Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13677

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 10 mei 2023 (UHT-DCH en UHT-O OGS B)

Hoorzitting: 15 april 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 29 april 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar tegen de beschikking UHT DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen, Alsmede het bezwaar tegen de beschikking UHT-O OGS B ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Bezwaarschrift 1

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift d.d. 20 juni 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) van 10 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH.

Bezwaarschrift 2

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift d.d. 20 juni 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (O/GS) van 10 mei 2023 met kenmerk UHT-O OGS B.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 47.765 voor de jaren 2006, 2012, 2013 (januari tot en met augustus) en geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2007, 2008, 2011, 2013 ( september tot en met december) en 2014.

Aan belanghebbende is tegemoetkoming O/GS toegekend over de jaren 2007 en 2008 voor een bedrag van € 2.400.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 24 december 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT.
  • UHT heeft bij de beschikkingen van 23 februari 2021 en 9 december 2023 (UHT-B DMB2) aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 24 november 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de toeslagjaren 2005, 2007, 2008, 2011, 2014 en de maanden september tot en met december van het toeslagjaar 2013 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende van 10 januari 2023 met kenmerk UHT-VCH een compensatie toegekend voor een bedrag van € 47.765.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 10 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 47.765 voor de jaren 2006, 2012 en 2013 (januari tot en met augustus).
  • UHT heeft bij bestreden beschikking van 10 mei 2023 met kenmerk UHT O OGS B aan belanghebbende een tegemoetkoming OG/S toegekend voor een bedrag van € 2.400 voor de jaren 2007 en 2008.
  • Gemachtigde heeft bij brieven van 20 juni 2023, tegen deze beschikkingen bezwaar ingediend.
  • UHT heeft op 29 juli 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
  • Op 15 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 22 april 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend en daarin aangegeven dat belanghebbende voor het toeslagjaar 2009 geen recht heeft op compensatie omdat er sprake was van reguliere wijzigingen. Gemachtigde heeft op 25 april 2025 aangegeven op de nadere schriftelijke reactie geen opmerkingen te hebben.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Bezwaarschrift 1

Bekendmaking besluit

Belanghebbende stelt dat het besluit niet op de juiste wijze bekend is gemaakt. UHT erkent deze fout. De Commissie merkt op dat door de inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift deze omissie in bezwaar is hersteld en belanghebbende hiermee niet in haar belangen is geschaad. De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Ontbrekende stukken/volledige dossier/equality of arms

Gemachtigde stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De (nadere) schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Met betrekking tot de compensatieberekening merkt UHT het volgende op:

Ingevolge artikel 2.3 lid 7 Wht wordt, kortweg, over het bedrag van de gemiste KOT als gevolg van de neerwaartse correctiebeschikking, rente vergoed. De rente wordt berekend over het bedrag aan compensatie voor correctiebesluiten met overeenkomstige toepassing van artikel 27 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna Awir). In de compensatieberekening is de rente over de gemiste KOT opgenomen bij component o. UHT heeft in haar schriftelijke reactie erkend dat de berekening onjuist is. De Commissie adviseert UHT om de renteberekening in de beslissing op bezwaar aan te passen.

Nu het bezwaar ten aanzien van de renteberekening gegrond wordt geacht en die berekening in de beslissing op bezwaar zal worden herzien, adviseert de Commissie aan UHT om conform het beleid van UHT de einddatum van de periode waarover de vergoeding van immateriële schade wordt berekend te bepalen op de datum van de beslissing op bezwaar. Ook de vaste vergoeding van 1 % dient te worden aangepast aan de gewijzigde berekening.

Proceskosten

De Commissie adviseert om de componenten n, o en p van de ”Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag” aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijzen. Aangezien het bestreden besluit daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Bezwaarschrift 2

OG/S

Voor de jaren 2007 en 2008 was sprake van een onterechte kwalificatie O/GS. UHT heeft daarvoor een tegemoetkoming O/GS op basis van artikel 2.6 Wht toegekend.

Met de “uitleg berekening tegemoetkoming opzet/grove schuld” en de schriftelijke reactie heeft UHT de berekening voldoende toegelicht. Dat er volgens gemachtigde sprake zou zijn van onjuistheid dan wel onduidelijkheid volgt de Commissie daarom niet. De Commissie adviseert UHT om dit deel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om

  • De bezwaren tegen de beschikking UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren ten aanzien van de rente over gemiste KOT en alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij de einddatum van de desbetreffende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit te herroepen;
  • de bezwaren tegen de beschikking UHT-O OGS B ongegrond te verklaren;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.

Secretaris

Fungerend voorzitter