Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13810

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: n.v.t.

Overdracht advies aan UHT: 7 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren. Ook adviseert de Commissie UHT om de nog niet herbeoordeelde jaren alsnog te beoordelen in het besluit op bezwaar en belanghebbende voorafgaand in de gelegenheid te stellen hierop te reageren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag van 30 mei 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2015 en 2017.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 24 november 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 en 2012. UHT heeft in overleg met belanghebbende de jaren 2015 en 2017 herbeoordeeld.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat UHT zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatie-regeling van artikel 2.1, eerste lid, Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2015 en 2017.
  • UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2015 en 2017.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 19 juni 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 16 september 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Bij e-mailbericht van 5 mei 2026 heeft gemachtigde meegedeeld dat de zaak op stukken kan worden afgedaan. De Commissie ziet daarom op grond van artikel 7:3 onder c van de Algemene wet bestuursrecht af van het horen van belanghebbende en adviseert op basis van de aan haar bekende stukken.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2015 en 2017 af te wijzen.

Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen.
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken
- waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt namelijk niet tot het herroepen daarvan.

Reguliere bijstellingen
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (B/T) bij de toekenning, aanpassing of terug-vordering van de KOT voor de toeslagjaren 2015 en 2017 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De verlaging van de KOT over deze jaren was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopings-punten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.

De Commissie ziet voorts in het enkele feit dat belanghebbende was opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) geen aanleiding om te adviseren hiervoor een compensatie toe te kennen. Niet gebleken is van nadelige gevolgen die belanghebbende van de opname op de FSV-lijst heeft ondervonden.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Herbeoordeling nog niet herbeoordeelde jaren
Uit het e-mailbericht van gemachtigde van 5 mei 2026 blijkt dat UHT is verzocht om de nog niet herbeoordeelde jaren alsnog te beoordelen.

De Commissie overweegt, onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 17 december 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:13134) dat uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren voor 2020 waarin de aanvrager van compensatie KOT heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een besluit daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt. De Commissie stelt vast dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd voor (zover hier relevant) de jaren 2013 tot en met 2019. UHT heeft enkel de jaren 2015 en 2017 herbeoordeeld. De Commissie zal UHT daarom adviseren de herbeoordeling van de nog niet beoordeelde jaren in het besluit op bezwaar neer te leggen.

Als deze herbeoordeling ertoe leidt dat belanghebbende alsnog als gedupeerde wordt aangemerkt, gaat de Commissie ervan uit dat UHT hierin aanleiding ziet het bestreden besluit te herroepen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.
De Commissie houdt onderstaande bezwaarprocedure niet aan. De Commissie adviseert UHT om belanghebbende te informeren door een schriftelijke vooraankondiging (voorafgaande aan het besluit op bezwaar) over de uitkomst van de herbeoordeling en de daaraan ten grondslag liggende stukken toe te zenden, en daarop een reactie van belanghebbende te vragen.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Ook adviseert de Commissie UHT om de nog niet herbeoordeelde jaren alsnog te beoordelen in het besluit op bezwaar en voorafgaand daaraan belanghebbende in de gelegenheid te stellen hierop te reageren.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter