Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-14011

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 19 juli 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 11 augustus 2025

Overdracht advies aan UHT: 2 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 83.230,- voor de periode januari 2008 tot en met oktober 2008 en de jaren 2010 en 2011. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2006, 2007 en 2009 en de maanden november en december 2008.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2019. Het hersteldossier is door UHT beperkt tot de jaren 2006 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 23 juni 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij op grond van de Catshuisregeling in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 24 mei 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de herstelregeling niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2006, 2007 en 2009 en de maanden november en december 2008.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 7 juni 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 82.964,- voor de maanden januari 2008 tot en met oktober 2008 en de jaren 2010 en 2011.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 83.230,- voor de maanden januari 2008 tot en met oktober 2008 en de jaren 2010 en 201 en geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006, 2007 en 2009 en de maanden november en december 2008.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 8 augustus 2023, ingekomen op 8 augustus 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 1 augustus 2024 het bezwaar aangevuld.
  • UHT heeft op 3 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de periode januari 2008 tot en met oktober 2008 en de jaren 2010 en 2011 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2006, 2007 en 2009 en de maanden november en december 2008 af te wijzen. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.

Motivering- en zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende stelt dat zij niet beschikt over het volledige persoonlijke dossier en daardoor niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. Als gevolg hiervan is sprake van schending van het zorgvuldigheids- en het motiveringsbeginsel. Zonder volledig dossier is het voor haar niet inzichtelijk hoe UHT tot de bestreden beschikking heeft besloten.

De schriftelijke beschouwing en de stukken die daaraan ten grondslag liggen, zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT met het toezenden van deze stukken heeft voldaan aan haar verplichting op grond van artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft voor een reden waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende.

In het verlengde hiervan geldt dat belanghebbende de gelegenheid heeft gehad om de ontvangen gegevens te beoordelen en de gronden van haar bezwaar zo nodig verder aan te vullen. Op de hoorzitting heeft belanghebbende gelegenheid gehad om nader te reageren op de ontvangen gegevens en hierop een toelichting te vragen.

De Commissie is van oordeel dat UHT de bestreden beschikking voldoende heeft toegelicht. Hiernaast geldt dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, de uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het “Landelijk Incasso Centrum” (hierna LIC) en de overige producties de bestreden beschikking voldoende is onderbouwd. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

November en december 2008 en toeslagjaar 2009

Ingevolge artikel 2.1 lid 1 Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, ingevolge artikel 2.1 lid 2 Wht, achterwege als sprake is van ernstige onregelmatigheden die aan de ouder toerekenbaar zijn. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Volgens UHT was daarvan sprake in de maanden november en december 2008 en toeslagjaar 2009 nu belanghebbende in die periode geen gebruik heeft gemaakt van geregistreerde kinderopvang. Belanghebbende heeft de juistheid van dat standpunt bestreden zonder aan te geven, laat staan aannemelijk te maken, waar die geregistreerde kinderopvang zou zijn afgenomen. De zich in het dossier bevindende stukken over de stopzetting daarvan per 1 november 2008 zijn besproken maar niet nader betwist. Volgens beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. Niet, althans onvoldoende, is gebleken, dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. Belanghebbende komt voor deze periode dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Compensatieberekening

Na bestudering van de stukken in het dossier concludeert de Commissie dat in de compensatieberekening door UHT fouten zijn gemaakt maar dat geen van deze fouten in het nadeel zijn van belanghebbende.

UHT heeft bij de berekening van de compensatie voor component o – de gemiste rente - de verkeerde einddatum gebruikt. De correcte berekening van component o zou in dit geval leiden tot een lager compensatiebedrag. De fouten die hier zijn gemaakt werken door in de rest van de berekening waardoor ook bij andere componenten bedragen staan genoemd die hoger zijn dan waar belanghebbende recht op heeft. In verband met het verbod op verandering naar een slechtere positie op grond van artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht wordt de berekening niet aangepast aangezien dit in het nadeel zou zijn van belanghebbende.

Nu de door UHT gemaakte fouten in het voordeel van belanghebbende zijn, adviseert de Commissie om dit niet aan te passen en om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Aangezien het bezwaar naar het oordeel van de Commissie ongegrond is, heeft belanghebbende geen recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om dit verzoek af te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek voor een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Secretaris

Fungerend voorzitter