Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13442

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 20 april 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 7 mei 2026

Overdracht advies aan UHT: 26 mei 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking kinderopvangtoeslag (hierna: het bestreden besluit).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend van € 32.154 over de toeslagjaren 2010 en 2011.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2005 tot en met 2014.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 31 januari 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de toeslagjaren 2005 tot en met 2009 en 2012 tot en met 2014 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • In het voorlopig besluit van 14 februari 2023 met kenmerk UHT-VCH heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2010 en 2011 recht heeft op compensatie van € 32.451. Over de toeslagjaren 2005 tot en met 2009, 2012, 2013 en 2014 ontvangt zij geen compensatie.
  • In de definitieve beschikking van 20 april 2023 met kenmerk UHT-DCH heeft UHT aan belanghebbende medegedeeld dat zij over de toeslagjaren 2010 en 2011
  • recht heeft op compensatie ter hoogte van € 32.154. Over de toeslagjaren 2005 tot en met 2009, 2012, 2013 en 2014 ontvangt zij geen compensatie.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 24 mei 2023 tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
  • UHT heeft op 8 juli 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 7 mei 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en twee commissieleden.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende betoogt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen. Voor zover het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of gemotiveerd, kan UHT naar het oordeel van de Commissie de gebreken herstellen aan de hand van wat daarover in de beschouwing is opgemerkt.

Toeslagjaar 2005

De Commissie constateert dat uit de voorhanden gegevens niet is gebleken dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd of uitgekeerd heeft gekregen. Er zijn dan ook geen neerwaartse correcties over het toeslagjaar 2005. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat zij over het toeslagjaar 2005 KOT heeft aangevraagd en ontvangen en dat zij deze heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van de Belastingdienst /Toeslagen (hierna B/T), die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2006

De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over het toeslagjaar 2006. Belanghebbende heeft voor 90 uren in de maand kinderopvang genoten en B/T heeft dit in de definitieve beschikking verwerkt. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van B/T die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2007

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2007 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvordering KOT over dit jaar was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend. Ten aanzien van toeslagjaar 2007 heeft één neerwaartse correctie plaatsgevonden. Dit was het gevolg van informatie vanuit de gemeente/UWV waarbij is doorgegeven dat er een bijdrage wordt geleverd aan de opvangkosten. De bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS), zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2008

De Commissie constateert er dat er twee neerwaartse correcties hebben plaatsgevonden. De eerste neerwaartse correctie ziet op informatie waarbij belanghebbende de toeslag voor een van de kinderen per 1 mei 2008 heeft stopgezet. De tweede neerwaartse correctie is het resultaat van informatie die is verkregen vanuit de kinderopvanginstelling. Op basis hiervan zijn de opvanguren, het tarief en de opvangperiode aangepast. Dit zijn reguliere wijzigingen. Deze bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2008 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2009

De Commissie constateert dat uit de voorhanden zijnde gegevens niet is gebleken van neerwaartse correcties in de KOT over het toeslagjaar 2009. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van B/T, die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2012

De Commissie constateert dat uit de voorhanden gegevens niet is gebleken dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd of uitgekeerd heeft gekregen. Belanghebbende stelt dat zij geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd omdat de Belastingdienst/Toeslagen in de voorafgaande periode vooringenomen heeft gehandeld. Als belanghebbende niet heeft betaald voor geregistreerde opvang in het jaar waarover zij geen kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd, is er geen recht op compensatie.

Belanghebbende kan wel een verzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade indienen. De bezwaarschriftprocedure over integrale beoordelingsbesluiten heeft alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, vermeld in Home Schadeherstel Toeslagen. Belanghebbende heeft erkend dat in 2012 geen opvang is afgenomen en dat dit door familie gebeurde. Over dit toeslagjaar is dan ook geen sprake van schade die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2013
De Commissie constateert dat uit de voorhanden gegevens niet is gebleken dat belanghebbende KOT heeft aangevraagd of uitgekeerd heeft gekregen. Er zijn ook geen neerwaartse correcties over het toeslagjaar 2013. Belanghebbende heeft ook niet gesteld dat zij over 2013 KOT heeft aangevraagd en ontvangen en dat zij deze heeft moeten terugbetalen. Het is dus niet aannemelijk dat belanghebbende over dit toeslagjaar schade heeft geleden ten gevolge van het handelen van B/T die op grond van de Wht tot compensatie kan leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Toeslagjaar 2014

De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat de B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaar 2014 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. Ten aanzien van toeslagjaar 2014 hebben er twee neerwaartse correcties plaatsgevonden. De eerste neerwaartse correctie was het gevolg van de stopzetting van de kinderopvangtoeslag. De tweede neerwaartse correctie is het gevolg van een stijging van het gezamenlijke toetsingsinkomen. De bijstelling is in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen. Er was ook geen onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS), zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Rentevergoeding over gemiste KOT (component o)

UHT heeft geconstateerd dat er een onjuiste einddatum is gehanteerd voor het berekenen van de rentevergoeding over gemiste KOT en dat deze component onterecht is vastgesteld op € 5.048. Met de juiste einddatum zou de rentevergoeding over gemiste KOT uitkomen op € 5.059. De Commissie onderschrijf het standpunt van UHT, dat er een onjuiste einddatum is gehanteerd. De Commissie adviseert daarom de berekening van de rentevergoeding over gemiste KOT aan te passen in de beslissing op bezwaar.

Immateriële schadevergoeding (component n)

Wat betreft de vergoeding voor immateriële schade is, zoals UHT ook in de schriftelijke beschouwing heeft verklaard, een onjuiste startdatum en einddatum gehanteerd.

UHT is voornemens om de onjuiste berekening aan te passen. Nu het bezwaar gegrond is, adviseert de Commissie UHT om de vergoeding voorimmateriële schade te berekenen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar.

Aanvullende vergoeding van 1 procent (component p)

Het advies van de Commissie om de compensatieberekening op componenten o en n aan te passen, leidt ertoe dat ook de aanvullende vergoeding van 1 procent over een aldus gewijzigd subtotaal moet worden berekend in de beslissing op bezwaar.

Vergoeding van de kosten van rechtsbijstand

Gemachtigde heeft verzocht om toekenning van een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand voor deze bezwaarprocedure. Nu het bezwaar gegrond is adviseert de Commissie een vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:

  • de rentevergoeding over de gemiste kinderopvangtoeslagjaar 2011 te corrigeren.
  • de vergoeding voor immateriële schadevergoeding te berekenen tot de dagtekening van de beslissing op bezwaar.
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter