BAC 2023-13047
Publicatiedatum 29-01-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 2 maart 2023 (UHT-DCH) en 5 april 2023 (UHT-O OGS B)
Hoorzitting: 28 april 2025 om 14:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 6 juni 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om
het bezwaar gedeeltelijk gegrond te verklaren en het verzoek om toekenning van
een proceskostenvergoeding toe te wijzen.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikkingen compensatie kinderopvangtoeslag van 2 maart 2023 (UHT-DCH) en 5 april 2023 (UHT-O OGS B).
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 13.555,- voor de jaren 2008, 2009, 2011, 2012 en 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 31 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over het jaar 2010 tot en met 2017.
- UHT heeft bij beschikking van 31 juni 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000,-.
- In overleg met belanghebbende heeft UHT de herbeoordeling aangepast tot de jaren 2008, 2009, 2011, 2012 en 2014. In de andere jaren zijn geen bijzonderheden te zien of is geen KOT aangevraagd.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 21 januari 2023 aan belanghebbende een
compensatie toegekend voor een bedrag van € 13.445,-. - UHT heeft bij de bestreden beschikking van 2 maart 2023 (UHT-DCH) aan
belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 13.555,-. - Gemachtigde heeft bij brief van 15 maart 2023, ingekomen op 17 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft bij de bestreden beschikking van 5 april 2023 (UHT-O OGS B) aan
belanghebbende een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) toegekend voor een bedrag van € 1.661,-. - Gemachtigde heeft bij brief van 12 april 2023, ingekomen op 14 april 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 13 juni 2024 de bezwaarschriften aangevuld.
- UHT heeft op 31 december 2024 schriftelijk gereageerd op de bezwaarschriften.
- Op 28 april 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- UHT heeft, daartoe door de Commissie ter zitting verzocht, op 8 mei 2025 een nadere schriftelijke reactie ingediend. Gemachtigde heeft daar op 14 mei 2025 op gereageerd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.
Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie en tegemoetkoming op de juiste wijze heeft berekend en terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming voor de jaren 2008, 2009, 2012 en 2014 af te wijzen. De Commissie zal hieronder, mede op grond van hetgeen besproken tijdens de hoorzitting, het advies toelichten.
Herbeoordeling toeslagjaren 2010, 2017 en 2018
In de hoorzitting heeft belanghebbende zich op het standpunt gesteld dat een aantal nietbeoordeeld toeslagjaren hadden moeten worden meegenomen in de herbeoordeling. UHT is het hier kennelijk mee eens en heeft, in overleg met belanghebbende, het aanvullende verzoek tot herbeoordeling beperkt tot de toeslagjaren 2010, 2017 en 2018. In de schriftelijke reactie na de hoorzitting heeft UHT bevestigd dat het verzoek van belanghebbende naar de juiste afdeling binnen UHT is doorgezet.
Nu deze toeslagjaren (nog) niet door UHT zijn beoordeeld, kan de Commissie hier op dit moment geen advies over geven.
Geen vooringenomen handelen of hardheid
De belastingdienst/toeslagen (hierna: B/T) heeft de wettelijke taak om te controleren of de KOT voorschotten in een gegeven toeslagjaar terecht zijn uitgekeerd en, zo niet, om eventueel te veel uitgekeerde bedragen terug te vorderen. B/T mag vertrouwen op de inkomensgegevens van ouders zoals deze in het systeem van de belastingdienst worden verwerkt en op de gegevens zoals die door ouders en kinderopvanginstellingen worden verstrekt.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om te oordelen dat er bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor toeslagjaren 2008, 2012 en 2014 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door B/T dan wel hardheid van het stelsel. De terugvorderingen KOT waren gelegen in een te hoog voorschot dat op basis van reguliere wijzigingen opnieuw is berekend. De vastlegging daarvan in de tijdlijn van het Informatie- en Boordelingsformulier zijn duidelijk en worden ook overigens niet in twijfel getrokken. Naar het zich laat aanzien zijn deze bijstellingen conform de wet uitgevoerd.
De Commissie adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaar 2009
Belanghebbende stelt dat zij voor toeslagjaar 2009 recht heeft op compensatie nu B/T heeft nagelaten te beslissen op het bezwaar van belanghebbende van 1 mei 2012. Na de hoorzitting heeft UHT nogmaals naar deze situatie gekeken. In de schriftelijke reactie is zijdens UHT bevestigd dat het niet beslissen op het bezwaar door B/T, mede gelet op de gevolgen van het uitblijven van de beslissing op het bezwaar destijds, als hardheid op grond van bijzondere omstandigheden zal worden beschouwd. Bij de beslissing op bezwaar is UHT voornemens - zo begrijpt de Commissie - om aan belanghebbende compensatie toe te kennen, ook voor dit toeslagjaar.
Gelet op het voorgaande adviseert de Commissie UHT om dit onderdeel van het bezwaar gegrond te verklaren en om conform de toezeggingen in de nadere schriftelijke reactie te beslissen op bezwaar.
Tegemoetkoming Opzet/Grove schuld (O/GS)
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking (UHT -O OGS B) waarbij voor de jaren 2008, 2009 en 2012 een tegemoetkoming is toegekend wegens een onterechte kwalificatie O/GS. De toelichting op deze tegemoetkoming geeft weer hoe deze tot stand is gekomen en of belanghebbende recht heeft op meer dan het bedrag van de Catshuisregeling. Omdat er geen nadere bezwaargronden zijn ingediend heeft de Commissie de stukken nog eens bestudeerd. De Commissie ziet dat er voor de onderzochte toeslagjaren 2008, 2009, 2011 en 2012 sprake is geweest van een onterechte O/GS kwalificatie.
Voor toeslagjaar 2014 is geen O/GS-kwalificatie bekend. De Commissie heeft geen
aanwijzingen gevonden dat belanghebbende een persoonlijke betalingsregeling is
geweigerd.
Toeslagjaar 2011 is door UHT niet meegenomen in de berekening van de O/GS tegemoetkoming omdat belanghebbende voor toeslagjaar 2011 is gecompenseerd op basis van vooringenomenheid conform artikel 2.6 lid 4 Wht. De mogelijkheid van een tegemoetkoming op grond een onterechte O/GS kwalificatie komt dan te vervallen.
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden die het bezwaar tegen deze beschikking ondersteunen en adviseert UHT om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Compensatieberekening 2011
Na bestudering van de stukken in het dossier concludeert de Commissie dat in de
compensatieberekening over toeslagjaar 2011 door UHT fouten zijn gemaakt maar dat geen van deze fouten in het nadeel zijn van belanghebbende.
UHT heeft bij de berekening van de compensatie voor verschillende onderdelen de
verkeerde bedragen gebruikt. Zo is bij component a - de KOT voor aanpassing - een hoger bedrag gebruikt dan zou hebben gemoeten. Dit geldt eveneens voor component c - de niet-ontvangen of terugbetaalde KOT. De fouten die hier zijn gemaakt werken door in de rest van de berekening waardoor ook bij andere componenten bedragen staan genoemd die hoger zijn dan waar belanghebbende recht op heeft. In verband met het verbod op verandering naar een slechtere positie op grond van artikel 7:11 Algemene wet bestuursrecht wordt de berekening niet aangepast aangezien dit in het nadeel zou zijn van belanghebbende.
Nu de door UHT gemaakte fouten in het voordeel van belanghebbende zijn, adviseert de Commissie om dit niet aan te passen en om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar het oordeel van de Commissie gedeeltelijk gegrond is, heeft
belanghebbende recht op een vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. De Commissie adviseert UHT om dit verzoek toe te wijzen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren, om het bezwaar gericht tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH gegrond te verklaren en om:
- De overeengekomen niet-beoordeelde toeslagjaren alsnog te beoordelen;
- De beschikking met kenmerk UHT-DCH te herroepen; en
- Een proceskostenvergoeding toe te kennen met wegingsfactor twee tegen de hoogste vergoeding per procespunt voor het bezwaar tegen de beschikking met kenmerk UHT-DCH.
Secretaris
Fungerend voorzitter