Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13942

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 juni 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 20 april 2026

Overdracht advies aan UHT: 29 april 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2013 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013 tot en met 2015.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 14 juni 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij het bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2013 tot en met 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 juli 2023, ingekomen op 6 juli 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 september 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 17 april 2025 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 20 april 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Naar de Commissie begrijpt heeft belanghebbende op 10 november 2025 als nabestaande van de heer [naam] een definitieve beschikking ontvangen over de toeslagjaren 2006 tot en met 2013 met kenmerk UHT-DCHOA NKO op grond van de nabestaandenregeling. De Commissie merkt hierover op dat zij dit dossier niet in haar bezit heeft en ook niet bevoegd is om in zaken aangaande de nabestaandenregeling te adviseren. Gemachtigde heeft tijdens de hoorzitting aangegeven dat zij tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCHOA NKO in bezwaar is gegaan.

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2015.

Zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende wijst erop dat zij als erfgename van de heer [naam] verantwoordelijk werd voor de schulden die voortkwamen uit de KOT. UHT heeft bij de integrale beoordeling niet het dossier van de heer [naam] betrokken. Dit levert volgens belanghebbende een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel op.

De Commissie overweegt dat de integrale beoordeling zich uitsluitend richt op de aanvrager van de KOT. Nu belanghebbende KOT heeft aangevraagd voor de jaren 2013 tot en met 2015 acht de Commissie het begrijpelijk dat UHT ook alleen deze jaren heeft herbeoordeeld. De nabestaandenregeling is op 20 januari 2025 in werking getreden. Dit is een aparte procedure waarin belanghebbende op
10 november 2025 een definitieve beschikking heeft ontvangen. De Commissie constateert dat de invoering van de nabestaandenregeling lang op zich heeft laten wachten, maar is van oordeel dat de omstandigheid dat deze twee procedures los van elkaar staan uitvloeisel is van de betreffende wettelijke regelingen. Door die regelingen los van elkaar toe te passen, schendt UHT dan ook niet het zorgvuldigheidsbeginsel. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.   

Motiveringsbeginsel
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat B/T het buiten beschouwing laten van het dossier van de heer [naam] onvoldoende heeft gemotiveerd. Het argument dat de wet geen regeling bood voor nabestaanden is onvoldoende. Indien de heer [naam] als gedupeerde moet worden beschouwd, heeft dit namelijk direct invloed op de beoordeling van de situatie van belanghebbende.

Ten tijde van de integrale beoordeling bestond de nabestaandenregeling nog niet. Voor belanghebbende is de nabestaandenregeling van toepassing voor de jaren 2006 tot en met 2013. De Commissie ziet geen schending van het motiveringsbeginsel in de omstandigheid dat UHT deze toeslagjaren niet heeft meegenomen in de integrale beoordeling dan wel in de beschouwing. De Commissie neemt hierbij mede in overweging dat belanghebbende inmiddels een definitieve beschikking heeft ontvangen op grond van de nabestaandenregeling. De Commissie adviseert enkel over de jaren 2013 (vanaf de aanvraag op 13 september 2013) tot en met 2015. De beoordeling van de jaren 2006 tot en met 2013 heeft daar geen invloed op. De Commissie adviseert UHT het bezwaar ten aanzien van dit punt ongegrond te verklaren.   

Gelijkheidsbeginsel
Belanghebbende stelt dat ex-partners van gedupeerde ouders een wettelijke compensatieregeling kennen, terwijl er voor nabestaanden nog geen regeling bestond ten tijde van de indiening van het bezwaarschrift. Dit is een schending van het gelijkheidsbeginsel.

De Commissie overweegt als volgt. Zoals eerder opgemerkt is de nabestaanden-regeling op 20 januari 2025 in werking getreden. Het is een keuze van de wetgever geweest om eerst een regeling voor ex-partners van gedupeerde ouders te maken en daarna een voor nabestaanden van gedupeerde ouders. Aangezien naar opvatting van de Commissie ex-partners en nabestaanden van gedupeerde ouders geen gelijke gevallen zijn, dient die keuze van de wetgever te worden gerespecteerd. De Commissie acht het bezwaar op dit onderdeel ongegrond.   

Evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende vindt het besluit om haar niet als gedupeerde aan te merken onevenredig, aangezien de KOT weliswaar op naam van de heer [naam] stond, maar zij zelf aan de terugvorderingen van de KOT moest voldoen. Nu zij niet werd aangemerkt als gedupeerde, kon zij ook geen gebruik maken van externe hulp bij haar schuldenproblematiek.

De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie jegens de aanvrager van KOT. De Wht is in deze zaak van toepassing voor de toeslagjaren 2013 tot en met 2015. Voor de KOT die werd teruggevorderd van de heer [naam], is na diens overlijden de nabestaandenregeling van toepassing. De Commissie is van opvatting dat het genomen besluit over de jaren 2013 tot en met 2015 in overeenstemming is met de doelen die de Wht wil bereiken, te weten herstel middels compensatie voor de aanvrager van KOT indien B/T destijds fouten heeft gemaakt.

Afgewezen jaren
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2013 tot en met 2015 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De KOT over de toeslagjaren is verlaagd op grond van reguliere wijzigingen en gemachtigde heeft dit tijdens de hoorzitting ook erkend. De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was evenmin sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen recht is op een daarop gebaseerde tegemoetkoming. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.   

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter