Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13358

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 24 oktober 2022 (UHT-DC I A, UHT-DC I en UHT-DH5 A)

Hoorzitting: 24 september 2025

Overdracht advies aan UHT: 12 maart 2026

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de compensatieberekening aan te passen, alsnog toeslagjaren 2005 en 2006 te herbeoordelen, alsnog compensatie toe te kennen op grond van hardheid voor toeslagjaar 2007 en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door de voormalige gemachtigde en de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Aan belanghebbende is met toepassing van de Compensatieregeling CAF 11 en vergelijkbare (CAF-)zaken van 28 augustus 2020 (Stcrt. 2020, nr. 45904) compensatie toegekend voor een bedrag van €14.083,- voor de jaren 2008 en 2009 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2007.

Op 5 november 2022 is de Wet van 2 november 2022 houdende regels ten behoeve van de hersteloperatie toeslagen (Wet hersteloperatie toeslagen, hierna: Wht) in werking getreden. Gelet op het bepaalde in de artikelen 8.6 en 9.2 Wht moeten de bestreden beschikkingen geacht worden te zijn genomen op grond van artikel 2.1 en verder van de Wht.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 1 april 2020 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2007 tot en met 2009.
  • UHT heeft bij beschikking van 8 mei 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 2 november 2021 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft
  • geadviseerd dat gedurende het jaar 2007 geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij vooraankondiging van 2 maart 2022 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van €13.938,-.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 24 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC-I A en UHT-DH5 A aan belanghebbende geen compensatie op grond van vooringenomenheid of hardheid toegekend voor het jaar 2007.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 24 oktober 2022 met kenmerk UHT-DC I aan belanghebbende een compensatie op grond van vooringenomenheid toegekend voor een bedrag van €14.083,- voor de jaren 2008 en 2009.
  • De voormalige gemachtigde heeft bij brief van 11 mei 2023, ingekomen op
    15 mei 2023, tegen deze beschikkingen een separaat bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 16 oktober 2023 tegen deze beschikkingen een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 16 januari 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 9 september 2025 de bezwaarschriften aangevuld.
  • UHT heeft op 23 september 2025 hierop gereageerd.
  • Op 24 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht en na rappellen van 10 oktober 2025 en 25 november 2025, geen nadere schriftelijke reactie ingediend.
  • Op 9 december 2025 heeft UHT aan de Commissie medegedeeld dat zij in afwachting is van de herbeoordeling van de jaren 2005 en 2006 en dat de aanvullende beschouwing zo spoedig mogelijk zal worden overgelegd.
  • De Commissie heeft op 14 januari 2026 aan partijen medegedeeld dat zij geen nadere beschouwing van UHT heeft ontvangen en op basis van de beschikbare informatie zal overgaan tot advisering.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.

Ontvankelijkheid

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De hoorzitting in deze zaak heeft plaatsgevonden op 24 september 2025.
Ter zitting zijn afspraken gemaakt dat UHT de jaren 2005 en 2006 alsnog zou beoordelen, onder overlegging van alle op die jaren betrekking hebbende stukken. Verder is ter zitting besproken dat alsnog compensatie voor 2007 wordt toegekend wegens hardheid, dat de compensatieberekening voor 2008 nogmaals wordt opgesteld en dat voor 2009 de juridische kosten worden medegenomen. Ondanks herhaalde verzoeken van de Commissie is een inhoudelijke reactie van UHT uitgebleven en is geen uitvoering gegeven aan de ter zitting gemaakte afspraken. Naar het oordeel van de Commissie is de handelswijze voornoemd in strijd met de letter en geest van de hersteloperatie en derhalve onaanvaardbaar. Het gevolg is dat de Commissie zich genoodzaakt ziet zich thans te beperken tot de reeds beoordeelde jaren 2007 tot en met 2009, met als onwenselijk gevolg dat belanghebbende opnieuw een juridische procedure moet doorlopen. De Commissie acht deze gang van zaken zorgelijk en vereist passende aandacht binnen uw organisatie, teneinde herhaling te voorkomen.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2008 en 2009 op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het jaar 2007 af te wijzen.

Op de zaak betrekking hebbende stukken en het persoonlijk dossier
Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt van belanghebbende niet. De schriftelijke reactie/beschouwing en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn op 15 april 2025 toegezonden.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage te leggen. Ten aanzien van het persoonlijk dossier heeft UHT in de beschouwing toegezegd dat het verzoek om het gehele dossier in behandeling is.

De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Motiveringsbeginsel en zorgvuldigheidsbeginsel
Belanghebbende betoogt dat de bestreden besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd en onvoldoende zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Voor zover sprake is van onzorgvuldige voorbereiding of gebreken in de motivering van de bestreden besluiten, kunnen die gebreken naar het oordeel van de Commissie in de beslissing op bezwaar door UHT worden hersteld aan de hand van wat daarover in haar beschouwing is opgemerkt.

UHT heeft per toeslagjaar toegelicht waarom zij van mening is of belanghebbende wel of geen recht heeft op compensatie (productie 5, pagina 11 tot en met 13).

Afwijzing compensatie over toeslagjaar 2007
Belanghebbende kan zich niet verenigen met het besluit dat zij niet in aanmerking komt voor compensatie over het toeslagjaar 2007. In de beschouwing stelde UHT zich op het standpunt dat sprake was van reguliere bijstellingen en dat belanghebbende daarom niet in aanmerking komt voor compensatie wegens vooringenomen handelen of compensatie wegens hardheid. Tijdens de hoorzitting heeft UHT echter het nader standpunt ingenomen dat toch sprake is van hardheid. De Commissie heeft hiervan met instemming kennisgenomen en adviseert UHT dienovereenkomstig.

Compensatieberekening over toeslagjaren 2008 en 2009
Belanghebbende betoogt dat de compensatieberekening onjuist is. Zij voert aan dat onder onderdeel a van de compensatieberekening niet het bedrag uit de voorschotbeschikkingen had mogen worden opgenomen. Uit het LIC-overzicht
(p. 169 en p. 170) volgt dat de KOT over 2008 rechtstreeks aan de kinderopvang-instelling is uitbetaald en dat bij belanghebbende een bedrag van €7.902,- is teruggevorderd, welk bedrag door verrekening is opgelopen tot circa €9.000,-.

UHT erkent dat in de compensatieberekening de vergoeding voor immateriële schade (component n) onjuist is vastgesteld. De gehanteerde startdatum 28 april 2010 is onjuist, deze moet zijn 26 februari 2010.

Op die datum is de brief gedagtekend, waarin is aangekondigd dat de KOT is herzien (productie 27, p. 141). Het bedrag zal worden aangepast bij de beslissing op bezwaar. Aan de hand van de juiste start- en einddatum resulteert dit in een bedrag van €13.000,-(afgerond 26 halve jaren x €500,-). Echter, het bedrag onder component n mag niet hoger zijn dan het bedrag onder component e. Het bedrag van €5.398,- blijft daarom ongewijzigd. UHT zal nader beoordelen, gelet op de betaalde KOT aan KOI en het hogere verrekeningsbedag, of het bedrag onder component a/c voor 2008 moet worden aangepast.

Met betrekking tot de vergoeding van juridische hulp (component m) erkent UHT dat de gemaakte kosten ten onrechte niet zijn opgenomen in de compensatieberekening en dat deze component bij de beslissing op bezwaar zal worden aangepast.

Met betrekking tot de rente over gemiste KOT (component o) geldt voor beide toeslagjaren dat de startdatum 1 juli van het daaropvolgende kalenderjaar had moeten zijn, zijnde 1 juli 2009 (voor 2008) en 1 juli 2010 (voor 2009). Daarnaast is de einddatum voor beide jaren onjuist vastgesteld op 6 oktober 2022, terwijl dit de dagtekening van het primaire besluit had moeten zijn: 24 oktober 2022 (productie 10, p.47). Na correctie van de renteperiode bedraagt de vergoeding respectievelijk €1.793,-voor 2008 (productie 40, p. 189) en €703,- voor 2009 (productie 41,
p. 191).

Over toeslagjaar 2008 is de rente-startdatum 1 juli van het opvolgende jaar.
De juiste startdatum is dus 1 juli 2009. De einddatum voor de berekening is vastgesteld op 6 oktober 2022. Dit had echter de dagtekening van het primaire besluit moeten zijn, namelijk 24 oktober 2022 (productie 10, p.47).

Nu de rente over gemiste KOT in component o (oude berekening component m) onjuist is berekend, zal de einddatum van de immateriële schadevergoeding doorlopen tot de datum van de beslissing op bezwaar.

Gelet op het voorgaande wordt ook de aanvullende vergoeding van 1% (component p) aangepast bij de beslissing op bezwaar.

De Commissie stemt in met het bovenstaande en adviseert UHT om, naar aanleiding van de vragen die belanghebbende nog heeft over component a/c van de compensatieberekening, in de beslissing op bezwaar een nadere toelichting te geven, conform hetgeen tijdens de hoorzitting is afgesproken. De Commissie adviseert UHT om ook alsnog een vergoeding voor de juridische kosten toe te kennen voor toeslagjaar 2009 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Niet herbeoordeelde jaren
Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat onduidelijk is waarom het toeslagjaar 2010 niet is meegenomen in de herbeoordeling. In haar ogen had dit moeten gebeuren, omdat ook over dit toeslagjaar sprake was van KOT. Uitgangspunt is dat een verzoek om herbeoordeling als hier aan de orde betrekking heeft op alle jaren vóór 2020 waarin de aanvrager van compensatie KOT heeft aangevraagd, althans waarin de Dienst Toeslagen een beschikking daarover heeft gegeven, tenzij de aanvrager het verzoek heeft beperkt.

De Commissie stelt vast dat de toeslagjaren 2005, 2006 en 2010 niet zijn herbeoordeeld. Gelet op de beoordeelde jaren, zoals geresulteerd in de bestreden besluiten, ziet de Commissie geen mogelijkheden om deze toeslagjaren thans (alsnog) in haar advisering te betrekken. De Commissie heeft goede nota genomen van de ter zitting gedane toezegging van UHT om deze toeslagjaren voor te leggen aan de eerder genoemde persoonlijk zaakbehandelaar om als aanvullend verzoek in herbeoordeling te nemen.

Nu de Commissie ondanks herhaalde verzoeken daartoe geen reactie en/of stukken heeft ontvangen van UHT, adviseert de Commissie aan UHT om met voortvarendheid alsnog de jaren 2005, 2006 en 2010 te herbeoordelen in een aparte procedure. Aangezien deze werkwijze, in de opvatting van UHT, kennelijk geen beperking van rechtsmiddelen voor belanghebbende met zich meebrengt, houdt de Commissie onderhavige bezwaarprocedure niet aan. De Commissie verwijst in deze plaats voorts naar de “overwegingen vooraf” op pagina 2 van dit advies.

Werkelijk geleden schade
Belanghebbende heeft verzocht om de bezwaarschriften door te zenden naar de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS), omdat de berekende compensatie de door belanghebbende geleden schade niet dekt. De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaardvergoedingen (de zogeheten forfaitaire bedragen) en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Voor het vragen van aanvullende vergoeding van werkelijke schade kan gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden, vermeld op www.schadeherstel.toeslagen.nl.

Proceskostenvergoeding
Nu het primaire besluit naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie om het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gegrond te verklaren en om:

  • met voortvarendheid alsnog toeslagjaren 2005, 2006 en 2010 te beoordelen;
  • de compensatieberekening aan te passen conform de Bijlage compensatieberekening bij de beschouwing;
  • bij de beslissing op bezwaar alsnog compensatie toe te kennen op grond van hardheid voor toeslagjaar 2007 en de berekening bij te voegen;
  • een nadere berekening op te stellen, met een toelichting op component a voor het toeslagjaar 2008;
  • de vergoeding juridische hulp (component m) in de compensatieberekening mee te nemen voor toeslagjaar 2009;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter