Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12945

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 16 maart 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 28 oktober 2025

Overdracht advies aan UHT: 4 november 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft 26 januari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de
    kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.
  • Op 30 april 2021 heeft UHT aangegeven dat belanghebbende op basis van de eerste lichte toets geen reden ziet voor het uitbetalen van € 30.000.
  • Op 6 maart 2023 heeft de Commissie van Wijzen (hierna: CvW) geoordeeld dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.
  • Bij beschikking van 16 maart 2023 heeft UHT besloten dat belanghebbende geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017.
  • Op 24 april 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend en op 25 maart 2024 de gronden van bezwaar aangevuld.
  • Op 4 juni 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
  • Op 28 oktober 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.

De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt volgens de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder waarvan aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelswijze van de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T).

In het bestreden besluit, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en
beoordelingsformulier heeft UHT uitgebreid beschreven welke zowel opwaartse als neerwaartse wijzigingen in de KOT hebben plaatsgevonden voor de afgewezen
toeslagjaren 2015 tot en met 2017. Het betreffen volgens UHT allen reguliere correcties die zijn gebaseerd op het aantal gewerkte uren van de toeslagpartner en de hoogte van het toetsingsinkomen. De beschreven wijzigingen worden ondersteund door de stukken in het bezwaardossier.

Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT onjuist te achten. De Commissie heeft geen aanknopingspunten kunnen vinden om te adviseren dat B/T bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van KOT voor de toeslagjaren 2015 tot en met 2017 institutioneel vooringenomen heeft gehandeld of dat het stelsel te hard heeft uitgewerkt. De terugvorderingen waren gebaseerd op de vaststelling dat er een te hoog voorschot was toegekend. De voorschotten zijn door reguliere wijzigingen opnieuw berekend en in overeenstemming met de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven in beginsel ook geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming. Hoewel de Commissie begrip heeft voor het feit dat belanghebbende een zeer moeilijke periode heeft doorgemaakt en dat het voorschotsysteem bij een flexibele arbeidsovereenkomst tot onduidelijkheden kan leiden, heeft zij wat betreft de KOT geen aanknopingspunten gevonden om hier in het geval van belanghebbende anders over te oordelen. Ook is geen sprake van een onterechte kwalificatie O/GS, zodat geen aanspraak is op een daarop
gebaseerde tegemoetkoming.

Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken,
waaronder de overzichten van het Landelijke Incasso Centrum (LIC) en de overige
producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met de door belanghebbende genoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie het bezwaar ongegrond acht, is er geen aanleiding voor een
proceskostenvergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Secretaris

Fungerend voorzitter