Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13989

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 14 juni 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 31 oktober 2025 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 14 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de beschikking van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH in stand te laten. De Commissie adviseert voorts om geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 31.543 voor de toeslajaren 2008 en 2009 op grond van vooringenomenheid.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 22 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2007 tot en met 2009. Na overleg tussen belanghebbende en UHT zijn de toeslagjaren 2008 en 2009 beoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 8 mei 2021 met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat hij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 31.543 voor de toeslagjaren 2008 en 2009 op grond van vooringenomenheid.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 juli 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft op 27 oktober 2025 per e-mail een echtscheidingsconvenant overgelegd en daarbij tevens aangegeven dat met UHT wordt onderhandeld over een mogelijke schikking. UHT heeft op diezelfde dag per e-mail te kennen gegeven dat geen overeenstemming over een schikking is bereikt.
  • Op 31 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden beschikking

Procedurele bezwaren

Onderliggende dossier

Belanghebbende verzoekt om inzage in het onderliggende dossier, waaronder de volledige LIC-overzichten.

De schriftelijke beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 21 augustus 2025 aan de gemachtigde van belanghebbende toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4, lid 2, Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting.

Beoordeling toeslagjaren 2008 en 2009

De Commissie ziet zich, uitgaande van de gronden van bezwaar en de inhoud van de bestreden beschikking, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de toeslagjaren 2008 en 2009 op de juiste wijze heeft berekend.

Beoordeling forfaitaire compensatieberekening toeslagjaren 2008 en 2009

Belanghebbende stelt dat het vastgestelde compensatiebedrag onjuist is. Hij voert daartoe aan dat bij onderdeel g) van de berekening van het compensatiebedrag ten onrechte geen rekening is gehouden met een door of namens hem verrichte terugbetaling van in totaal circa € 9.300 in het kader van de KOT-terugvordering. Ter onderbouwing heeft belanghebbende op 27 oktober 2025 een echtscheidingsconvenant overgelegd, waarin is opgenomen dat de ouders van zijn ex-partner een betaling van €8.000 zouden verrichten en dat belanghebbende zelf een bedrag van € 1.200 heeft afgelost.

In de schriftelijke beschouwing op het bezwaar heeft UHT uiteengezet dat de berekening van de compensatie juist is vastgesteld. In dat kader heeft UHT een gespecificeerde compensatieberekening verstrekt, uitgesplitst per onderdeel. UHT wijst erop dat de LIC-overzichten alle betalingen weergeven die zijn verwerkt op de beschikkingsnummers van de desbetreffende toeslagjaren, ongeacht of deze afkomstig zijn van de belanghebbende zelf of van derden. Uit de LIC-overzichten volgt dat, afgezien van enkele kleine verrekeningen, geen betalingen of aflossingen zijn geregistreerd die overeenkomen met de door belanghebbende genoemde bedragen.

De Commissie stelt voorop dat zij begrip heeft voor de omstandigheden waarin belanghebbende destijds verkeerde en acht het zeker niet ondenkbaar dat zijn verklaring over de gestelde betalingen juist is. Tegelijkertijd moet de Commissie beoordelen of op basis van de beschikbare gegevens voldoende aannemelijk is dat deze betalingen daadwerkelijk zijn verricht en verwerkt ten behoeve van de desbetreffende toeslagjaren. Ter zitting heeft UHT toegelicht dat in de betalingssystemen van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) geen registraties zijn aangetroffen van betalingen ter hoogte van € 8.000 of € 1.200, noch aanwijzingen dat dergelijke bedragen onder andere kenmerken of op andere toeslagen zijn afgeboekt. In dit kader heeft UHT ook gekeken naar de afboekingen bij de zorgtoeslag en het kindgebonden budget.

Daarnaast heeft UHT aangegeven dat de LIC-overzichten in het algemeen als betrouwbaar kunnen worden aangemerkt.

Hoewel de Commissie niet uitsluit dat betalingen buiten de geregistreerde administraties van B/T zijn verricht, kan zij dit op basis van de beschikbare informatie niet met voldoende zekerheid vaststellen, te meer nu betalingsbewijzen ontbreken. Daarmee ontbreekt een juridische grondslag om het reeds toegekende compensatiebedrag aan te passen. De Commissie kan daarom niet anders dan UHT volgen in het standpunt dat de berekening van de forfaitaire compensatie voor de toeslagjaren 2008 en 2009 als juist moet worden beschouwd. De Commissie adviseert UHT derhalve dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

De Commissie realiseert zich dat dit voor belanghebbende teleurstellend kan zijn. Dit laat onverlet dat hij, zoals aangekondigd door zijn gemachtigde, een verzoek kan indienen bij de Commissie Werkelijke Schade indien hij meent dat de forfaitaire compensatie geen recht doet aan de werkelijke schade die hij heeft geleden.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand

Gemachtigde heeft verzocht om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand van deze bezwaarprocedure. Aangezien de Commissie, de hiervoor geformuleerde vraag bevestigend beantwoordend, zal adviseren het bezwaar ongegrond te verklaren en de bestreden beschikking dus niet te herroepen, komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie aan UHT om:

  • het bezwaar tegen de beschikking van 14 juni 2023 met kenmerk UHT-DCH ongegrond te verklaren en de beschikking in stand te laten;
  • geen vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter