BAC 2023-13900
Publicatiedatum 27-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primaire besluiten: 16 juni 2023 met kenmerk UHT-O OGS B en 16 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA
Hoorzitting: 14 april 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 23 mei 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 15 en 16 juni 2023 met kenmerken UHT-O OGS B en UHT-DCHA.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend over de jaren 2010 en 2011 wegens een onterechte opzet/ grove schuld kwalificatie (hierna: O/GS) voor een bedrag van €7.019,-. Over deze jaren is geen compensatie toegekend wegens vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft UHT 14 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
- UHT heeft bij de herbeoordeling gekeken naar de toeslagjaren 2010 en 2011 en haar voorgenomen beschikkingen voorgelegd aan de Commissie van Wijzen (hierna: CvW).
- De CvW heeft op 22 mei 2023 het verzoek van belanghebbende beoordeeld en aangegeven dat belanghebbende over de toeslagjaren 2010 en 2011 geen recht heeft op compensatie.
- UHT heeft belanghebbende bij beschikking van 15 juni 2023 met kenmerk UHT-O OGS B medegedeeld dat zij een compensatiebedrag zal toekennen van €7.019,- wegens een onterechte O/GS kwalificatie over de jaren 2010 en 2011. Het compensatiebedrag is uit hoofde van de Catshuisregeling aangevuld tot €30.000,-.
- UHT heeft belanghebbende bij beschikking van 16 juni 2023 met kenmerk UHT-DHCA medegedeeld dat zij geen compensatie zal toekennen over de jaren 2010 en 2011 wegens vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel.
- Bij brieven van 25 juli 2025 heeft gemachtigde bezwaar gemaakt tegen de beschikkingen van 15 en 16 juni 2023 met kenmerken UHT-O OGS B UHT-DCHA.
- UHT heeft op 19 december 2024 schriftelijk gereageerd.
- Het bezwaar van belanghebbende is op 14 april 2025 op hoorzitting bij de Commissie behandeld. Het verslag van de hoorzitting is bij het advies gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 23 april 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 14 mei 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Geen schending equality of arms
Volgens belanghebbende heeft UHT verzuimd het volledige dossier te overleggen, die voor de beoordeling van het bezwaar relevant is. De equality of arms is geschonden. De Commissie als volgt. Ingevolge artikel 7:4 lid 2 Awb heeft belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken (ook wel: het inzagerecht). UHT heeft op 2 februari 2024 digitaal een uitgebreid bezwaardossier ter beschikking gesteld, waaronder begrepen de door belanghebbende verlangde IB-formulier en betaal- en verrekenoverzichten. De Commissie meent dat belanghebbende hiermee beschikt over de op de zaak betrekking hebbende stukken. Het is gezien het voorgaande niet aannemelijk dat belanghebbende in haar rechtspositie is geschaad door het niet overleggen van stukken. De fair balance tussen partijen is gedurende deze bezwaarprocedure niet in het geding gekomen.
Commissie adviseert UHT dit onderdeel ongegrond te verklaren.
Het ontbreken van herbeoordeling over de toeslagjaren 2012 en 2013
UHT heeft bij haar herbeoordeling niet gekeken naar de toeslagjaren 2012 en 2013. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Commissie leidt uit het dossier niet af dat belanghebbende eerder om herbeoordeling van deze jaren heeft gevraagd. Nu een beoordeling van de jaren 2012 en 2013 ontbreekt, kan de Commissie in deze bezwaarprocedure niet over deze jaren adviseren.
De Commissie stelt vast dat UHT het bezwaar heeft opgevat als een verzoek tot herbeoordeling van de toeslagjaren 2012 en 2013. UHT zal alsnog, bij nieuwe primaire beschikking, over de toeslagjaren 2012 en 2013 beschikken. Mocht belanghebbende hiertegen in bezwaar komen dan kan de Commissie in die procedure advies uitbrengen aan UHT.
Beoordeling afwijzing compensatie over de toeslagjaren 2010 en 2011
Volgens belanghebbende is er over de toeslagjaren 2010 en 2011 sprake van vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T). De Commissie overweegt als volgt. Blijkens de stukken in het dossier heeft B/T de KOT van belanghebbende over de toeslagjaren 2010 en 2011 meerdere keren verlaagd.
In 2010 vond dit één keer plaats en 2011 drie keer in verband met door belanghebbende aangeleverde gegevens (specificaties inkomen op grond van de Wet werk en bijstand, een verlaging van de kinderopvanguren, een aanpassing van het rekentarief kinderopvang en een antwoordformulier). UHT stelt dat de verlagingen voor de toeslagjaren 2010 en 2011 het gevolg zijn van reguliere correcties op basis van gegevens die door belanghebbende ter beschikking zijn gesteld. Uit de SAS-overzichten komen geen onregelmatigheden naar voren. Niet door belanghebbende is betwist dat deze correcties juist waren en dat deze voortvloeiden uit een te hoge voorschotverlening.
Op de hoorzitting geeft belanghebbende aan dat zij gedurende 2010 en 2011 een bijstandsuitkering ontving op basis van de Wet werk en bijstand. De gemeente betaalde de eigen bijdrage van € 200,- voor opvang. Volgens belanghebbende is dit een bewijs dat zij kinderopvang genoot.
De Commissie acht het, gelet op het dossier, aannemelijk dat in deze jaren sprake is geweest van reguliere correcties. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op compensatie op grond van de Wht. Het aangedragen argument van belanghebbende dat de gemeente de eigen bijdrage betaalde voor kinderopvang als aanvulling op haar uitkering maakt dat niet anders. De Commissie heeft geen aanknopingspunten in het dossier gevonden voor de stelling dat over de toeslagjaren 2010 en 2011 sprake is geweest van vooringenomen handelen jegens belanghebbende of hardheid bij de uitvoering. De Commissie acht het bezwaar ongegrond.
Beoordeling tegemoetkoming O/GS kwalificatie
UHT heeft aan belanghebbende voor het toeslagjaar 2010 en 2011 een tegemoetkoming toegekend van € 7.019,- wegens een onterechte O/GS kwalificatie. Belanghebbende bestrijdt de hoogte van de tegemoetkoming.
De Commissie overweegt dat ingevolge artikel 2.6, lid 1 in samenhang gelezen met lid 2 van de Wht, de O/GS-tegemoetkoming 30% van het bedrag van de terugvordering bedraagt waarvoor geen persoonlijke betalingsregeling is toegekend of een buitengerechtelijke schuldregeling is geweigerd. Het terugvorderingsbedrag over de toeslagjaren 2010 en 2011 bedraagt € 23.395,-. De Commissie acht de berekening van UHT juist en heeft geen aanleiding gevonden om hier ten opzichte van belanghebbende anders over te oordelen. Het bezwaar is ongegrond.
Hardheid en beslagvrije voet
Volgens belanghebbende heeft de BD/T in de toeslagjaren 2010 en 2011 geen rekening gehouden met de beslagvrije voet. Daarom is sprake van hardheid van het stelsel.
De Commissie begrijpt de stellingname van belanghebbende aldus dat bij een eventuele verrekening geen rekening met de beslagvrije voet is gehouden. De Commissie overweegt dat het verrekenen van terechte terugvorderingen geen compensatie op grond van hardheid oplevert. Uit de wetsgeschiedenis van de Wht en systematiek van de compensatieregeling kan niet worden afgeleid dat de wetgever dergelijke gevallen voor ogen heeft gehad. Aan de bezwaargrond dat de B/T bij de verrekeningen geen rekening heeft gehouden met de beslagvrije voet, komt de Commissie gelet op wat hiervoor is overwogen niet meer toe. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
De motivering van de bestreden beschikking
UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCHA per toeslagjaar gemotiveerd waarom belanghebbende wel of niet in aanmerking komt voor compensatie. De onderdelen van de compensatieberekening zijn uitgebreid toegelicht. Anders dan belanghebbende ziet de Commissie dan ook geen motiveringsgebrek(en) in de bestreden beschikking.
Proceskostenvergoeding
Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van het bij bezwaar bestreden besluit. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15 lid 2 Awb, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Secretaris
Fungerend voorzitter