BAC 2023-14044
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 6 juli 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 3 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren, de bestreden beschikking in stand te laten en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 29 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2004 tot en met 2007.
- UHT heeft bij beschikking van 21 april 2022 met kenmerk UHT CHR GU aan belanghebbende meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 6 juli 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 9 augustus 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 19 december 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft op 22 mei 2025 de Commissie geïnformeerd dat hij en belanghebbende niet aanwezig zullen zijn bij de hoorzitting en dat het bezwaar op basis van de stukken kan worden afgedaan.
- De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft de bezwaren behandeld en dit advies uitgebracht.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Afwijzing compensatie
Belanghebbende stelt dat hij in aanmerking komt voor compensatie. De Commissie overweegt hierover als volgt. Op grond van artikel 2.1 lid 1 Wht wordt alleen compensatie toegekend aan de aanvrager van KOT. Uit de systemen van de Belastingdienst/Toeslagen volgt niet dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd over de toeslagjaren 2005 tot en met 2019. De Commissie heeft geen aanwijzingen gevonden dat hij wel KOT heeft aangevraagd, of dat KOT aan hem is uitbetaald of bij hem is teruggevorderd. De Commissie adviseert UHT daarom het bezwaar ongegrond te verklaren.
Nu de Commissie niet adviseert de bestreden beschikking te herroepen, bestaat geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en om:
- de bestreden beschikking in stand te laten;
- geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Secretaris
Fungerend voorzitter