BAC 2023-13421
Publicatiedatum 03-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 11 april 2023 (UHT-DCH), 12 april 2023 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: n.v.t.
Overdracht advies aan UHT: 1 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de bezwaren in de onderhavige zaak gedeeltelijk gegrond te verklaren, het bestreden besluit met kenmerk UHT-DCH deels te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. De Commissie adviseert om de bezwaren, gericht tegen het besluit met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren en dit besluit in stand te laten. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking herbeoordeling kinderopvangtoeslag en definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS)
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 43.681 over de toeslagjaren 2012, 2018 en 2019 en een tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van € 1.367 over het toeslagjaar 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 24 juni 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de toeslagjaren 2016 tot en met 2019. In overleg met belanghebbende is dit verzoek gewijzigd naar de toeslagjaren 2012 tot en met 2015, 2018 en 2019.
- UHT heeft bij beschikking van 18 mei 2022, met kenmerk UHT-B DMB2, aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 (Catshuisregeling), maar dat de herbeoordeling nog niet klaar is.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 3 februari 2023, met kenmerk UHT-VCH, aan belanghebbende een voorlopige compensatie toegekend voor een bedrag van € 44.627.
- UHT heeft bij beschikking van 11 april 2023, met kenmerk UHT-DCH, aan belanghebbende een definitieve compensatie toegekend voor een bedrag van €43.681 wegens vooringenomenheid over de toeslagjaren 2012, 2018 en 2019.
- UHT heeft bij beschikking van 12 april 2023, met kenmerk UHT-O OGS B, aan belanghebbende een definitieve tegemoetkoming toegekend voor een bedrag van € 1.367 wegens een onterechte kwalificatie O/GS over het toeslagjaar 2014.
- Gemachtigde heeft bij brieven van 16 mei 2023, ingekomen op 17 mei 2023, bezwaar ingediend tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DCH en UHT-O OGS B.
- UHT heeft op 3 juli 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 26 juni 2025 heeft gemachtigde de Commissie geïnformeerd dat belanghebbende afziet van het recht om te worden gehoord. De Commissie heeft partijen diezelfde dag geïnformeerd dat zij overgaat tot advisering op basis van de in het dossier aanwezige stukken.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaren ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Zorgvuldigheidsbeginsel en compleetheid dossier
Belanghebbende stelt dat de besluiten onzorgvuldig zijn genomen, nu zij geen volledig dossier heeft ontvangen. UHT merkt in haar beschouwing op dat het bezwaardossier inmiddels aan belanghebbende is verstuurd en alle relevante stukken voor de huidige procedure bevat.
Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding van de bestreden besluiten, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.
UHT heeft het recht op compensatie per niet eerder toegekend toeslagjaar opnieuw beoordeeld. Over toeslagjaar 2013 hebben geen neerwaartse bijstellingen plaatsgevonden. Hierdoor kan over dit toeslagjaar geen sprake zijn van vooringenomen handelen of hardheid. Naar het oordeel van de Commissie heeft UHT terecht geconcludeerd dat over toeslagjaar geen sprake is van vooringenomenheid of hardheid. De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
De KOT over toeslagjaar 2014 is automatisch gecontinueerd bij voorschot van 27 december 2013. De KOT wordt bij voorschotbeschikking van 27 februari 2015 op nihil beschikt. Deze nihilbeschikking kwam voort uit informatie die de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) ontving over de leeftijd van het kind van belanghebbende. Het kind had de leeftijd bereikt dat het vervolgonderwijs ging volgen en te oud was voor het recht op KOT. Belanghebbende heeft zelf bevestigd dat haar kind naar de middelbare school ging. De KOT over toeslagjaar 2014 is op 5 oktober 2018 definitief op nihil beschikt.
De KOT over toeslagjaar 2015 is ook automatisch gecontinueerd bij voorschot van 27 december 2014. Bij voorschotbeschikking van 21 februari 2015 is de KOT over toeslagjaar 2015 op nihil beschikt vanwege de redenen die hierboven zijn beschreven over het toeslagjaar 2014. De KOT over toeslagjaar 2015 is op 5 oktober 2018 definitief op nihil beschikt.
De Commissie overweegt dat UHT terecht heeft geconcludeerd dat belanghebbende geen recht op compensatie op grond van vooringenomenheid of hardheid over de toeslagjaren 2014 en 2015. De nihilstellingen zijn gebaseerd op informatie die B/T heeft ontvangen en waar zij van uit mocht gaan. Ten overvloede merkt de Commissie op dat belanghebbende over toeslagjaar 2014 wel een O/GS-tegemoetkoming heeft ontvangen.
De Commissie adviseert het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Rentevergoeding over gemiste KOT
UHT heeft ambtshalve de compensatieberekening gecontroleerd. Hierbij is zij tot de conclusie gekomen dat de rentevergoeding over gemiste KOT over de toeslagjaren 2012, 2018 en 2019 onjuist en in het nadeel van belanghebbende is berekend. UHT is voornemens de berekening van deze component in het voordeel van belanghebbende te wijzigen bij het nemen van een beslissing op bezwaar. De Commissie adviseert UHT, in lijn met haar eigen standpunt, om de rentevergoeding over gemiste KOT over de toeslagjaren 2012, 2018 en 2019 in het voordeel van belanghebbende aan te passen en het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
Vergoeding voor immateriele schade
Nu het bezwaar met betrekking tot de rentevergoeding over gemiste KOT gegrond wordt geacht, adviseert de Commissie om de einddatum voor de berekening van de vergoeding voor immateriele schade vast te stellen op de datum van de beslissing op bezwaar en het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
De Commissie adviseert om de aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies en het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie deels gegrond is en het bestreden besluit dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om een proceskostenvergoeding in de bezwaarprocedure met betrekking tot de beschikking met kenmerk UHT-DCH toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om:
- Het bezwaar, gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH, gegrond te verklaren in die zin dat de rentevergoeding over gemiste KOT over de toeslagjaren 2012, 2018 en 2019 wordt aangepast;
- De vergoeding voor immateriele schade te berekenen tot en met de dagtekening van de beslissing op bezwaar;
- De aanvullende vergoeding van 1% van het subtotaal aan te passen;
- De overige bezwaren, gericht tegen de beschikkingen met kenmerk UHT-DCH en UHT-O OGS B, ongegrond te verklaren.
- Een vergoeding voor de proceskosten in de onderhavige procedure toe te kennen.
Secretaris
Fungerend voorzitter