Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12929

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 15 maart 2023 (UHT-DCHA)

Hoorzitting: 16 september 2025 om 10:15 uur

Overdracht advies aan UHT: 19 september 2025

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift van 27 maart 2023 is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2017 en 2018.

Procesverloop

  • Bewindvoerder van belanghebbende heeft op 7 februari 2022 om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) gevraagd.
  • UHT heeft bij besluit van 28 juni 2022 aan belanghebbende meegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 1 maart 2023 aan UHT toegestuurd. De CvW heeft geadviseerd dat gedurende de betrokken jaren geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid of bijzondere omstandigheden.
  • UHT heeft bij bestreden besluit van 15 maart 2023 met kenmerk UHT-DCHA aan belanghebbende meegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de toeslagjaren 2017 en 2018.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 27 maart 2023 tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 25 maart 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Gemachtigde heeft op 15 september 2025 aanvullende bezwaargronden ingediend.
  • Op 16 september 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

Zorgvuldigheidsbeginsel

Belanghebbende meent dat bij de voorbereiding en totstandkoming van het besluit niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen.

De Commissie overweegt dat UHT de bestreden beslissing inderdaad niet uitvoerig heeft toegelicht, maar dat dit niet impliceert dat er van onzorgvuldigheid sprake is. De Commissie is van mening dat door middel van het indienen van het schriftelijke verweer, een uitgebreide uitleg met behulp van het informatie- en beoordelingsformulier, beschikkingen en overige producties, het bestreden besluit voldoende is onderbouwd. Op dit punt treft het bezwaar geen doel.

Geen compensatie

Belanghebbende stelt dat zij wel recht heeft op compensatie. Zij geeft aan in september 2018 de stopzetting niet te hebben gedaan omdat zij nog gebruik maakte van de kinderopvang.

De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over de toeslagjaren 2017 en 2018 sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) dan wel hardheid van het stelsel als bedoeld in de Wht. De (hoogte van de) terugvorderingen KOT zijn door UHT in de schriftelijke reactie nader onderbouwd en deze komen voort uit reguliere wijzigingen, waaronder de stopzetting met ingang van 1 mei 2018 waar B/T vanuit mocht gaan gelet op de feitelijke situatie. De bijstellingen zijn daarmee conform de wet uitgevoerd. Dergelijke bijstellingen geven, gelet op artikel 2.1, lid 1, onder b, Wht, in beginsel geen aanspraak op een zogenoemde hardheidstegemoetkoming en in het midden kan blijven welke persoon aan de B/T heeft doorgegeven dat belanghebbende geen recht meer had op voortzetten van de KOT. Hoewel de Commissie begrijpt dat belanghebbende het zwaar heeft gehad en zij daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van een vorm van kinderopvang, neemt dit niet weg dat over de periode waarbij belanghebbende gebruik heeft gemaakt van (de door de gemeente) gesubsidieerde kinderopvang, er geen recht bestaat op de KOT. De eigen bijdrage voor dergelijke opvang levert geen recht op KOT op.

Alles overwegend is de Commissie van oordeel dat belanghebbende niet in aanmerking voor compensatie op grond van de Wht.

De Commissie adviseert UHT daarom om het bezwaar ongegrond te verklaren.

Vergoeding proceskosten

Met betrekking tot de kosten van de rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure geldt dat, nu het bezwaar in de visie van de Commissie ongegrond is, de belanghebbende geen recht heeft op vergoeding.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter