Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13748

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 2 juni 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 18 september 2025

Overdracht advies aan UHT: 8 oktober 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie of tegemoetkoming toegekend voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 24 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de (toeslag)jaren 2005 tot en met 2011. Na overleg met belanghebbende is de herbeoordeling beperkt tot de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
  • UHT heeft bij beschikking van 16 december 2021, met kenmerk UHT CHR GU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, maar dat de beoordeling nog niet is afgerond.
  • UHT heeft bij beschikking van 14 februari 2023, met kenmerk UHT-CHR MGU, aan belanghebbende medegedeeld dat zij naar aanleiding van het herzieningsverzoek van belanghebbende vooralsnog geen aanleiding ziet om aan belanghebbende € 30.000 te betalen, maar dat de integrale beoordeling nog zal plaatsvinden.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 28 april 2023 aan UHT toegestuurd. CvW heeft geadviseerd dat ten aanzien van de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden definitieve beschikking van 2 juni 2023, met kenmerk UHT-DCHA, aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 30 mei 2023 tegen deze beschikking bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 23 september 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 18 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

Algemene beginsel van behoorlijk bestuur

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Herbeoordeelde toeslagjaren 2007 tot en met 2011

De Commissie heeft, anders dan belanghebbende heeft aangevoerd, geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2011 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Over de toeslagjaren 2007, 2008 en 2010 is geen sprake van terugvorderingen geweest. De terugvordering KOT over toeslagjaar 2009 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is opnieuw berekend, ten gevolge van een stopzetting door belanghebbende zelf van de KOT voor één kind per 28 februari 2009. Over toeslagjaar 2011 heeft er eveneens een reguliere bijstelling plaatsgevonden. Deze verlaging van de KOT was het gevolg van het stopzetten van de KOT door belanghebbende, per 1 februari 2011. Belanghebbende heeft bedoelde stopzettingen niet betwist. De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Verzoek regieroute

Gemachtigde heeft de Commissie verzocht om te bevorderen dat zij en UHT afzonderlijk in overleg treden over het dossier, in het bijzonder over de hoge eigen bijdrage die belanghebbende in 2009 heeft betaald, teneinde te bezien of een minnelijke schikking mogelijk is. De Commissie is van oordeel dat dit verzoek buiten de reikwijdte van de onderhavige bezwaarschriftenprocedure valt. Het verzoek zal daarom niet gehonoreerd worden. Dit doet er niet aan af dat het UHT en belanghebbende natuurlijk te allen tijde vrij staat om met elkaar in gesprek te gaan over een minnelijke regeling. De Commissie constateert in dit kader dat UHT tijdens de zitting heeft toegezegd dat zij de kwestie van de hoge eigen bijdrage van belanghebbende in 2009 intern zal bespreken.

Proceskosten

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter