Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13654

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 19 mei 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 24 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 24 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Gemachtigde heeft namens belanghebbende bezwaar ingediend tegen het besluit van 19 mei 2023 waarbij belanghebbende is meegedeeld:

  • dat er bij de herbeoordeling over de toeslagjaren 2017 tot en met 2021 niet is gebleken van fouten en dat belanghebbende daarom geen recht heeft op compensatie (UHT-DCHA).

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft een verzoek gedaan voor een herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • Op 11 april 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) advies uitgebracht. De CvW heeft overwogen, kort gezegd, dat er geen aanwijzingen zijn dat de Belastingdienst/Toeslagen institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. Evenmin zou er sprake zijn van bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidscompensatie rechtvaardigen.
  • Bij brief van 19 mei 2023 is vorenstaand besluit meegedeeld aan belanghebbende.
  • Bij brief van 28 augustus 2023 heeft gemachtigde tegen vorenstaand besluit bezwaar gemaakt.
  • Op 6 maart 2025 heeft UHT een schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 4 juni 2025 heeft gemachtigde aanvullende gronden van bezwaar ingediend.
  • Op 24 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Op 25 juni 2025 heeft gemachtigde aanvullende stukken ingediend.
  • Op 11 juli 2025 heeft UHT een aanvullende schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 14 juli 2025 heeft gemachtigde hierop gereageerd.
  • De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toeslagjaar 2017

Belanghebbende heeft gesteld dat hij wel degelijk een aanvraag voor KOT heeft gedaan. Omdat hij en de kinderen niet op hetzelfde adres stonden ingeschreven, gaf het systeem van de Belastingdienst echter aan dat een aanvraag niet mogelijk was. Feitelijk woonde hij wel samen met de kinderen.

Gemachtigde heeft verder aangegeven dat zij een cliƫnt in een vergelijkbare zaak heeft bijgestaan die wel is gecompenseerd. Zij heeft hiervan een afschrift met de Commissie en UHT gedeeld.

Vast staat dat de kinderen van belanghebbende opvang hebben genoten in juni 2017. Dit blijkt uit de gegevens van de kinderopvanginstelling (de zogenaamde koi-viewer).

Belanghebbende heeft ter hoorzitting gesteld dat zijn kinderen feitelijk bij hem woonden. Vanwege (echtelijke) omstandigheden heeft hij tijdelijk (op verzoek van de politie) de gezinswoning verlaten, maar zijn kinderen hebben wel bij hem gewoond op zijn (tijdelijke) adres. Vanaf september 2017 is belanghebbende teruggekeerd naar zijn oude woning met zijn kinderen. Hij heeft zijn kinderen, ook vanaf het tijdelijke woonadres, altijd naar school gebracht. De Commissie acht het verhaal van belanghebbende, gelet op de geschetste omstandigheden, aannemelijk.

Dat UHT geen aanvraag van belanghebbende voor KOT in de systemen heeft teruggevonden, maakt het voorgaande niet anders. Immers, een aanvraag kon (digitaal) niet worden voltooid, omdat de kinderen niet stonden ingeschreven op het tijdelijke woonadres van hun vader.

De Commissie is van oordeel dat het mogelijk had moeten zijn, gelet op de geschetste specifieke omstandigheden, een uitzondering te maken op de hoofdregel dat ouder en kind op hetzelfde woonadres moeten zijn ingeschreven om in aanmerking te komen voor KOT (zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 25 oktober 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:7067, r.o: 5.2 en 5.3). De Belastingdienst/Toeslagen had er zorg voor moeten dragen dat een (digitale) aanvraag, ook in het geval ouder (aanvrager) en de kinderen niet op hetzelfde woonadres stonden ingeschreven, voltooid had moeten kunnen worden. Doordat de belanghebbende de aanvraag niet kon voltooien is het nooit tot een besluit van de Belastingdienst/Toeslagen gekomen, waardoor hij ook nooit bezwaar heeft kunnen instellen tegen een (eventuele) afwijzing.

De Commissie komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat de hardheidsclausule van artikel 9.1, eerste lid, van de Wht, gelet op de geschetste bijzondere omstandigheden, toegepast moet worden.

Toeslagjaren 2018 en 2019

Ter hoorzitting heeft gemachtigde aangegeven geen bezwaar meer te hebben tegen de herbeoordeling over de toeslagjaren 2018 en 2019.

Toeslagjaren 2020 en 2021

Tegen de herbeoordeling van de toeslagjaren 2020 en 2021 is geen bezwaar gemaakt.

Proceskostenvergoeding

Gemachtigde heeft ten slotte een verzoek gedaan tot vergoeding van de kosten voor rechtsbijstand. Omdat de bezwaren (gedeeltelijk) gegrond zijn, komt belanghebbende op grond van artikel 7:15 lid 2 Awb in aanmerking voor toekenning van een proceskostenvergoeding.

Conclusie

Gelet op het vorenstaande adviseert de Commissie:

  • het bestreden besluit te herroepen met inachtneming van de overwegingen van de Commissie;
  • een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Secretaris

Fungerend voorzitter