Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13420

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 26 april 2023 (UHT-DCH)

Overdracht advies aan UHT: 28 januari 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 19.919 voor het jaar 2009.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 t/m 2012.
  • UHT heeft bij beschikking van 19 maart 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000 op grond van de Catshuisregeling, en dat de Integrale Herbeoordeling in gang wordt gezet.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 19.919.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 mei 2023, ingekomen op 22 mei 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 28 oktober 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 9 januari 2026 namens belanghebbende aangegeven dat geen behoefte bestaat om het bezwaar tijdens een hoorzitting nader toe te lichten en heeft de Commissie verzocht advies in deze zaak op de stukken te doen.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat UHT bij de totstandkoming van het bestreden besluit heeft gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.

Daaromtrent overweegt de Commissie als volgt. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van het bestreden besluit, kan dat in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

Volledigheid dossier/recht op een eerlijk proces

Belanghebbende voert aan dat zij niet de beschikking heeft over haar volledige dossier. Belanghebbende betoogt dat zij in haar procesbelang is geschaad, omdat ze niet de beschikking heeft over alle op het besluit betrekking hebbende stukken. De Commissie overweegt hierover het volgende. De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals die volgen op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechtbank. Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de LIC-overzichten over de relevante toeslagjaren en het informatie- en beoordelingsformulier, zijn op 29 oktober 2025 aan gemachtigde gezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de op de zaak betrekking hebbende stukken en gelegenheid gehad om daarop te reageren. De Commissie acht het bezwaar daarom op dit onderdeel ongegrond.

Toeslagjaren 2010 en 2011

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat zij over de toeslagjaren 2010 en 2011 ten onrechte niet is gecompenseerd. Volgens belanghebbende volgde zij gedurende deze toeslagjaren een re-integratietraject, waardoor zij kwalificeerde als doelgroeper.

Daarnaast stelt belanghebbende dat over de desbetreffende toeslagjaren sprake is geweest van afname van geregistreerde kinderopvang.

UHT stelt zich op het standpunt dat de nihilstellingen over de desbetreffende toeslagjaren in beginsel als vooringenomen handelingen zijn aan te merken, maar dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie op grond van de Wht aangezien sprake is van ernstige onregelmatigheden. UHT stelt dat belanghebbende immers niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij doelgroeper was en dat uit de KOI-viewer geen gegevens blijken waaruit volgt dat sprake is geweest van afname van geregistreerde kinderopvang.

De Commissie overweegt als volgt. Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Toekenning van compensatie blijft, op grond van artikel 2.1 lid 2 van de Wht, achterwege bij ernstige onregelmatigheden die aan de ouder kunnen worden toegerekend. Dit laatste is onder meer het geval in situaties waarin een belanghebbende evident geen recht had op KOT. Zoals benoemd betoogt UHT dat over de toeslagjaren 2010 en 2011 sprake van zo’n situatie omdat belanghebbende over deze periode niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij een re-integratietraject volgde en dat sprake was van afname van geregistreerde kinderopvang. De Commissie acht het standpunt van UHT dat niet (voldoende) aannemelijk is geworden dat belanghebbende over de toeslagjaren 2010 en 2011 voldeed aan de vereisten om in aanmerking te komen voor KOT, zodat de Commissie de conclusie van UHT dat sprake is van een situatie waarin sprake is van evident geen recht navolgbaar. Hierbij weegt de Commissie mee dat uit de KOI-viewer geen opvanggegevens blijken, belanghebbende geen argumenten heeft aangedragen die aanleiding geven om aan de gegevens uit de KOI-viewer te twijfelen. De voorhanden zijnde stukken bieden daarnaast geen aanknopingspunten die de stelling van belanghebbende nader onderbouwen dat een re-integratietraject onderdeel uitmaakte van de Ziektewetuitkering resp. de Wet werk en bijstand, die belanghebbende over de desbetreffende periode ontving.

Volgens het eigen beleid van UHT kan in uitzonderlijke situaties sprake zijn van hardheid. De Commissie overweegt dat niet, althans onvoldoende, is gebleken dat belanghebbende in zodanige, voor de toepassing van dit beleid relevante, uitzonderlijke omstandigheden heeft verkeerd. De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.

In dit kader is nog relevant dat UHT in haar schriftelijke beschouwing van 28 oktober 2024 het standpunt heeft ingenomen dat belanghebbende over de toeslagjaren 2010 en 2011 aanspraak maakt op een tegemoetkoming voor onterechte opzet/grove schuld (hierna: O/GS). De Commissie adviseert dienovereenkomstig. De Commissie adviseert UHT de bestreden beschikking op dit onderdeel te herroepen en belanghebbende over de toeslagjaren 2010 en 2011 alsnog een tegemoetkoming toe te kennen voor O/GS.

Toeslagjaar 2012

De Commissie overweegt over het toeslagjaar 2012 als volgt. Ingevolge artikel 2.1, lid 1, van de Wht komt voor een compensatie in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van bijzondere hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelwijze van de B/T. Omdat over het toeslagjaar 2012 geen sprake is van een aanvraag voor KOT, komt belanghebbende niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de Wht.

Belanghebbende heeft ook niet betwist dat geen sprake is geweest van een aanvraag voor KOT, en stelt dat zij door toedoen van B/T in de financiële problemen is geraakt en om deze reden geen KOT meer heeft aangevraagd.

Gezien het bovenstaande is de Commissie van opvatting dat belanghebbende over het toeslagjaar 2012 niet in aanmerking komt voor compensatie. Voor zover belanghebbende betoogt dat zij door toedoen van B/T geen KOT meer heeft willen aanvragen, kan zij hiervoor een procedure starten tot vergoeding van werkelijke schade. Hiervoor bestaat binnen het stelsel van de Wht een procedure, waarbij de Commissie Werkelijke Schade een adviserende rol vervult. Sinds 25 november 2025 is hiervoor tevens een nieuw digitaal informatie- en aanmeldportaal via de website schadeherstel.toeslagen.nl.

De hoogte van de compensatieberekening

Belanghebbende betwist de juistheid van de berekening van de hoogte van het bedrag aan compensatie over het toeslagjaar 2009. UHT heeft in haar schriftelijke beschouwing van 28 oktober 2024 opgemerkt dat de rentevergoeding over gemiste KOT (component f) van belanghebbende verkeerd is berekend. De Commissie adviseert UHT dienovereenkomstig om het bezwaar op dit onderdeel gegrond te verklaren. Omdat het bestreden besluit op dit onderdeel zal worden herroepen, adviseert de Commissie UHT om de vergoeding voor immateriële schade en alle hiermee samenhangende componenten eveneens aan te passen conform hetgeen in de compensatieberekening van de schriftelijke beschouwing van 28 oktober 2024 is gesteld. Het bezwaar is in zoverre gegrond.

Proceskostenvergoeding

Nu het bezwaar tegen de bestreden beschikking naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is, adviseert de Commissie om het verzoek om een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand toe te wijzen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren; de bestreden beschikking te herroepen en opnieuw te beslissen met inachtneming van dit advies. Tevens adviseert de Commissie het verzoek om vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter