Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13664

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 16 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 29 juli 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 26 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 16 mei 2023 (hierna: de bestreden beschikking).

In de bestreden beschikking is aan belanghebbende door UHT geen compensatie toegekend.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2018 en 2019.
  • UHT heeft bij beschikking van 27 december 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 3 mei 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen recht is op compensatie op grond van de herstelregeling.
  • UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 22 juni 2023, ingekomen op 22 juni 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 13 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 29 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Op 29 juli 2025 heeft UHT de TVS-melding verzonden en een nadere toelichting per mail gegeven.
  • Gemachtigde heeft op 31 juli 2025 en 4 augustus 2025 per mail hierop gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Belanghebbende stelt dat de B/T fouten heeft gemaakt inzake de KOT over 2018 en 2019. Belanghebbende voert aan dat zij gedupeerde is en dat zij recht heeft op compensatie.

UHT heeft geoordeeld dat belanghebbende niet is gedupeerd, omdat geen sprake is van institutionele vooringenomenheid, hardheid van het stelsel of een onterechte kwalificatie van opzet/grove schuld. UHT heeft dit standpunt nader onderbouwd in de schriftelijke reactie van 13 maart 2025.

De Commissie overweegt dat belanghebbende stelt dat de KOI-viewer fouten bevat, maar geen of onvoldoende feiten of omstandigheden heeft aangevoerd of aannemelijk heeft gemaakt waaruit blijkt dat B/T niet uit mocht gaan van de KOI-viewer. De Commissie stelt vast dat uit de stukken blijkt dat de neerwaartse correcties zijn doorgevoerd naar aanleiding van wijzigingen die belanghebbende zelf heeft doorgegeven aan de B/T. De Commissie onderschrijft het standpunt van UHT dat geen sprake is van vooringenomen handelen. Ook zijn in het bezwaar geen aanknopingspunten gevonden waaruit aannemelijk is geworden dat in deze periode sprake is geweest van bijzondere omstandigheden, zodat ook voor de toepassing van de hardheidscompensatie, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub b Wht, geen reden is.

Op grond van het voorgaande, de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting kan de Commissie zich vinden in het advies van de CvW en het daaropvolgend besluit van UHT dat belanghebbende voor 2018 en 2019 niet in aanmerking komt voor compensatie op grond van deze herstelmaatregel.

De Commissie merkt op dat de opmerkingen van gemachtigde tijdens de zitting over de oudste zoon van belanghebbende betrekking hebben op besluitvorming van na 23 oktober 2019. Gelet op artikel 2.1 lid 1 Wht valt dit onderwerp buiten de bevoegdheid van deze Commissie om hierover te adviseren.

De Commissie merkt tot slot op dat uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat alle ex-partners van gedupeerden een brief ontvangen om zich aan te melden. Voor zover dit niet is gebeurd, wijst de Commissie op de toelichting in de schriftelijke beschouwing van 13 maart 2025 waarin UHT heeft aangegeven dat belanghebbende zich kon aanmelden tot en met 3 juni 2025 en daar ook de bijbehorende link bij heeft vermeld.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar ongegrond is, belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter