BAC 2023-13176
Publicatiedatum 29-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 15 februari 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 11 april 2025 om 10:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie Kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 20 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2014 tot en met 2016.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 23 januari 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2014 tot en met 2016.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 maart 2023, ingekomen op 29 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 8 maart 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 13 augustus 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Toeslagjaren 2014 tot en met 2016
Belanghebbende stelt dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) in de toeslagjaren 2014 tot en met 2016 vooringenomen heeft gehandeld.
De Commissie vindt het aannemelijk op grond van de in het dossier beschikbare informatie dat het belanghebbende zelf is geweest die de KOT heeft stopgezet. De Commissie overweegt hiertoe dat om KOT aan te vragen, stop te zetten dan wel te wijzigen, de aanvrager met haar persoonlijke DigiD-inloggegevens moet inloggen. Daarmee heeft de Belastingdienst / Toeslagen (hierna: B/T) willen bewerkstelligen dat alleen een rechthebbende op de toeslag een dergelijke aanvraag kan indienen. Een DigiD biedt immers een persoonsgebonden toegang tot een digitaal portaal. B/T mag in beginsel van de juistheid van die gegevens uitgaan. Voor zover belanghebbende stelt dat de stopzetting niet door haar is gedaan, maar door een ander, is dat naar het oordeel van de Commissie een omstandigheid die niet te wijten is aan B/T. Het delen van DigiD-inloggegevens met derden - in een stopzettingssituatie zoals de onderhavige - komen voor rekening en risico van belanghebbende. De Commissie weegt voorts mee dat belanghebbende B/T er niet van meet af aan op heeft gewezen dat het verzoek om stopzetting niet van haar afkomstig is. Verder volgt ook niet uit het dossier dat belanghebbende en haar bewindvoerder destijds de stopzettingen in twijfel hebben getrokken.
Op grond van de informatie uit de KOI-viewer en de jaaropgaven stelt de Commissie vast dat belanghebbende in de jaren 2014 en 2016 opvang heeft gehad van 1 januari 2014 tot en met 31 mei 2014 en van 1 september 2016 tot en met 31 december 2016. De stelling dat de KOT is verlaagd zonder eerst informatie op te vragen bij belanghebbende, volgt de Commissie niet. In het dossier staat dat elk jaar een verzoek om informatie is gedaan voordat de definitieve beschikking werd genomen en dat belanghebbende hier vervolgens ook op heeft gereageerd.
De slotsom is dat de verplichting tot terugbetaling van de KOT voor de jaren 2014 en 2016 het gevolg is van door belanghebbende zelf doorgevoerde wijzigingen. Dat kan niet worden aangemerkt als vooringenomen handelen van de kant van B/T. De terugvorderingen over deze toeslagjaren wijzen ook niet op onbillijkheden vanwege de hardheid waarmee het wettelijk systeem werd toegepast.
Toeslagjaar 2019
Belanghebbende stelt dat zij ook gecompenseerd moet worden voor toeslagjaar 2019. De Commissie heeft geen stukken over dit toeslagjaar tot haar beschikking en kan daarom niet adviseren over dit jaar.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het bestreden besluit in stand te laten.
Secretaris
Fungerend voorzitter