BAC 2023-12902
Publicatiedatum 16-07-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluit: 2 maart 2023 (UHT-DH A)
Hoorzitting: 26 januari 2026 om 15:00 uur
Overdracht advies aan UHT: 10 maart 2026
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
Het door belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag, hierna het bestreden besluit.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) geen compensatie toegekend voor de jaren 2012 t/m 2014.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 4 april 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2013 en 2014. In overleg is ook het jaar 2012 herbeoordeeld.
- UHT heeft bij besluit van 30 april 2021 aan belanghebbende medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een betaling van €30.000,-.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft haar beoordeling van het verzoek van belanghebbende op 20 februari 2023 aan de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) toegestuurd. De CvW heeft geoordeeld dat de B/T zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de toeslagjaren 2012 t/m 2014.
- UHT heeft bij bestreden besluit aan belanghebbende medegedeeld dat zij geen recht heeft op compensatie voor de jaren 2012 t/m 2014.
- Belanghebbende heeft bij brief van 12 april 2023, ingekomen op 17 april 2023, tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 15 april 2025 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Op 26 januari 2026 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter en 2 commissieleden.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT terecht en op goede gronden is gekomen tot haar beslissing om het verzoek van belanghebbende om compensatie of tegemoetkoming af te wijzen.
Motiveringsbeginsel
Met de door UHT in bezwaar ingediende beschouwing en de overgelegde stukken − waaronder een uitgebreide uitleg met behulp van de Landelijke Incasso Centrum overzichten − en de overige producties, is in ieder geval thans geen sprake van strijd met het motiveringsbeginsel. De vraag of die strijd er wel was ten tijde van het bestreden besluit behoeft in dit geval geen beantwoording. Wat nader is onderbouwd en uiteengezet omtrent de motivering van het bestreden besluit leidt immers niet tot het herroepen daarvan.
De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt ongegrond te verklaren.
Afgewezen toeslagjaren
Bij het bestreden besluit heeft UHT beoordeeld dat belanghebbende over de toeslagjaren 2012 t/m 2014 geen recht heeft op compensatie op grond van vooringenomen handelen of hardheid van het stelsel. De Commissie overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat bij de toekenning, aanpassing of terugvordering van de KOT over deze jaren institutioneel vooringenomen handelen door de Belastingdienst/Toeslagen heeft plaatsgevonden, noch dat de situatie wijst op hardheid van het stelsel.
De terugvorderingen van KOT over deze jaren vloeien voort uit te hoge voorschotten die, op basis van reguliere wijzigingen (het aantal opvanguren, een gewijzigd toetsingsinkomen en informatie uit de KOI-viewer), opnieuw zijn berekend. Deze bijstellingen zijn conform de wet uitgevoerd. Hoewel verlagingen zijn vastgesteld die meer dan € 1.500 bedroegen, ontbreekt een bijzondere omstandigheid die duidt op hardheid van het stelsel. Voorts is geen onterechte opzet/grove schuld-kwalificatie toegepast, zodat ook op deze grond geen recht op compensatie bestaat.
De Commissie begrijpt dat belanghebbende dit graag anders had gezien, maar kan niet anders dan adviseren dat UHT het bezwaar ook op dit punt ongegrond verklaart.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar ongegrond te verklaren.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter