BAC 2023-13837
Publicatiedatum 02-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 3 januari 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 8 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 15 april 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking beoordeling kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen recht op vergoeding toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2009, 2018 en 2019.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 4 februari 2021 verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2005 tot en met 2019. In overleg met belanghebbende en gemachtigde is de herbeoordeling beperkt tot de jaren 2005 tot en met 2009, 2018 en 2019.
- UHT heeft bij besluit van 21 april 2022 met kenmerk UHT CHR GU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 (Catshuisregeling), maar dat de herbeoordeling nog niet klaar is.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 21 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2005 tot en met 2009, 2018 en 2019.
- UHT heeft bij het bestreden definitieve besluit met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende geen recht op vergoeding toegekend voor de jaren 2005 tot en met 2009, 2018 en 2019.
- Gemachtigde heeft bij brief van 10 februari 2023, ingekomen op 10 februari 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 30 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 23 december 2025 2025, het bezwaar aangevuld.
- Op 8 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 8 januari 2026 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 22 januari 2026 schriftelijk op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De bezwaren van belanghebbende hebben betrekking op de toeslagjaren 2005, 2006 en 2009. De Commissie zal de bezwaren van belanghebbende per toeslagjaar bespreken.
Het toeslagjaar 2005
Voor het jaar 2005 heeft de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) op 15 juni 2005 een voorschot KOT vastgesteld dat enkele malen naar boven, maar niet naar beneden is bijgesteld. Er hebben geen terugvorderingen plaats gevonden. Uit het bezwaardossier volgt dat de kinderopvang op 1 januari 2005 is gestart. Belanghebbende stelt dat zij door de verstrekking van een voorschot in juni van het jaar 2005 in betalingsproblemen is gebracht doordat zij de kinderopvang tot de uitbetaling van het voorschot zelf heeft moeten betalen.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning of aanpassing van (het voorschot op) de KOT voor het toeslagjaar 2005 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Uit de voorhanden stukken blijkt niet wanneer belanghebbende de KOT heeft aangevraagd en of de behandeling van de aanvraag KOT te lang heeft geduurd. Uit de door belanghebbende bij haar aanvullend bezwaarschrift gehechte stukken kan de Commissie evenmin afleiden dat belanghebbende in afwachting van de verlening en betaling van een voorschot KOT in financiële problemen is geraakt. Het voorschot KOT is na de toekenning door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
Uit de door belanghebbende overgelegde rekeningafschriften valt af te leiden dat belanghebbende gedurende enige tijd een bijstandsuitkering van de gemeente Capelle aan den IJssel heeft ontvangen. Dat er, zoals belanghebbende aangeeft, sprake was van een re-integratietraject valt hier niet uit af te leiden.
Ook heeft belanghebbende geen documenten overgelegd waaruit dit zou kunnen blijken. De Commissie heeft geen enkel aanknopingspunt gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Het toeslagjaar 2006
Belanghebbende stelt dat zij door de verstrekking van een voorschot in juni van het jaar 2006 in betalingsproblemen is gebracht doordat zij de kinderopvang tot de uitbetaling van het voorschot zelf heeft moeten betalen. Zij meent door B/T vooringenomen te zijn behandeld, dan wel dat het stelsel te hard jegens haar heeft uitgewerkt.
Voor het jaar 2006 heeft B/T op 18 juli 2006 een voorschot KOT vastgesteld dat op 29 augustus 2006 is verlaagd. Vervolgens is de KOT op 23 april 2007 naar boven bijgesteld en nadien, bij de definitieve vaststelling van de KOT, niet meer gewijzigd.
De Commissie heeft ook ten aanzien van het toeslagjaar 2006 geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van (het voorschot op) de KOT institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
Uit de voorhanden stukken blijkt niet wanneer belanghebbende de KOT heeft aangevraagd en of de behandeling van de aanvraag KOT te lang heeft geduurd.
Uit de door belanghebbende bij haar aanvullend bezwaarschrift gehechte stukken kan de Commissie evenmin afleiden dat belanghebbende in afwachting van de verlening en betaling van een voorschot KOT in financiële problemen is geraakt. Het voorschot KOT is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen enkel aanknopingspunt gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Het toeslagjaar 2009
Belanghebbende kan zich niet herinneren dat zij de KOT in 2009 zelf telefonisch heeft stopgezet. Zij stelt dat haar kinderen in 2009 het gehele jaar opvang hebben genoten. Als gevolg van deze stopzetting is echter de KOT verlaagd en heeft belanghebbende, ten onrechte, KOT terug moeten betalen. Door de KOT stop te zetten en belanghebbende niet rechtstreeks te bevragen heeft de B/T volgens belanghebbende vooringenomen jegens haar gehandeld en heeft het stelsel te hard jegens haar uitgewerkt.
Uit het dossier blijkt dat de KOT voor het toeslagjaar 2009 met de beslissing van 10 december 2008 automatisch is gecontinueerd en vastgesteld op € 21.799.
Op 17 augustus 2009 wijzigt belanghebbende de aanvraag per 1 augustus 2009 vanwege de stopzetting van de KOT voor één kind. De beschikking wordt op
11 september 2009 daarom neerwaarts gecorrigeerd naar € 18.686 conform de wijziging. Op 4 november 2009 is er telefonisch contact geweest tussen belanghebbende en B/T. Volgens UHT heeft belanghebbende medegedeeld de KOT stop te zetten per 1 november 2009. Ter zitting heeft UHT toegelicht dat op 4 november 2009 een belmutatie is geregistreerd. Het BSN-nummer van belanghebbende is daarbij gebruikt. Dit ziet UHT als een stopzetting door of namens de burger.
Als gevolg van de stopzetting is op 19 november 2009 de KOT neerwaarts gecorrigeerd naar € 16.298. Uit het bezwaardossier valt verder af te leiden dat de KOT na deze mutatie op 19 november 2009 naar beneden is bijgesteld en vervolgens, na toezending van de jaaropgaaf kinderopvang door belanghebbende, weer naar boven toe is gecorrigeerd.
De Commissie stelt vast dat belanghebbende niet betwist dat zij op 17 augustus 2009 de kinderopvang voor een van haar kinderen met ingang van 1 augustus 2009 heeft stopgezet als gevolg waarvan de KOT een eerste keer is verlaagd. Tevens stelt de Commissie vast dat zich in het bezwaardossier een XML-bestand bevindt dat als vastlegging van de telefonische mutatie van de KOT door belanghebbende op 4 november 2009 dient te worden aangemerkt.
Gezien de aanwezigheid van het XML-bestand en de omstandigheid dat belanghebbende geen bezwaar heeft gemaakt tegen de wijziging van de KOT op 19 november 2009, heeft de Commissie onvoldoende aanwijzingen gevonden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor het toeslagjaar 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over het toeslagjaar 2009 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.
De Commissie heeft geen enkel aanknopingspunt gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Voor de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure heeft belanghebbende, nu het bezwaar naar de mening van de Commissie ongegrond is, geen recht op vergoeding daarvan.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar tegen de beschikking van
3 januari 2023 met kenmerk UHT-DCHA ongegrond te verklaren, de bestreden beslissing in stand te laten en het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter