BAC 2023-12959
Publicatiedatum 08-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 29 maart 2023 (UHT-DCHA)
Hoorzitting: 11 maart 2026
Overdracht advies aan UHT: 27 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door de gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 tot en met 2018.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 3 maart 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2011 en 2015. UHT heeft de toeslagjaren 2012 tot en met 2018 beoordeeld.
- UHT heeft bij besluit van 16 december 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 maart 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
- UHT heeft bij besluit van 29 maart 2023 met kenmerk UHT-DCHA (hierna: het bestreden besluit) aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 tot en met 2018.
- Gemachtigde heeft bij brief van 27 maart 2023, ingekomen op dezelfde dag, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- Gemachtigde heeft bij brief van 15 mei 2024 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 6 mei 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Gemachtigde heeft bij brief van 4 maart 2026 het bezwaarschrift aangevuld.
- UHT heeft op 9 maart 2026 een nadere reactie ingediend.
- Op 11 maart 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Motivering bestreden besluit / zorgvuldigheid / volledig dossier
Belanghebbende voert aan, samengevat weergegeven, dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en onzorgvuldig tot stand is gekomen. Belanghebbende verzoekt daarnaast om toezending van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden voor de stelling van belanghebbende dat de motivering van het bestreden besluit onvolledig moet worden geacht of dat de voorbereiding daarvan onzorgvuldig is geweest. De Commissie constateert dat UHT in bezwaar een schriftelijke beschouwing heeft ingediend, waarin UHT een aanvullende uitgebreide uitleg heeft gegeven met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, overzichten van het Landelijk Incassocentrum (hierna: “LIC”) en overige producties. Naar het oordeel van de Commissie is het bestreden besluit hierdoor in ieder geval voorzien van een kenbare motivering.
Voorts overweegt de Commissie dat de schriftelijke beschouwing en het bezwaardossier op 21 januari 2026 aan gemachtigde zijn gezonden. Gemachtigde en belanghebbende hebben hierdoor kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en zij hebben de gelegenheid gehad om daarop te reageren. Uit de stellingname van belanghebbende volgt niet dat in het aan de Commissie en belanghebbende beschikbaar gestelde ouderdossier nog stukken zouden ontbreken die van belang zijn voor het door UHT genomen besluit. Van enige schending van het bepaalde bij artikel 7:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dan ook niet gebleken. Dit onderdeel van het bezwaar kan daarom niet slagen.
Geen vooraankondiging
Belanghebbende heeft geen vooraankondiging ontvangen, waardoor zij destijds niet in de gelegenheid is gesteld haar zienswijze kenbaar te maken. De Commissie overweegt dat, hoewel dat inderdaad niet de voorgeschreven gang van zaken is, belanghebbende in deze bezwaarprocedure de gelegenheid heeft gekregen en benut om haar bezwaren toe te lichten en van bewijsstukken te voorzien. Een eventuele tekortkoming is daarmee hersteld. Omdat belanghebbende verder niet heeft aangevoerd welk nadeel zij door dit nalaten heeft gehad, laat de Commissie dit bezwaar verder buiten beschouwing. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren.
Toeslagjaren 2012 en 2013
De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat Belastingdienst/Toeslagen (hierna B/T) bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT voor de toeslagjaren 2012 en 2013 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt.
De terugvordering KOT over de toeslagjaren 2012 en 2013 was gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. Dat voorschot is door reguliere wijzigingen opnieuw berekend.
In toeslagjaar 2012 gaf belanghebbende een wijziging door in de opvanggegevens (productie 27). Deze wijziging is op een juiste wijze verwerkt door B/T, waardoor de KOT neerwaarts is bijgesteld.
In toeslagjaar 2013 is de KOT verlaagd naar aanleiding van een stopzetting. Belanghebbende voert aan dat zij de toeslag dat jaar niet zelf heeft stopgezet en dat sprake moet zijn geweest van een van een ‘zachte stop’, gelet op de naam van de betreffende productie en het feit dat de stopzetting telefonisch is doorgegeven (productie 16).
Tijdens de hoorzitting heeft de behandelend ambtenaar van UHT toegelicht dat sprake is van een reguliere stopzetting door belanghebbende. Belanghebbende heeft de KOT telefonisch stopgezet. Zij heeft toegelicht dat tijdens het opstellen van het bezwaardossier door een ambtenaar namen worden toegekend aan producties. De naam die is gegeven aan productie 16 is vermoedelijk onjuist.
Er zijn namelijk geen aanwijzingen dat sprake is geweest van een ‘zachte stop’.
De Commissie ziet op dit punt evenmin aanwijzingen dat sprake is geweest van een ‘zachte stop’.
De bijstellingen zijn in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. De Commissie heeft geen aanknopingspunten gevonden om hierover in het geval van belanghebbende anders te oordelen.
Er was ook geen onterechte kwalificatie O/GS, zodat er ook geen aanspraak is op een daarop gebaseerde vergoeding. De Commissie adviseert UHT daarom om dit onderdeel van het bezwaar ongegrond te verklaren
Toeslagjaren 2014 tot en met 2018
Belanghebbende stelt dat zij in 2014 een nieuwe aanvraag KOT heeft ingediend, maar dat hierover nooit een besluit is genomen. In het ouderverhaal heeft zij verklaard dat zij meerdere keren contact heeft opgenomen met B/T over deze aanvraag, maar dat de toeslag uiteindelijk niet is toegekend. Belanghebbende heeft verklaard dat zij in de jaren 2014 tot en met 2018 wel kinderopvang heeft afgenomen.
UHT stelt dat uit de KOI-viewer volgt dat belanghebbende in deze jaren kinderopvang heeft afgenomen (productie 28), maar dat niet blijkt dat er een aanvraag voor deze jaren is gedaan door belanghebbende. Daarnaast volgt ook niet uit de systemen dat een aanvraag is afgewezen, er bezwaar is ingediend of contact is geweest met B/T over de aanvraag. UHT stelt dat voor deze jaren geen sprake is van een aanvraag KOT.
De Commissie overweegt op dit punt als volgt. Nu uit de stukken niet blijkt en ook op geen andere wijze aannemelijk is geworden dat belanghebbende in deze jaren aanspraak heeft gemaakt op KOT, concludeert de Commissie dat zij voor deze jaren geen beroep kan doen op de Wet hersteloperatie toeslagen.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het bestreden besluit te herroepen, is er geen aanleiding een vergoeding van de proceskosten toe te kennen.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter