Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14142

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 8 juni 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 2 mei 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 16 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en het definitieve compensatiebedrag aan te passen naar € 29.323. De Commissie adviseert tevens een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 28.815 voor de toeslagjaren 2007 en 2012. Voor de toeslagjaren, te weten 2006, 2008 tot en met 2011 en 2013 tot en met 2015, is geen compensatie toegekend.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 10 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2012 en 2014. Naar aanleiding van dit verzoek zijn uiteindelijk de toeslagjaren 2006 tot en met 2015 herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 10 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij (nog) niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • UHT heeft bij voorlopige beschikking met kenmerk UHT-VCH aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 29.323 voor de toeslagjaren 2007 en 2012 op grond van vooringenomenheid. Dit bedrag is bij dezelfde beschikking aangevuld tot € 30.000 op grond van de Catshuisregeling. Voor de overige toeslagjaren (2006, 2008 tot en met 2011 en 2013 tot en met 2015) is geen compensatie toegekend.
  • UHT heeft bij beschikking met kenmerk UHT-DCH (hierna: de bestreden beschikking) een definitieve compensatie vastgesteld van € 28.815 voor de toeslagjaren 2007 en 2012 op grond van vooringenomenheid. Voor de overige toeslagjaren is, net als eerder, geen compensatie toegekend. Aangezien belanghebbende reeds het forfaitaire bedrag van € 30.000 had ontvangen, volgde geen nabetaling.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 11 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 11 oktober 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 2 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Beoordeling toewijzing en afwijzing compensatie toeslagjaren 2006 tot en met 2015

Ter zitting heeft gemachtigde verklaard dat het bezwaar, voor zover dit nog gericht is tegen de bestreden beschikking, uitsluitend betrekking heeft op de hoogte van het definitieve compensatiebedrag. De Commissie laat de overige bezwaargronden tegen de bestreden beschikking daarom buiten beschouwing.

UHT heeft ter zitting toegezegd dat het hogere compensatiebedrag van € 29.323 – zoals opgenomen in de voorlopige beschikking – alsnog in de beslissing op bezwaar zal worden gehanteerd. Dit is in afwijking van het lagere bedrag dat eerder in de bestreden beschikking was vastgesteld. Daarom zal UHT het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaren. De Commissie adviseert UHT in lijn met deze toezegging.

Proceskostenvergoeding

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en de bestreden beschikking te herroepen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij uit te gaan van de hoogste vergoeding per procespunt.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie aan UHT om het bezwaar tegen de beschikking van 8 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • het definitieve compensatiebedrag aan te passen naar € 29.323;
  • het bezwaar voor het overige ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter