BAC 2023-13591
Publicatiedatum 13-08-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 19 mei 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 12 januari 2026
Overdracht advies aan UHT: 26 januari 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 19 mei 2023 (UHT-DCHA). Deze beschikking wordt hierna aangeduid als het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2006 tot en met 2009.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 18 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2006 tot en met 2012. In overleg met de persoonlijk zaakbehandelaar is dit beperkt tot de jaren 2006 tot en met 2009.
- UHT heeft bij brief van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 19 april 2023 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW is van oordeel dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1 lid 1 Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009.
- UHT heeft bij bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2006 tot en met 2009.
- Belanghebbende heeft bij brief van 15 juni 2023, ingekomen op 23 juni 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 14 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 12 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, direct na de hoorzitting de jaaropgaven van toeslagjaar 2007 en 2008 en de kinderopvanggegevens uit KOI-viewer van 2009 aan belanghebbende toegezonden.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Geen vooringenomen handelen of hardheid
Uit de stukken in het dossier maakt de Commissie op dat de verlagingen van de KOT voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009 zijn gebaseerd op door belanghebbende zelf doorgegeven wijzigingen en toegezonden jaaropgaven, inkomenswijzigingen en/of op de kinderopvanggegevens. Er zijn geen aanwijzingen dat die gegevens onjuist of onvolledig zijn.
B/T heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag daarbij vertrouwen op bijvoorbeeld de inkomensgegevens van ouders die in het systeem van de belastingdienst zijn verwerkt en de gegevens die ouders en kinderopvanginstellingen verstrekken.
In zijn bezwaar stelt belanghebbende dat B/T bij de definitieve vaststelling van de KOT voor de toeslagjaren 2006, 2007, 2008 en 2009 de gegevens van de voor belanghebbende onbekende kinderopvanginstelling (hierna: KOI) [naam 1] heeft gebruikt. Op basis van die (onjuiste) gegevens zou KOT zijn teruggevorderd, aldus belanghebbende.
Na bestudering van de stukken in het dossier, en zoals nader toegelicht door UHT in de hoorzitting, zijn de aanpassingen van de KOT voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009 gebaseerd op de jaaropgaven die de B/T heeft ontvangen van KOI [naam 2] te Oosterbeek. Waarom in de stukken al naam van de kinderopvangstelling [naam 1] opduikt is door UHT onderzocht, daar is geen verklaring voor gevonden.
De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2009 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT waren gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in dit geval anders te oordelen. Verder is er ook geen sprake geweest van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat ook hierop geen aanspraak kan worden gemaakt. Dat de naam [naam 1] op sommige stukken in het dossier staat vermeld heeft naar het oordeel van de Commissie geen invloed van betekenis op toekenning en bepaling van de KOT voor belanghebbende gehad.
De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter