BAC 2023-14037
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 24 mei 2023 met kenmerk UHT-DCHA
Hoorzitting: 13 oktober 2025
Overdracht advies aan UHT: 29 oktober 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna KOT).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2007 tot en met 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 22 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2007 tot en met 2010.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 13 april 2023 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van art. 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2010.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2007 tot en met 2010.
- Belanghebbende heeft bij brief van 4 juli 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 11 juni 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 13 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Beoordeling afgewezen toeslagjaren
Bij het bestreden besluit van 24 mei 2023 UHT geoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 geen recht heeft op compensatie op basis van vooringenomen handelen, hardheid van het stelsel of een onterechte opzet/ grove schuld (O/GS) kwalificatie.
De Commissie overweegt dat het niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 institutioneel vooringenomen is gehandeld door de Belastingdienst Toeslagen (hierna: B/T) dan wel dat sprake is van hardheid van het stelsel in het geval van belanghebbende. Ook is er geen sprake van een onterechte O/GS kwalificatie.
Belanghebbende stelt dat hij in totaal over de periode 2007 tot en met 2009 een bedrag van € 2.290,- moest terugbetalen en hij daarmee boven het drempelbedrag van € 1.500,- uitkomt en recht heeft op compensatie op basis van hardheid. Het drempelbedrag van € 1.500,- geldt per toeslagjaar (art. 2.1, vierde lid van de Wht). Voor de betrokken jaren constateert de Commissie dat de bedragen van de terugvorderingen onder de € 1.500,- zijn gebleven en er daarnaast geen sprake was van bijzondere omstandigheden. Het bezwaar is ongegrond.
De Commissie ziet in het ouderdossier dat belanghebbende wijzigingen heeft doorgegeven die voortkomen uit een verlaging van het aantal opvanguren, een gewijzigd toetsingsinkomen en stopzetting van de KOT. B/T heeft voor de jaren 2007 tot en met 2010 de neerwaartse correcties op basis van doorgegeven informatie of wijzigingen van belanghebbende uitgevoerd. De B/T mocht uitgaan van deze door belanghebbende doorgegeven wijzigingen. Dit betreffen reguliere correcties welke in beginsel geen recht geven op compensatie op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht).
Beslistermijn definitieve KOT besluiten en lange duur bezwaarprocedure
Voor wat betreft de lange duur van de definitieve besluiten van de KOT over de jaren 2007 tot en met 2010 overweegt de Commissie dat de B/T de definitieve besluiten uiterlijk binnen 5 jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, heeft toegestuurd. Deze termijn is vastgelegd in artikel 21 lid 2 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (wet Awir).
De B/T mag binnen deze termijn de definitieve besluiten nemen. De Commissie begrijpt dat dit voor belanghebbende vervelend is en onzekerheid met zich heeft meegebracht. Dit is echter geen grond voor compensatie op grond van de Wht.
Dit geldt ook voor de lange duur van de bezwaarprocedure. Het is helaas al langer de praktijk dat het niet lukt om de grote hoeveelheid bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn af te doen. Dit geldt voor iedere belanghebbende die een bezwaar heeft ingediend. Het samenstellen van de bezwaardossiers en het zorgvuldig beoordelen hiervan nemen de nodige tijd in beslag.
De Commissie heeft verder geen aanknopingspunten in het dossier gevonden om hier ten aanzien van belanghebbende anders over te oordelen en acht het bezwaar ook op dit onderdeel ongegrond.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Secretaris
Fungerend voorzitter