Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13461

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 april 2023 (UHT-DCH ZV)

Hoorzitting: 11 juni 2025

Overdracht advies aan UHT: 10 juli 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 51.061,- voor de jaren 2006, 2009, 2014, 2015 en 2016 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2007, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2017.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 mei 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT). Op verzoek van gemachtigde zijn de jaren 2005 tot en met 2007 en 2009 tot en met 2017 herbeoordeeld.
  • UHT heeft bij beschikking van 10 juni 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 13 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, Wht niet van toepassing is voor de jaren 2005, 2007, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2017 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende geen compensatie toegekend voor de jaren 2005, 2007, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2017.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 51.061,- voor de jaren 2006, 2009, 2014, 2015 en 2016.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 5 juni 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 19 april 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 27 mei 2025 aanvullende stukken toegestuurd.
  • Op 11 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 11 juni 2025 nadere stukken ingediend. Gemachtigde heeft daar op 26 juni 2025 op gereageerd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2006, 2009, 2014, 2015 en 2016 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2005, 2007, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2017 af te wijzen.

Besluit niet toegezonden aan gemachtigde

Belanghebbende stelt dat het bestreden besluit niet op juiste wijze is bekendgemaakt omdat het naar haar is verzonden in plaats van naar haar gemachtigde. Daarom is het besluit nog niet in werking getreden en loopt de bij uitspraak van 26 januari 2023 opgelegde dwangsom nog steeds door, danwel dient deze doorberekend te worden tot de datum van het bezwaarschrift van 5 juni 2023.

De Commissie stelt vast dat zij alleen adviseert over de compensatiebeschikking en niet over de dwangsom en de hoogte daarvan; dit valt buiten haar adviseringsbereik. Zij zal daarom geen standpunt innemen omtrent deze kwestie.

Persoonlijk dossier

Belanghebbende stelt dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad, omdat ze niet de beschikking krijgt over haar persoonlijk dossier en een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.

De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke beschouwing en de onderliggende stukken zijn op 26 maart 2025 aan gemachtigde toegezonden. Tot deze stukken behoren onder meer de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (LIC), het Informatie- en beoordelingsformulier inclusief de tijdlijn en de berekening van de component ‘rentevergoeding over gemiste kinderopvangtoeslag’. De Commissie vindt dat met het toezenden van deze stukken is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen.

Dat kan anders zijn als de belanghebbende een duidelijk aanknopingspunt geeft waarom het persoonlijk dossier moet worden afgewacht. Dat is hier niet gebeurd. De enkele opmerking dat bij onbekendheid van de stukken in dat dossier het mogelijk is dat er nog relevante informatie ontbreekt, is niet voldoende. Nu de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn toegezonden is van een motiveringsgebrek zoals belanghebbende betoogt naar de Commissie meent geen sprake. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

De compensatieberekening over de jaren 2006, 2009, 2014, 2015 en 2016

In de beschouwing stelt UHT zich op het standpunt dat de rentevergoeding over gemiste KOT onjuist is berekend en te laag is vastgesteld voor de jaren 2006, 2014, 2015 en 2016. Dit leidt tot een aanvullende compensatie. Voor 2009 is de berekening wel juist. Het bezwaar is volgens UHT op dit punt gegrond en daardoor zal de vergoeding voor immateriële schade worden berekend tot de datum van het besluit op bezwaar. Ook zal de aanvullende vergoeding van 1% worden aangepast.

De Commissie neemt hiervan met instemming kennis en zal dienovereenkomstig adviseren.

Toeslagjaar 2011

Over 2011 is aan belanghebbende geen compensatie toegekend. Niet ter discussie staat dat er over 2011 sprake is van vooringenomen handelen door zonder voorafgaande uitvraag geen KOT toe te kennen voor kind 3. Uit de overgelegde jaaropgaaf 2011 blijkt echter dat voor kind 3 in 2011 geen sprake was van opvang. Belanghebbende betwist dit met de aanvullende stukken toegestuurd op 27 mei 2025.

De Commissie overweegt dat uit deze stukken niet blijkt van opvang van kind 3 in 2011. In het besluit van de gemeente Capelle aan den IJssel van 26 januari 2011 is alleen een voorlopige tegemoetkoming kosten kinderopvang voor 2011 toegekend voor kind. Dit komt overeen met het door belanghebbende ingezonden Antwoordformulier (productie 36) en het daarbij gevoegde Jaaroverzicht 2011, waaruit alleen opvang blijkt voor kind. De Commissie ziet daarom geen aanleiding om te adviseren dat belanghebbende over 2011 alsnog compensatie toekomt.

Toeslagjaar 2012

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat UHT onvoldoende heeft gemotiveerd dat er sprake was van reguliere wijzigingen die door belanghebbende zelf zijn doorgevoerd.

Volgens de melding van 22-11-2012 in de tijdlijn (pagina 15 Informatie- en beoordelingsformulier) heeft belanghebbende de opvanguren van kind gewijzigd naar 46 uren BSO per maand vanaf 1 december 2012. Op de hoorzitting is besproken dat kind 4 jaar is geworden op 29 september 2012. Een wijziging van dagopvang (230 uren) naar BSO (46 uren) ligt daarom in de rede. De KOT 2012 is bij voorschotbeschikking van 29 december 2011 vastgesteld op grond van automatische continuering voor 230 uur dagopvang per maand op grond van eerder door belanghebbende doorgegeven gegevens. In de definitieve beschikking van 6 maart 2015 is KOT toegekend voor dagopvang in de periode van 1 januari tot en met 30 november 2012 en voor BSO in de periode 1 december 2012 tot en met 31 december 2012, conform de wijziging van 22-11-2012.

Blijkens de KOI-viewer heeft Kaan gebruik heeft gemaakt van BSO in de periode van 3 september 2012 tot en met 31 december 2012 voor 47,5 uren per maand. Dit komt overeen met de gegevens in de tijdlijn waar gemachtigde op heeft gewezen.

De Commissie stelt vast dat de omstandigheid dat volgens de KOI-viewer minder opvang heeft plaatsgevonden, geen effect heeft gehad op de toegekende KOT. De beschikking is in het voordeel van belanghebbende geweest.

Benadeling door automatische continuering, toeslagjaren 2011, 2012, 2013 en 2017 Belanghebbende stelt financieel benadeeld te zijn door de automatische continuering van de KOT over deze toeslagjaren.

Het gegeven dat de KOT voor het volgende (toeslag)jaar automatisch is gecontinueerd, maakt naar het oordeel van de Commissie niet dat er om die reden sprake is van institutioneel vooringenomen handelen

Proceskostenvergoeding

Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • De bestreden beschikking te herroepen en de compensatieberekening als volgt aan te passen:
    • de vergoeding voor immateriële schade te berekenen tot en met de datum van het besluit op bezwaar;
    • de rente over de gemiste KOT aan te passen conform de bijlage compensatieberekening bij de beschouwing;
    • de aanvullende vergoeding van 1% opnieuw vast te stellen.
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter