Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13596

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 30 mei 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 6 november 2025

Overdracht advies aan UHT: 3 februari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht is gericht tegen de door UHT genomen beschikking van 30 mei 2023 met kenmerk UHT-DCH.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.391 voor de toeslagjaren 2010, 2011 en 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 19 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende het toeslagjaar 2009 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • Bij brief van 11 april 2023 heeft UHT over de toeslagjaren 2010, 2011 en 2012 aan belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van € 33.242.
  • Bij de bestreden beschikking heeft UHT aan belanghebbende een compensatie toegekend van € 33.391 wegens vooringenomenheid over de toeslagjaren 2010, 2011 en 2012.
  • Gemachtigde heeft op 22 juni 2023 per brief tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 30 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 18 augustus 2025 heeft gemachtigde het bezwaarschrift per brief aangevuld.
  • Op 6 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gevoegd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid heeft het bezwaar van belanghebbende behandeld en het hierna volgende advies aan UHT opgesteld.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Motivering en andere beginselen van behoorlijk bestuur

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken - waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) - en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van de bestreden besluiten behoeft in dit geval geen beantwoording. De nadere toelichting over de voorbereiding en motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.

Het toeslagjaar 2009

Ten aanzien van het jaar 2009 stelt belanghebbende in het aanvullend bezwaarschrift dat hij op zijn aanvraag om KOT geen definitieve beschikking heeft ontvangen. Hij heeft, anders dan UHT stelt, ook geen wijzigingen op zijn aanvraag doorgevoerd. Wel heeft belanghebbende altijd antwoord gegeven op de uitvraagbrieven die hij van de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) ontving.

De Commissie begrijpt het bezwaar van belanghebbende zo dat hij meent dat de KOT voor het toeslagjaar ten onrechte is verlaagd en dat hij bij die verlaging vooringenomen is behandeld. Belanghebbende stelt in zijn aanvullend bezwaarschrift dat hij aanmaningen ontving nadat B/T de KOT voor het jaar 2009 in 2012 had verlaagd. Ook stelt belanghebbende in zijn aanvullend bezwaarschrift dat hij contact met B/T heeft gezocht in de hoop dat de terugvordering op nihil zou worden gesteld, hetgeen niet is gebeurd. Ook verzocht hij om betalingsregelingen. Belanghebbende maakt tegen deze achtergrond aanspraak op een vergoeding wegens hardheid en een vergoeding Opzet / Grove Schuld (hierna: O/GS).

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de aanpassing van de KOT voor het toeslagjaar 2009 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld. De aanpassing van de KOT over het toeslagjaar 2009 werd gedaan nadat belanghebbende niet op een gebruikelijke uitvraag van B/T heeft gereageerd.

Belanghebbende werd op 31 augustus 2011 en 13 maart 2012 om informatie verzocht met betrekking tot de relatie met het derde kind waarvoor KOT was aangevraagd, te weten het pleegkind van belanghebbende. Nadat belanghebbende niet reageerde op deze informatieverzoeken, is de KOT door B/T opnieuw berekend. B/T heeft belanghebbende op 22 mei 2012 laten weten voornemens te zijn de KOT aan te passen. Ook op deze aankondiging heeft belanghebbende niet gereageerd. Daarna is de KOT op 7 juli 2012 met € 1.743 verlaagd en definitief vastgesteld. Een dergelijke aanpassing geeft in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ten aanzien van het toeslagjaar 2009 ongegrond te verklaren.

Het toeslagjaar 2012

Belanghebbende heeft bevestigd dat hij in 2012 de KOT zelf heeft stopgezet. Belanghebbende was bevreesd dat de problemen met de KOT, zoals die door vooringenomen handelen van B/T met betrekking tot de toeslagjaren 2010, 2011 en 2012 al waren ontstaan verder zouden verergeren en dat meer terugvorderingen zouden volgen. Belanghebbende wenst in dit licht in aanmerking te komen voor een aanvullende vergoeding op grond van hardheid.

De Commissie overweegt dat op grond van artikel 2.1 lid 1 van de Wht compensatie wordt toegekend aan een aanvrager van KOT. De Commissie is van oordeel dat, nu belanghebbende de KOT zelf heeft stopgezet, hij vanaf dat moment geen aanvrager meer was van KOT is als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wht. Om die reden kan er in het kader van de onderhavige bezwaarprocedure geen compensatie worden geboden. De Commissie merkt op dat deze bezwaarschriftprocedure enkel betrekking heeft op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade die, als gevolg van onrechtmatig handelen van B/T jegens belanghebbende, is ontstaan. Uit de artikelen 2.1 lid 3 WHT en artikel 5.2 Wht volgt dat belanghebbende zich voor vergoeding van die schade kan wenden tot de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS). Belanghebbende kan zich aanmelden bij CWS via het nieuwe aanmeldportaal. De Commissie kan het standpunt van UHT volgen en adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

Hardheid en O/GS

Belanghebbende is op grond van vooringenomenheid gecompenseerd voor de jaren 2010, 2011 en 2012. Hij zoekt in deze bezwaarprocedure verdere erkenning van de fouten die B/T in de jaren 2010, 2011 en 2012 jegens hem heeft gemaakt.

Belanghebbende stelt dat hij aan B/T heeft gevraagd om persoonlijke betalingsregelingen te treffen of openstaande vorderingen met nadien toegekende KOT te verrekenen.

Naast compensatie op grond van vooringenomenheid, wenst belanghebbende voor de jaren 2010, 2011 en 2012 ook in aanmerking te komen voor compensatie op grond van hardheid en een O/GS-vergoeding.

Uit de memorie van toelichting bij de Wht volgt dat sprake is van hardheid van het stelsel als de KOT op nihil is vastgesteld in plaats van naar rato van het bedrag van de kosten waarvan de aanvrager van KOT heeft aangetoond dat deze tijdig zijn betaald aan de kinderopvangorganisatie. Ook is er sprake van hardheid van het stelsel bij de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden waarbij de KOT in zijn geheel is teruggevorderd en deze terugvordering onevenredig was in verhouding tot de met die terugvordering te dienen doelen. Van bijzondere omstandigheden is bijvoorbeeld sprake als:

  • een derde identiteitsfraude pleegt en op naam en buiten medeweten van de belanghebbende de toeslag aanvraagt en de toeslag aantoonbaar – geheel of gedeeltelijk – niet ten goede komt aan de belanghebbende;
  • een derde, bijvoorbeeld een kinderopvangorganisatie, op een andere wijze fraudeert zonder medeweten en (directe) betrokkenheid van de belanghebbende; of
  • een door belanghebbende redelijkerwijze niet (meer) te herstellen geringe formele tekortkoming, zoals het ontbreken van een handtekening in een contract, heeft geleid tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor het recht op KOT, terwijl aan alle materiële eisen voor de KOT is voldaan – tenzij de belanghebbende na herhaalde verzoeken van verweerder de geringe formele tekortkoming niet heeft hersteld, terwijl hij daartoe wel in de gelegenheid was. Verder blijkt uit de toelichting dat de financiële situatie of financiële problemen van een belanghebbende, die terugbetaling van toeslagen verhinderden, in het algemeen niet zullen leiden tot de conclusie dat diegene gedupeerd is door hardheid van het stelsel. Voor deze situatie bestaat de mogelijkheid van een (persoonlijke) betalingsregeling, waarover hierna meer. De Commissie volgt UHT in het standpunt dat in dit geval, in het geval van belanghebbende, geen aanspraak bestaat op compensatie wegens hardheid van het stelsel. Verder overweegt de Commissie dat UHT geen document heeft aangetroffen waarin dergelijk verzoek om een betalingsregeling is neergelegd. Ook uit andere omstandigheden is deze stelling de Commissie niet aannemelijk geworden. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Beslagvrije voet

Belanghebbende voert aan dat hij, naar de Commissie begrijpt, op grond van hardheid in aanmerking komt voor een compensatie van de schade die hij heeft geleden als gevolg van de verrekeningen van de terugvordering van KOT met nadien toegekende toeslagen (waaronder de toegekende KOT). De B/T heeft, volgens belanghebbende, bij deze verrekeningen geen rekening gehouden met de beslagvrije voet. De toeslagen (waaronder de toegekende KOT) zijn niet (volledig) aan belanghebbende uitbetaald.

De Commissie overweegt dat uit de betaal-en verrekenoverzichten die zich in het bezwaardossier bevinden volgt dat B/T in de beoordeelde toeslagjaren geen verrekeningen heeft uitgevoerd. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Ambtshalve heroverweging van het bestreden besluit.

In haar schriftelijke beschouwing heeft UHT de compensatieberekening voor de toeslagjaren 2009, 2010 en 2012 gecontroleerd en haar bevindingen toegelicht. Daarbij heeft UHT vastgesteld dat zij de toeslagrente (in de compensatieberekening aangeduid als component o) onjuist heeft berekend en te laag heeft vastgesteld. Bij een juiste hantering van de einddatum van deze vergoeding valt de te vergoeden rente in alle jaren hoger uit dan in de compensatieberekening die aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd.

Met UHT is de Commissie van oordeel dat de aan belanghebbende toekomende toeslagrente te laag is vastgesteld. Zij heeft met instemming kennisgenomen van het voornemen van UHT om de toeslagrente bij de beslissing op bezwaar bij te stellen. Ook de aan belanghebbende toekomende immateriële schadevergoeding en de aanvullende vergoeding van 1% zullen als gevolg van deze wijziging in het voordeel van belanghebbende worden aangepast bij de beslissing op bezwaar. De Commissie zal UHT daarom adviseren de bezwaren ten aanzien van de compensatieberekening gegrond te verklaren.

Proceskostenvergoeding

Nu het bestreden besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarprocedure met betrekking tot dat besluit. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie een proceskostenvergoeding toe te kennen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter