Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13432

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 4 april 2023 (UHT-DCH)

Hoorzitting: 11 augustus 2025 om 13:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 augustus 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €42.628,- voor de jaren 2007, 2009 en 2012 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2010, 2011, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 25 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2010, 2011, 2012, 2013, 2016 en 2017.
  • UHT heeft bij beschikking van 22 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 5 december 2022 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2008, 2010, 2011, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €42.079,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €42.628,- voor de jaren 2007, 2009 en 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 15 mei 2023, ingekomen op 15 mei 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 oktober 2023 het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 10 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • UHT heeft op 6 augustus 2025 een nadere schriftelijke reactie ingezonden.
  • Op 11 augustus 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd. Ter gelegenheid van de hoorzitting heeft de Commissie UHT verzocht de nadere schriftelijke reactie alsnog over te leggen, aan welk verzoek UHT diezelfde dag gevolg heeft gegeven.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Vaststaande feiten (voor zover relevant)

Toeslagjaar 2007

  • Voor toeslagjaar 2007 is belanghebbende gecompenseerd vanwege vooringenomen handelen.

Toeslagjaar 2008

  • Vanwege reguliere wijzigingen is de KOT over toeslagjaar 2008 diverse malen gewijzigd, van €19.320,- (voorschotbeschikking) naar uiteindelijk €21.787,-(definitieve beschikking). Van de KOT is €17.799,- uitbetaald aan de kinderopvanginstelling. De werkelijke kosten van de kinderopvang waren €22.969,40. Er was geen sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2009

  • Voor toeslagjaar 2009 is belanghebbende gecompenseerd vanwege vooringenomen handelen. Toeslagjaar 2010 Vanwege reguliere wijzigingen (stopzetting door belanghebbende per 1 januari 2010) is de KOT over toeslagjaar 2010 gewijzigd van €20.638,-(voorschotbeschikking automatische continuering) naar nihil. Er was sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer, maar er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die van invloed zijn geweest op de terugvordering. De reden van terugbetalen was niet het niet (tijdig) betalen van een deel van de kosten voor kinderopvang. Ook was geen sprake van een kleine formele tekortkoming. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2011

  • In toeslagjaar 2011 heeft belanghebbende geen KOT ontvangen. Vanwege de stopzetting door belanghebbende per 1 januari 2010 is de KOT niet automatisch gecontinueerd en, omdat geen nieuwe aanvraag is gedaan, ook niet (opnieuw) toegekend. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2012

  • Voor toeslagjaar 2012 is belanghebbende gecompenseerd vanwege vooringenomen handelen.

Toeslagjaar 2013

  • Omdat belanghebbende in toeslagjaar 2012 KOT heeft ontvangen, wordt voor toeslagjaar 2013 de KOT bij voorschotbeschikking automatische continuering vastgesteld op €12.767,-. Vanwege reguliere wijzigingen (stopzetting door belanghebbende per 1 januari 2013) wordt de KOT op nihil gesteld. In dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen kinderopvang afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Er was sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer, maar er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die van invloed zijn geweest op de terugvordering. De reden van terugbetalen was niet het niet (tijdig) betalen van een deel van de kosten voor kinderopvang. Ook was geen sprake van een kleine formele tekortkoming. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2014

  • Ten aanzien van dit toeslagjaar heeft UHT vastgesteld dat Belastingdienst/Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld door niet voldoende uitvraag te doen. In dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen kinderopvang afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Er was geen sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2015

  • Ten aanzien van dit toeslagjaar heeft UHT vastgesteld dat Belastingdienst/Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld door niet voldoende uitvraag te doen. In dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen kinderopvang afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Er was geen sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2016

  • Ten aanzien van dit toeslagjaar heeft UHT vastgesteld dat Belastingdienst/Toeslagen vooringenomen heeft gehandeld door niet voldoende uitvraag te doen. In dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen kinderopvang afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Er was geen sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Toeslagjaar 2017

  • In dit toeslagjaar heeft belanghebbende geen KOT aangevraagd en geen kinderopvang afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Er was geen sprake van een terugvordering of verlaging van de KOT van €1.500,- of meer. Er was geen sprake van een onterechte kwalificatie opzet / grove schuld.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2008, 2010, 2011, 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 af te wijzen.

Dossier en motivering

De beschouwing en de daaraan ten grondslag liggende stukken zijn aan belanghebbende toegezonden. De Commissie vindt dat UHT hiermee heeft voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Ten aanzien van de motivering van het bestreden besluit is de Commissie van oordeel dat UHT met haar beschouwing, de op de zaak betrekking hebbende stukken en de ter gelegenheid van de hoorzitting gegeven toelichting, de berekeningen van het compensatiebedrag en haar beslissing om geen compensatie toe te kennen voor de jaren 2008, 2010, 2011 en 2013 tot en met 2017, voldoende heeft onderbouwd. De stukken die belanghebbende in haar aanvullend bezwaarschrift van 31 juli 2025 noemt, bevinden zich al in het dossier of zijn niet bepalend voor de uitkomst van de zaak. De Commissie adviseert UHT om deze onderdelen van het bezwaar ongegrond te verklaren

Toegekende jaren 2007, 2009 en 2012

Belanghebbende heeft aangegeven dat niet inzichtelijk gemaakt is hoe het compensatiebedrag voor de toeslagjaren 2007, 2009 en 2012 tot stand gekomen is. In haar beschouwing heeft UHT toegelicht hoe het compensatiebedrag tot stand gekomen is, waarbij zij specifiek is ingegaan op de componenten D, G, I, N en O. De Commissie is van oordeel dat deze, overigens niet meer gemotiveerd door belanghebbende bestreden, toelichting navolgbaar en begrijpelijk is en steun vindt in de op de zaak betrekking hebbende stukken. De Commissie adviseert UHT om deze onderdelen van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afgewezen compensatie voor de jaren 2008, 2010, 2011, 2013, 2014 en 2017

De Commissie overweegt dat de CvW in haar advies heeft geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat B/T voor de toeslagjaren 2008, 2010, 2011, 2013, 2014 en 2017 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat sprake is geweest van onbillijkheden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b Wht. Het ligt dan op de weg van belanghebbende om aannemelijk te maken dat bij de vaststelling van de aanspraak op KOT wel sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen of van de hiervoor bedoelde onbillijkheden. Belanghebbende stelt daartoe dat uit een zogenaamd XML-bestand volgt dat niet belanghebbende, maar B/T de KOT voor toeslagjaar 2010 heeft stopgezet. UHT heeft toegelicht dat in één van de regels van het XML-bestand de letter ‘W’ voorkomt en dat dit betekent dat belanghebbende de KOT zelf heeft stopgezet. Als B/T dit doet dan komt de tekst ‘USER ID’ in het XML-bestand te staan. Belanghebbende heeft deze toelichting, die navolgbaar en begrijpelijk is, niet inhoudelijk bestreden en geen andere argumenten aangevoerd die haar stellingen ondersteunen. Daarmee heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat B/T institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat de hiervoor bedoelde onbillijkheden zich hebben voorgedaan. De Commissie adviseert UHT om deze onderdelen van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Afgewezen compensatie voor de jaren 2015 en 2016

Ten aanzien van de toeslagjaren 2015 en 2016 is wel vooringenomen handelen door B/T vastgesteld, omdat die niet voldoende heeft uitgevraagd. Uit het dossier volgt echter dat in de betreffende toeslagjaren geen kinderopvang is afgenomen van een gekwalificeerde kinderopvanginstelling. Hierdoor had belanghebbende evident geen recht op KOT. Dit maakt dat zij, ondanks de fouten van B/T, niet in aanmerking komt voor compensatie.

Omdat geen terugvorderingen van €1.500,- of meer hebben plaatsgevonden waarvoor de reden niet gelegen was in het niet (tijdig) betalen van een deel van de kosten voor kinderopvang, of sprake was van bijzondere omstandigheden die van invloed zijn geweest op de terugvordering, komt belanghebbende ook geen beroep toe op de hardheidsregeling. Aangezien in de betrokken toeslagjaren ook geen sprake is geweest van een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld, kan belanghebbende ook aan deze regeling geen tegemoetkoming ontlenen. De Commissie adviseert UHT om deze onderdelen van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Proceskosten

Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter