing met kenmerk UHT-DCH, zal de Commissie UHT adviseren de kosten van rechtsbijstand te vergoeden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH in zoverre te herroepen en om:

  • de compensatieberekening aan te passen, de toeslagrente over gemiste KOT opnieuw vast te stellen, de begindatum van de vergoeding van immateriële schade vast te stellen op 24 april 2007 en de einddatum van de vergoeding van immateriële schade vast te stellen op de datum van de beschikking op bezwaar;
  • alsmede de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw te berekenen en de nieuwe berekening te voegen bij de beslissing op bezwaar;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter