Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13882

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 9 juni 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 20 december 2024 om 10.00 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de op 9 juni 2023 door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag met kenmerk UHT-DCHA. Bij deze beschikking is geen compensatie toegekend over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2015 tot en met 2018.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 20 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). Na overleg met belanghebbende beperkt het verzoek zich nog tot de jaren 2009, 2010 en 2015 tot en met 2018.
  • Op 30 april 2021 heeft UHT besloten nog geen € 30.000 aan belanghebbende te betalen.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 31 mei 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de beoordeelde toeslagjaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 9 juni 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen compensatie toegekend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 17 juli 2023, bij UHT binnengekomen op 19 juli 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 september 2024 schriftelijk gereageerd.
  • Op 20 december 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich, gelet op de inhoud van de bestreden beschikking en de daartegen aangevoerde bezwaren, geplaatst voor de beantwoording van de vraag of UHT terecht heeft besloten geen compensatie toe te kennen voor toeslagjaar 2010 en of belanghebbende teveel KOT heeft terugbetaald.

Toeslagjaar 2010

Belanghebbende stelt dat zij voor 2010 wel in aanmerking had moeten komen voor compensatie. Hoewel belanghebbende in die tijd een partner had, dacht zij dat hij geen toeslagpartner was en dat hij evenmin voldeed aan de eisen in artikel 1.6 van de Wet kinderopvang (hierna: Wko). Belanghebbende heeft in dit jaar gewerkt en ook opvang nodig gehad. Zij heeft op 28 februari 2011 een jaaropgave overgelegd waarin staat dat er buitenschoolse opvang is afgenomen voor €3.009.84. Hierna kreeg zij op 24 mei 2011 een nihilbeschikking en op 15 januari 2013 is de KOT definitief vastgesteld op € 0. Belanghebbende meent dat Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) op grond hiervan meer navraag had moeten doen. Door dit niet te doen, is volgens belanghebbende sprake van vooringenomen handelen van de kant van B/T.

De Commissie stelt vast dat over toeslagjaar 2010 de KOT is bijgesteld aan de hand van door belanghebbende overgelegde gegevens. De Commissie stelt ook vast dat belanghebbende in 2010 een toeslagpartner had en dat van deze toeslagpartner geen (inkomens)gegevens bekend waren. Volgens de Commissie zijn er verder geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de toeslagpartner voldoet aan de vereisten van een doelgroeper zoals genoemd in artikel 1.6 van de Wko. Belanghebbende heeft hier zelf ook geen duidelijkheid over kunnen geven. De Commissie is daarom van oordeel dat de B/T mocht uitgaan van de informatie zoals die door belanghebbende ingevuld was op het antwoordformulier van 18 februari 2011. Het feit dat er wél buitenschoolse opvang is afgenomen door belanghebbende maakt nog niet dat B/T opnieuw informatie had moeten opvragen en dat zij – door dit niet te doen –vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. De Commissie neemt hierbij ook in aanmerking dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de nihilbeschikking van 24 mei 2011 en/of 15 januari 2013. Voor zover belanghebbende verzoekt om een aanpassing van de hoogte van de KOT over toeslagjaar 2010, zoals deze indertijd definitief is vastgesteld, heeft UHT niet de bevoegdheid om tot herziening van de in het verleden vastgestelde KOT over te gaan; UHT dient zich te beperken tot de in de Wht gestelde kaders.

Het door belanghebbende op dit punt ontwikkelde bezwaar kan niet tot het door haar gewenste resultaat leiden.

Berekeningen KOT

Belanghebbende betwist daarnaast de juistheid van de door UHT gehanteerde bedragen. Zo zou zij onder meer een hoger bedrag aan KOT hebben terugbetaald dan gesteld wordt.

De Commissie heeft in aanmerking genomen dat UHT zich bij het verweer heeft gebaseerd op betaal- en verrekenoverzichten die zijn vastgesteld op basis van de betalingen en verrekeningen die feitelijk zijn verricht en derhalve zijn terug te vinden in de beschikkingen die belanghebbende heeft ontvangen. Deze overzichten geven, ook in het licht van de door belanghebbende geproduceerde gegevens, de Commissie geen aanleiding om de juistheid van de door UHT gehanteerde bedragen in twijfel te trekken. Het door belanghebbende overlegde overzicht betreffende de ontvangen en betaalde KOT 2015-2018 houdt ten onrechte geen rekening met verrekening van teruggevorderde KOT met andere toeslagen. De (niet onderbouwde) stelling van belanghebbende dat uit haar bankafschriften blijkt dat zij € 2.000 teveel heeft terugbetaald, leidt niet tot een ander oordeel.

Proceskostenvergoeding

Het bezwaar is naar opvatting van de Commissie ongegrond. Er is geen aanleiding voor herroeping van de bij bezwaar bestreden beschikkingen. De Commissie ziet, gelet op het bepaalde in artikel 7:15, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht, geen aanleiding om UHT te adviseren een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter