Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13809

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 21 juni 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 20 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 26 mei 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. Voorts heeft de Commissie goede nota genomen dat de toeslagjaren 2007 en 2008 reeds worden herbeoordeeld en dat naar aanleiding van de hoorzitting ook de toeslagjaren 2005 en 2006 nog worden herbeoordeeld.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag € 49.816 voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011. De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) voor deze toeslagjaren fouten gemaakt bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Procesverloop

  • Op 31 december 2020 heeft belanghebbende verzocht om herbeoordeling van de toeslagjaren 2013 en 2014. Omdat belanghebbende in die jaren niet de aanvrager was van KOT, is in overleg met belanghebbende het verzoek om herbeoordeling aangepast naar de toeslagjaren 2009 tot en met 2011.
  • Bij beschikking van 26 april 2021 heeft UHT aangegeven dat het op basis van de eerste lichte toets nog geen reden ziet om aan belanghebbende € 30.000 toe te kennen en dat de integrale beoordeling nog moet worden uitgevoerd.
  • Op 10 februari 2023 heeft UHT als vooraankondiging het voorlopige compensatiebedrag voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 bepaald op €48.437.
  • Op 12 april 2023 heeft gemachtigde een zienswijze ingediend.
  • Op 21 juni 2023 heeft UHT het definitieve compensatiebedrag vastgesteld op €49.816.
  • Op 11 juli 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend. Op 22 mei 2024 zijn de gronden van bezwaar aangevuld.
  • Op 23 januari 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 20 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend en zal ingaan op de overige gronden van bezwaar.

Compensatieberekening

De aan belanghebbende toegekende compensatie bestaat op grond van artikel 2.2 Wht uit verschillende componenten. De hoogte van die componenten is bepaald in artikel 2.3 Wht. In de schriftelijke beschouwing heeft UHT de componenten en de hoogte hiervan concreet toegelicht. Daarbij is UHT tot de conclusie gekomen dat de toeslagrente gemiste KOT (regel o van de compensatieberekening) voor de jaren 2009, 2010 en 2011 onjuist is berekend. UHT acht het bezwaar op dit punt gegrond en zal de compensatieberekening aanpassen in de beslissing op bezwaar en de aanvullende vergoeding van 1% (component p van de compensatieberekening) berekenen over het nieuwe bedrag.

De Commissie adviseert UHT om aan deze standpuntbepaling gevolg te geven en de compensatieberekening aan te passen conform het dienaangaande in de schriftelijke beschouwing gestelde. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT dit beleid ook in dit geval toe te passen.

De overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had. De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en definitieve beschikkingen. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de toelichting tijdens de hoorzitting en de overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen.

Systematiek en hoogte immateriële schadevergoeding

Gemachtigde stelt dat de toegekende materiële en immateriële schadevergoeding absoluut niet in verhouding staan met de daadwerkelijk geleden schade. Derhalve wenst gemachtigde een aanvullende schadevergoeding.

De Commissie overweegt dat het op grond van de Wht niet mogelijk is in het kader van de onderhavige procedure een hogere schadevergoeding toe te kennen dan in overeenstemming is met de forfaitaire compensatieregeling. Deze procedure ziet uitsluitend op toekenning van de standaardvergoedingen volgens de Wht en niet op de vergoeding van de werkelijk geleden schade. Het is niet onevenredig om met forfaitaire bedragen te werken.

Wanneer een belanghebbende meer (of andere schade) heeft geleden dan forfaitair wordt gecompenseerd, dan kan hij of zij aanvullende compensatie krijgen voor die werkelijke schade. Belanghebbende dient daartoe een verzoek tot vergoeding van die werkelijke schade in te dienen bij de Commissie Werkelijke Schade.

Niet beoordeelde toeslagjaren (2005 tot en met 2008)

Gemachtigde stelt dat de toeslagjaren 2007 en 2008 ten onrechte niet zijn meegenomen in de herbeoordeling. Ook over die jaren zijn er terugvorderingen geweest.

De Commissie stelt vast dat het verzoek van belanghebbende om herbeoordeling alleen zag op de toeslagjaren 2013 en 2014. De persoonlijk zaakbehandelaar heeft het verzoek vervolgens na een gesprek met belanghebbende aangepast naar de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011. Omdat de KOT vanaf 2012 werd aangevraagd door de partner van belanghebbende, is voor de toeslagjaren vanaf 2012 een verzoek om herbeoordeling op zijn naam aangemaakt. Voorts heeft UHT aangegeven dat naar aanleiding van het bezwaarschrift ook de toeslagjaren 2007 en 2008 worden herbeoordeeld en hiervoor een aparte primaire beschikking wordt afgegeven. Indien de herbeoordeling van de toeslagjaren 2007 en 2008 niet leidt tot een voor belanghebbende bevredigend besluit, dan kan, indien gewenst, tegen die beschikking een bezwaarschrift worden ingediend.

In dat licht kan niet worden geconcludeerd dat UHT heeft nagelaten om de toeslagjaren 2007 en 2008 in de herbeoordeling te betrekken en dat om die reden de bestreden beschikking moet worden herroepen. Het bezwaar is op dit punt ongegrond.

De Commissie heeft goede nota genomen van de ter zitting gedane toezegging van UHT om ook de jaren 2005 en 2006 in herbeoordeling te nemen.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie deels gegrond is, adviseert de Commissie UHT tevens de kosten van rechtsbijstand in deze procedure te vergoeden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De Commissie adviseert om hierbij de hoogste vergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie:

  • het bezwaar deels gegrond te verklaren en de compensatieberekening aan te passen conform bovenstaande overweging; én
  • een proceskostenvergoeding tot te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter