Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-13238

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 25 april 2023 (UHT-DCH ZV)

Hoorzitting: 20 mei 2025

Overdracht advies aan UHT: 12 juni 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om de beschikking van 25 april 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV te herroepen en een vergoeding van de proceskosten toe te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 23.288 voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010 en is geen compensatie toegekend voor de jaren 2011, 2013 tot en met 2015.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 28 oktober 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).
  • UHT heeft bij brief van 4 juni 2022 aan belanghebbende medegedeeld dat hij wel in aanmerking komt voor een betaling van €30.000 op grond van de Catshuisregeling.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking van 25 april 2023 met kenmerk UHT-DCH ZV aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van
  • € 23.288 voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2010 en geen compensatie toegekend voor de jaren 2011, 2013 tot en met 2015.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 25 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 18 juni 2024 de gronden in het bezwaarschrift aangevuld.
  • UHT heeft op 12 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 20 mei 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Gemachtigde heeft op 27 mei 2025 aanvullende gronden ingediend. UHT heeft op 3 juni 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Die nadere schriftelijke reactie is op 4 juni 2025 aan gemachtigde toegezonden.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel

Belanghebbende stelt dat bij de voorbereiding en totstandkoming van het besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen.

De Commissie overweegt dat UHT de bestreden beslissing inderdaad niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat dit niet impliceert dat er van een gebrekkige motivering dan wel onzorgvuldigheid sprake is.

De Commissie is van oordeel dat door middel van het indienen van het

(nadere) schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van het invul- en beoordelingsformulier, beschikkingen en overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Ontbrekende stukken/volledige dossier

Belanghebbende stelt dat zonder het volledige persoonlijke dossier niet kan worden beoordeeld of alle relevante stukken aanwezig zijn. De Commissie volgt dit standpunt niet. De schriftelijke reactie en de op de zaak betrekking hebbende stukken zijn aan gemachtigde toegezonden. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat hier niet is voldaan aan de in artikel 7:4 lid 2 Algemene wet bestuursrecht neergelegde verplichting om alle op de zaak betrekking

hebbende stukken ter inzage te leggen. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Geen compensatie 2011, 2013 tot en met 2015

Belanghebbende stelt dat hij wel recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2011, 2013 tot en met 2015.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over deze toeslagjaren sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de (nadere) schriftelijke reactie nader onderbouwd. Het gaat om reguliere wijzigingen. De bijstelling is daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming.

Belanghebbende komt voor deze jaren dus niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.

Betalingsregeling

Belanghebbende stelt dat hij aan de B/T heeft gevraagd om een persoonlijke betalingsregeling te treffen. UHT heeft geen stuk aangetroffen waarin een dergelijk verzoek is neergelegd en ook uit andere omstandigheden is deze stelling niet aannemelijk geworden.

Compensatie toeslagjaren 2008 tot en met 2010

Ingevolge artikel 2.3 lid 7 Wht wordt, kortweg, over het bedrag van de gemiste KOT als gevolg van de neerwaartse correctiebeschikking, rente vergoed. De rente wordt berekend over het bedrag aan compensatie voor correctiebesluiten met overeenkomstige toepassing van artikel 27 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir). In de compensatieberekening is de rente over de gemiste KOT opgenomen bij component o. UHT heeft in haar schriftelijke reactie erkend dat de berekening onjuist is. De Commissie adviseert UHT om de renteberekening in de beslissing op bezwaar aan te passen.

Nu het bezwaar ten aanzien van de renteberekening gegrond wordt geacht en die berekening in de beslissing op bezwaar zal worden herzien, adviseert de Commissie aan UHT om conform het beleid van UHT de einddatum van de periode waarover de vergoeding van immateriele schade wordt berekend te bepalen op de datum van de beslissing op bezwaar. Ook de vaste vergoeding van 1 % dient te worden aangepast aan de gewijzigde berekening.

Proceskosten

De Commissie adviseert om de componenten van de "Berekening definitieve beslissing compensatiebedrag kinderopvangtoeslag" aan te passen op de door UHT in haar schriftelijke reactie aangegeven wijze. Aangezien het bestreden besluit UHT-DC I daardoor wordt herroepen, dient er een proceskostenvergoeding toegekend te worden. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en bijwonen hoorzitting). Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding toe te kennen (wegingsfactor 2).

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om:

  • De bezwaren tegen de beschikking van 25 april 2023 kenmerk UHT-DCH ZV gegrond te verklaren ten aanzien van de rente over gemiste KOT en eventueel alle, ingevolge de Wht, daarmee samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij de einddatum van de desbetreffende vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit te herroepen;
  • een vergoeding toe te kennen voor kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure.

Secretaris

Fungerend voorzitter