Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13419

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 23 maart 2023 (UHT-DCH ZV)

Hoorzitting: 9 januari 2025 om 11:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 20 maart 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking van 23 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH-VZ.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van €3.637 welk bedrag op basis van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000 voor het jaar 2009 en de maanden januari tot en met april van het jaar 2012. Er is geen compensatie toegekend voor de jaren 2008, 2010 en 2011 en de maanden mei tot en met december 2012.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 21 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2009 tot en met 2012.
  • UHT heeft bij beschikking van 26 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 24 februari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de jaren 2008, 2010 en 2011 en de maanden mei tot en met december 2012 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH-ZV aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 3.637 welk bedrag op basis van de Catshuisregeling is aangevuld tot € 30.000 voor het jaar 2009 en de maanden januari tot en met april van het jaar 2012.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 4 mei 2023, ingekomen op 10 mei 2023, tegen deze beschikking een voorlopig bezwaarschrift ingediend. Op 7 januari 2024 heeft gemachtigde een aanvullend bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 26 maart 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 9 januari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 21 januari 2025 aan de Commissie en gemachtigde een aanvullend document gezonden. Gemachtigde werd een week de tijd gegund op de aanvullende informatie te reageren. Een reactie van gemachtigde hierop bleef achterwege.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

In het bezwaarschrift heeft belanghebbende allereerst kenbaar gemaakt dat zij over haar persoonlijk dossier wenst te beschikken. Verder stelt belanghebbende dat de aan haar ter beschikking gestelde stukken geen goed beeld geven van wat er zich in haar dossier precies heeft afgespeeld en dat zij niet kan zien wat er nu precies door UHT is beoordeeld. Belanghebbende wijst erop dat UHT besluiten neemt buiten de daarvoor geldende wettelijke termijnen en dat haar geen mogelijkheid is geboden haar zienswijze kenbaar te maken op het door UHT voorgenomen besluit dat uit de herbeoordeling is voortgevloeid. Verder meent belanghebbende dat de KOT in verschillende jaren onjuist is vastgesteld en in het kader van de hersteloperatie dient te worden herzien. Uit het herzien van de KOT zou voort moeten vloeien dat ook de compensatieberekening wordt aangepast. Belanghebbende stelt dat de berekening van de immateriele schade onjuist is. Ook verzoekt belanghebbende om vergoeding van de werkelijk door haar geleden schade, waarbij belanghebbende kenbaar heeft gemaakt dat de in het ene jaar geleden schade ook in opvolgende jaren heeft doorgewerkt. Belanghebbende verzoekt haar bezwaarschrift door te sturen naar de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS). Tot slot verzoekt belanghebbende de Commissie om UHT te veroordelen in de kosten van het geding.

De Commissie ziet zich voorts gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor het jaar 2009 en de maanden januari tot en met april van het jaar 2012 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2008, 2010 en 2011 en de maanden mei tot en met december 2012 af te wijzen.

Afschrift van het persoonlijk dossier

Belanghebbende stelt dat het bezwaardossier zonder het volledige persoonlijke dossier onvolledig is. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. Op 26 maart 2024 zijn het bezwaardossier en de schriftelijke reactie van UHT op het aanvullend bezwaarschrift, inclusief de daarbij behorende producties, aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Motiveringen van het bestreden besluit

De Commissie kan UHT volgen in het ingenomen standpunt ten aanzien van de motivering van het besluit en de zorgvuldigheid van het hieraan ten grondslag liggende onderzoek. De Commissie is van oordeel dat UHT het bestreden besluit bij het uitbrengen van de bestreden beschikking voldoende heeft toegelicht en dat zij het besluit door middel van het ter beschikking gestelde bezwaardossier, de ingediende schriftelijke reactie op het bezwaarschrift en de toegestuurde aanvullende informatie voldoende heeft onderbouwd. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Termijnenoverschrijding

Gemachtigde wijst erop dat UHT de beslistermijnen overschrijdt. Zij vraagt de Commissie om daarover een signaal af te geven. De Commissie wijst erop dat de wet de termijnen stelt. Het bieden van een structurele, collectieve oplossing voor de termijnproblemen van UHT, kan alleen de wetgever. Aan de gedupeerde ouders wordt nu alleen de mogelijkheid geboden om bij termijnoverschrijding na een ingebrekestelling, een beroep niet tijdig beslissen in te dienen.

Zienswijze

Belanghebbende heeft geen vooraankondiging ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. De Commissie overweegt dat, hoewel dat inderdaad niet de aangewezen gang van zaken is, belanghebbende in het kader van de bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en te onderbouwen. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. Omdat verder niet is aangegeven welk nadeel belanghebbende door dit nalaten heeft gehad, laat de Commissie dit bezwaar verder buiten beschouwing. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

KOT in verschillende jaren onjuist vastgesteld; compensatieberekening onjuist Belanghebbende verzoekt om een aanpassing van de hoogte van de KOT over verschillende toeslagjaren, zoals deze indertijd definitief is vastgesteld. De Commissie overweegt dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte O/GS-kwalificatie en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Hieruit volgt dat ook bij de invulling van de compensatieberekening van de destijds definitief vastgestelde KOT dient te worden uitgegaan. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Overschrijding termijn bij definitieve KOT-beschikking

Gemachtigde stelt dat sprake is van vooringenomen handelen aangezien de definitieve KOT-beschikkingen zonder duidelijke redenen buiten de termijn van artikel 19 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) zijn genomen; belanghebbende heeft gelet daarop recht op compensatie. Hoewel overschrijding van termijnen onwenselijk is, ziet de Commissie in die omstandigheid onvoldoende aanknopingspunten om tot vooringenomenheid te concluderen en overweegt dat dit bezwaar buiten het bestek van de Wht valt. De door gemachtigde gestelde omstandigheid kan, gelet op het hier toepasselijke regelgevende kader, niet tot het door belanghebbende gewenste resultaat leiden. De Commissie adviseert het bezwaar op dit onderdeel ongegrond te verklaren.

Berekening immateriele schade

UHT heeft bij aanvullende beschouwing geconcludeerd dat de compensatie met betrekking tot het toeslagjaar 2012 onjuist is berekend. Ten onrechte is de KOT van belanghebbende in 2012 zodanig naar beneden bijgesteld dat zij gedurende vier maanden, te weten januari, februari, maart en april 2012, geen KOT heeft ontvangen. UHT heeft de compensatieberekening aangepast. De Commissie adviseert UHT het primaire besluit aan de hand van de compensatieberekening ten voordele van belanghebbende aan te passen.

Werkelijke schade

De Commissie overweegt dat de wetgever de keuze heeft gemaakt om in het kader van de integrale beoordeling te werken met een systeem van forfaitaire vergoedingen, zoals die in de Wht zijn vastgelegd. Deze bezwaarschriftprocedure heeft daarom alleen betrekking op de toekenning van de standaardvergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Van belang hierbij is dat de Wht, naast het systeem van forfaitaire vergoedingen, voorziet in vergoeding van de daadwerkelijke (im)materiele schade middels een afzonderlijke aanvraag om aanvullende compensatie, waarbij advies wordt ingewonnen bij de Commissie Werkelijke Schade. De Commissie stelt vast dat belanghebbende in het petitum van haar bezwaarschrift onder IV daartoe een aanvraag heeft gedaan en adviseert UHT om deze aanvraag om advies toe te zenden aan de Commissie Werkelijke Schade. De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Immateriele schadevergoeding en 1%-regeling

Nu de Commissie adviseert de bestreden beschikking niet in stand te laten, ziet de Commissie aanleiding om UHT te adviseren om, zoals zij in haar beschouwing ook heeft aangekondigd, de einddatum van de periode waarover de vergoeding van immateriele schade wordt berekend te laten doorlopen tot aan de datum van de beslissing op bezwaar. Tevens ziet de Commissie aanleiding UHT te adviseren ook de aanvullende vergoeding (onderdeel p van de compensatieberekening), zoals eveneens reeds door UHT voorgenomen, aan te passen.

Proceskostenvergoeding

Aangezien belanghebbende op de hoorzitting is bijgestaan door een professionele rechtsbijstandverlener en de Commissie van mening is dat het primaire besluit moet worden herroepen, adviseert de Commissie om belanghebbende een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de bijstand tijdens de hoorzitting (1 procespunt met een wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:

  • In de compensatieberekening terzake het toeslagjaar 2012 uit te gaan van vier maanden gemiste KOT, hetgeen neerkomt op € 1.652;
  • Het primaire besluit op de nieuwe compensatieberekening aan te passen en de aanvullende vergoeding (onderdeel p van de compensatieberekening) aan te passen.
  • Een proceskostenvergoeding toe te kennen voor 1 punt, tegen het hoogste tarief.

Secretaris

Fungerend voorzitter