Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13379

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 1 mei 2023 met als kenmerk UHT-HD CWS

Ontvangst bezwaarschrift: 9 juni 2023

Hoorzitting: 7 februari 2024

Overdracht advies aan UHT: 2 april 2024

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het besluit van 1 mei 2023 (UHT-HD CWS) in stand te laten.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de beschikking aanvullende werkelijke schadevergoeding na advies van de Commissie Werkelijke Schade van 1 mei 2023 (UHT-HD CWS) inzake de aanvraag van belanghebbende om toekenning van aanvullende schadevergoeding voor de werkelijke schade.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. De bestreden beschikking is genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Bij brief van 29 april 2021 heeft gemachtigde een verzoek tot aanvullende schadevergoeding bij de Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade (hierna: CWS) ingediend.
  • Bij beschikking op bezwaar van 3 januari 2022 is aan belanghebbende een definitief compensatiebedrag van € 32.462,- toegekend.
  • Bij advies van 2 maart 2023 heeft CWS geadviseerd om een aanvullende schadevergoeding van € 13.231,- aan belanghebbende te vergoeden.
  • Bij aangepast advies van 24 maart 2023 heeft CWS een deel van haar motivatie aangevuld.
  • Bij beschikking van 1 mei 2023 (UHT-HD CWS) (hierna: de aangevallen beschikking) is aan belanghebbende meegedeeld dat zij recht heeft op een aanvullende schadevergoeding van € 13.231,-.
  • Bij brief van haar gemachtigde, ontvangen 8 juni 2023, heeft belanghebbende een bezwaarschrift tegen de aangevallen beschikking ingediend.
  • Bij schriftelijke reactie van 3 augustus 2023 heeft UHT gereageerd op het bezwaar van belanghebbende.
  • Op 7 februari 2023 heeft de Commissie een hoorzitting gehouden in aanwezigheid van partijen. Een verslag hiervan is achter dit advies gevoegd.
  • Bij e-mail van haar gemachtigde, ontvangen 8 maart 2023, heeft belanghebbende nadere stukken overgelegd en een aanvullende schadepost ingediend.
  • Bij schriftelijke reactie van 14 maart 2024 heeft UHT gereageerd op de reactie van 8 maart 2024 van belanghebbende.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Toetsingskader

De Commissie stelt ten aanzien van de door haar te verrichten toetsing van het bestreden besluit van UHT het volgende voorop.

In het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag biedt het kabinet gedupeerde ouders de mogelijkheid – naast de (deels) forfaitaire compensatie – ook een verzoek tot vergoeding van aanvullende compensatie voor werkelijke schade in te dienen. Dit verzoek kan door de gedupeerde ouder worden ingediend bij CWS. Artikel 2.1 derde lid, Wht vermeldt de gang van zaken rondom de indiening van dit verzoek dat met toepassing van het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht wordt beoordeeld (vgl. het eerdere advies van de BAC van 22 juni 2022, zaak nr. BAC 2021-0199, te raadplegen via www.herstel.toeslagen.nl/toeslagen-bezwaarschriftenadviescommissie/adviezen-van-de-bac). De gedupeerde ouder dient daarbij informatie te verschaffen waaruit aannemelijk wordt i) dat en in welke mate daadwerkelijk sprake is van aanvullende schade en ii) dat die schade het gevolg is van de handelwijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) waarvoor de ouder al gecompenseerd is.

Omdat CWS is ingesteld om gedupeerde ouders de gang naar de rechter te besparen, dient de adviesprocedure tegemoet te komen aan de eisen van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM. Nadat CWS heeft beoordeeld of een gedupeerde ouder recht heeft op aanvullende compensatie, wordt het advies uitgebracht aan UHT.

UHT mag zich volgens vaste jurisprudentie op het onderzoek van CWS baseren nadat ze zich ervan vergewist heeft dat het advies zorgvuldig tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Daarbij is van belang dat het advies past binnen de door CWS vastgelegde beleidskaders.

UHT kan ter motivering van haar besluit over aanvullende compensatie volstaan met verwijzing naar het advies van CWS als het advies zelf de motivering bevat en van het advies kennis is of wordt gegeven. Het is mogelijk dat UHT in uitzonderlijke gevallen tot een beslissing komt die afwijkt van het advies van de CWS, maar dit moet dan goed onderbouwd worden.

In een bezwaarprocedure als de onderhavige beoordeelt de Commissie of UHT op juiste wijze invulling heeft gegeven aan de vergewisplicht. Deze toets vindt in beginsel plaats aan de hand van de door belanghebbende ingediende gronden van het bezwaar. In het geval UHT is afgeweken van het advies van CWS, beoordeelt de Commissie of dit goed onderbouwd heeft plaatsgevonden. De Commissie zal aan de hand van deze uitgangspunten beoordelen of UHT zich in dit geval kon baseren op het advies en het aangepaste advies van CWS.

Beoordeling

De vraag of UHT zich in het besluit mocht baseren op het advies en het aangepaste advies van CWS, beantwoordt de Commissie bevestigend. De Commissie meent, gelet op de stukken en het onderzoek ter zitting, dat het advies en het aangepaste advies op zorgvuldige wijze tot stand gekomen zijn, inzichtelijk gemotiveerd en navolgbaar zijn.

De Commissie ziet in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, geen aanknopings-punten die twijfel doen rijzen aan de onafhankelijkheid van de Commissie en/ of de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies en de toelichting hierop, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop. De Commissie neemt daartoe het volgende in aanmerking.

De Commissie neemt als uitgangspunt dat CWS over de voor het onderzoek vereiste kwalificaties beschikt en haar taak vervult zonder vooringenomenheid. Hierbij wijst de Commissie op de Instellingsregeling Commissie aanvullende schadevergoeding werkelijke schade (hierna: Instellingsregeling). Uit artikel 3 van de Instellingsregeling volgt dat CWS in onafhankelijkheid adviseert. Artikel 5 Instellingsregeling waarborgt dat binnen CWS voldoende kennis en expertise aanwezig is om schade vast te stellen en te beoordelen

Met betrekking tot de inhoud van het advies van CWS overweegt de Commissie als volgt. Belanghebbende heeft in haar verzoek om vergoeding van aanvullende schade aan UHT per onderwerp uiteengezet en toegelicht welke schade zij en haar gezin door het handelen van B/T geleden hebben. Vervolgens heeft CWS een gesprek gehad met belanghebbende en haar gemachtigde. Van dit gesprek heeft CWS een verslag gemaakt dat aan de ouder is gestuurd, met de uitnodiging om hierop te reageren. Hierop heeft belanghebbende een reactie aan CWS gestuurd. Desgevraagd heeft gemachtigde op 1 december 2022 laten weten dat belanghebbende geen nadere informatie overlegt. In haar advies van 2 maart 2023 heeft CWS, na een samenvatting van de feiten, afzonderlijk en per schadepost de toelichting van belanghebbende verwoord.

Hierna heeft CWS haar advies gegeven. CWS adviseert tot vergoeding van totaal €13.231,- aan aanvullende schade. CWS vindt dat belanghebbende en haar gezin onrecht is aangedaan en dat dit tot schade heeft geleid. UHT heeft het advies van CWS inhoudelijk beoordeeld en zij heeft vragen gesteld aan CWS. Dit heeft geleid tot een inhoudelijke reactie van CWS en een nadere motivering. De Commissie is van mening dat UHT het CWS-advies kon volgen en dat voldoende blijkt dat sprake is geweest van een zorgvuldig onderzoek en dat het advies deugdelijk gemotiveerd, inzichtelijk en consistent is.

Op de hoorzitting van 7 februari 2024 heeft belanghebbende echter aangegeven dat zij in de veronderstelling was dat zij nog nadere gegevens kon aanleveren en dat zij alsnog nadere informatie wenst te verstrekken om de posten te onderbouwen. In reactie hierop heeft UHT aangegeven dat zij bereid is deze nadere informatie te ontvangen en nader onderzoek wil doen.

Naar aanleiding van de gegevens die de Commissie na de hoorzitting heeft ontvangen van belanghebbende en UHT, overweegt zij als volgt. Belanghebbende heeft geen stukken ingediend om de eerdere schadeposten te onderbouwen. Belanghebbende heeft wel nieuwe gegevens aangeleverd en stelt dat zij (aanvullend) € 88.000,- materiële schade heeft geleden omdat zij (en haar partner) ten gevolge van een BKR-registratie niet in staat waren om een woning te kopen. In reactie hierop heeft UHT onder andere aangevoerd dat zij deze nieuwe schadepost voor advies voorlegt aan CWS. Het is de Commissie onduidelijk wanneer dit gebeurt en wanneer CWS aanvullend aan UHT adviseert. Ten behoeve van een voortvarende afhandeling van het bezwaarschrift adviseert de Commissie daarom met inachtneming van het huidige CWS-advies over de eerder aangevoerde schadeposten. UHT kan haar beslissing op bezwaar aanhouden in afwachting van het aanvullende advies van CWS. Na ontvangst van dit advies kan UHT (eventueel na contact met belanghebbende) beslissen op welke wijze zij het aanvullende verzoek van belanghebbende afhandelt.

De Commissie is van mening dat uit het CWS-advies, zoals dat nu voorligt, en de aanvullende gegevens voldoende blijkt dat sprake is geweest van een zorgvuldig onderzoek en dat het advies deugdelijk gemotiveerd, inzichtelijk en consistent is (vgl. CRvB 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226). Daarbij is van belang dat de Commissie bij deze stand van zaken van oordeel is dat het advies past binnen de door CWS vastgelegde beleidskaders. UHT mag haar beslissing in dit geval baseren op het advies van CWS. De Commissie overweegt dat UHT heeft kunnen besluiten dat belanghebbende niet in aanmerking komt voor meer vergoeding dan reeds aan haar is toegekend.

Conclusie

Samenvattend adviseert de Commissie UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en de beschikking van 1 mei 2023 met als kenmerk UHT-HD CWS in stand te laten en het verzoek om vergoeding van proceskosten af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter