BAC 2023-13067
Publicatiedatum 29-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 26 mei 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 30 juni 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 11 juli 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren, de bestreden beschikking te herroepen en in de beslissing op bezwaar aan te passen. Verder adviseert de Commissie het verzoek om een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT op 26 mei 2023 genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) met kenmerk UHT-DCH (hierna ook te noemen: de bestreden beslissing).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 48.098 voor de jaren 2008, 2009 en 2011 en geen compensatie toegekend voor het jaar 2010.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 23 september 2021 verzocht om een herbeoordeling van de KOT over de jaren 2010 tot en met 2013. In overeenstemming met de persoonlijk zaakbehandelaar en gemachtigde is het herbeoordelingsverzoek aangepast naar de jaren 2008 tot en met 2011.
- UHT heeft bij beschikking van 27 juli 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 18 april 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft in haar advies geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen zich voor het jaar 2010 terecht op het standpunt stelde dat de compensatieregelingen op grond van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden niet van toepassing zijn.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 26 mei 2023 aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 48.098 voor de jaren 2008, 2009 en 2011 vanwege vooringenomenheid. Aan belanghebbende is geen compensatie toegekend voor het jaar 2010.
- Gemachtigde heeft bij brief van 26 mei 2023 tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 4 maart 2025 bij beschouwing schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 30 juni 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter dit advies is gehecht.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie voor de jaren 2008, 2009 en 2011 op de juiste wijze heeft berekend en of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor het jaar 2010 af te wijzen.
Motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
Na de toelichting van UHT komt de Commissie tot de conclusie dat de bedragen in de compensatieberekening niet in zijn geheel kloppen met de informatie die volgt uit de daaraan ten grondslag liggende stukken. De Commissie geeft UHT in overweging om in de beslissing op bezwaar alsnog een duidelijke en begrijpelijke toelichting bij de compensatieberekening op te nemen met verwijzing naar de juiste stukken. Daarnaast adviseert de Commissie de bedragen bij te stellen als de heroverweging daartoe aanleiding geeft. UHT moet er dan wel op letten dat belanghebbende door het instellen van bezwaar er niet slechter voor komt te staan dan het geval was in het bestreden besluit (dat laatste heet: het verbod van reformatio in peius).
De Commissie stelt vast dat de wijziging van de KOT in 2010 het gevolg is geweest van een reguliere correctie, voortvloeiend uit een lager gebleken toetsingsinkomen. Deze correctie heeft geleid tot een verhoging van de toeslag, waarbij een nabetaling heeft plaatsgevonden. De bijstelling is conform de wet uitgevoerd. Aangezien er in dit betreffende toeslagjaar geen sprake is geweest van een verlaging van de KOT, komt belanghebbende niet in aanmerking voor toepassing van een herstelregeling op grond van de Wht.
Kosten voor juridische hulp (component m)
Gemachtigde heeft tijdens de hoorzitting aangevoerd dat de compensatiebedragen voor juridische hulp in de jaren 2008 en 2009 van elkaar verschillen. Tevens wees hij erop dat in het dossier rechtbankstukken zijn opgenomen met twee verschillende procedurenummers. UHT heeft ter zitting toegelicht dat in 2008 zowel een bezwaarschrift als een beroepsschrift is ingediend, terwijl in 2009 uitsluitend bezwaar is gemaakt. Dit verklaart volgens UHT het verschil in de toegekende vergoeding.
De Commissie overweegt dat het onderdeel "vergoeding voor juridische kosten" van de compensatieberekening een forfaitair bedrag betreft. Het gaat daarbij om de kosten van een derde die beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend en die aan belanghebbende in rekening zijn gebracht. De bijstand moet betrekking hebben op een beschikking als bedoeld in art. 2.2, onderdeel a, van de Wht.
De Commissie stelt vast dat uit het dossier volgt dat in 2008 een bezwaarschrift en twee beroepschriften zijn ingediend met bijstand van een professioneel gemachtigde. Dit is af te leiden uit de procedurestukken met kenmerken 10/1891 en 11/3227. Nu de brief van 13 oktober 2011 tevens is gericht aan de toenmalige vertegenwoordiger van belanghebbende, acht de Commissie het voldoende aannemelijk dat belanghebbende in deze procedures juridisch is bijgestaan. De Commissie is dan ook van oordeel dat UHT bij de beslissing op bezwaar de vergoeding voor juridische kosten over 2008 dient aan te passen. Meer specifiek dient een extra punt toegekend te worden voor het tweede beroepschrift.
Ten aanzien van het toeslagjaar 2009 is uitsluitend een bezwaarschrift ingediend. De Commissie acht de toelichting van UHT in de dossierstukken en tijdens de hoorzitting toereikend en correct.
De Commissie adviseert UHT het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren en over 2008 een aanvullende vergoeding toe te kennen op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), in verband met het op 5 oktober 2011 ingediende beroepschrift betreffende het toeslagjaar 2008.
Vergoeding van immateriele schade (component n)
UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriele schade - in afwijking van de Wht - als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar. De Commissie adviseert UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen.
Aanvullende vergoeding van 1% (component p)
Het advies van de Commissie om de voornoemde componenten in de compensatieberekening aan te passen, leidt ertoe dat de aanvullende vergoeding van 1% over een hoger subtotaal moet worden berekend in de beslissing op bezwaar dan het geval is in de laatste compensatiebeschikking. De Commissie adviseert UHT om deze component daarom eveneens in de herberekening mee te nemen.
Nu de bestreden beschikking naar de mening van de Commissie dient te worden herroepen, adviseert de Commissie tot toewijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van twee procespunten (bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
- de bestreden beschikking te herroepen;
- de compensatieberekening aan te passen op de volgende onderdelen;
- een extra punt toe te kennen voor de kosten van juridische hulp over het jaar 2008.
- de vergoeding voor immateriele schade door te berekenen tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar.
- de 1% aanvullende vergoeding aan te passen.
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
Secretaris
Fungerend voorzitter