Ga direct naar de inhoud Ga direct naar de filters Ga direct naar de footer

BAC 2023-12883

Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen

Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)

Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende

Primair besluit: 7 februari 2023 (UHT-DCH ZV)

Hoorzitting: 14 november 2024 om 10:00 uur

Overdracht advies aan UHT: 21 november 2024

Samenvatting

De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar deels gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen.

Onderwerp van advies

Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.

Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 30.000 voor het jaar 2008.

Procesverloop

  • Belanghebbende heeft op 5 februari 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007, 2008 en 2009.
  • UHT heeft bij beschikking van 7 februari 2023 aan belanghebbende medegedeeld dat hij wel in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
  • UHT heeft bij de bestreden beschikking aan belanghebbende een compensatie toegekend voor een bedrag van € 14.428, vermeerderd met een aanvulling van €15.572 vanwege de Catshuisregeling.
  • Gemachtigde heeft bij brief van 10 maart 2023, ingekomen op 13 maart 2023, tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend.
  • UHT heeft op 11 juli 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
  • Op 14 november 2024 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
  • De Commissie, bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid, tweede commissielid, heeft het bezwaar van belanghebbende behandeld en het hierna volgende advies uitgebracht.

Ontvankelijkheid en algemene opmerkingen

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift ontvankelijk is.

Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit

De Commissie ziet zich gesteld voor de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.

Volledigheid dossier

Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb en artikel 5.2 leden 3 en 4 van de Wht heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke beschouwing van UHT d.d. 11 juli 2024 met de bijbehorende producties, waaronder ook de “Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen”, is op 2 oktober 2024 aan gemachtigde toegezonden. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende kennis kunnen nemen van de stukken die ten grondslag liggen aan het bestreden besluit en gelegenheid gehad om daarop te reageren.

De Commissie ziet in de concrete stellingname van belanghebbende en UHT geen aanleiding om aan te nemen dat in het beschikbaar gestelde dossier stukken zouden ontbreken die van enig belang zouden kunnen zijn geweest bij het door UHT genomen besluit. De Commissie acht het bezwaar daarom op dit onderdeel ongegrond.

Berekening Compensatie

Belanghebbende heeft gesteld dat de schadevergoeding op onjuiste wijze is berekend en dat de financiële en immateriële schade te laag is vastgesteld. UHT heeft in de schriftelijke reactie een gedetailleerde toelichting gegeven op de compensatieberekening.

2007

Bij gebreke aan andersluidende feiten en omstandigheden, volgt de Commissie UHT in het standpunt dat de KOT over toeslagjaar 2007 op reguliere wijze is vastgesteld. Het bezwaar op dit punt treft geen doel.

2008

Wat betreft de einddatum van de immateriële schadevergoeding overweegt de Commissie als volgt. UHT heeft de Commissie meegedeeld dat UHT het beleid toepast dat, indien een bezwaar (gedeeltelijk) gegrond is, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade - in afwijking van de Wht - zij als einddatum zal hanteren de datum van de beslissing op het bezwaar.

Omdat het bezwaar tegen de afwijzing van compensatie over het jaar 2009 hieronder gegrond wordt geacht, adviseert de Commissie UHT daarom dit beleid ook in dit geval toe te passen. De Commissie adviseert UHT het bezwaar gegrond te verklaren.

2009

In het onderhavige geval heeft UHT vooralsnog geoordeeld dat het bezwaar van belanghebbende tegen de afwijzing van compensatie over 2009 gegrond is. UHT licht toe dat belanghebbende toch een compensatie ontvangt over de terugvordering van 2009 vanwege te hard handelen. Er is in 2009 immers een bedrag uitbetaald aan de kinderopvanginstelling, welk bedrag niet ten goede is gekomen aan belanghebbende omdat er geen opvang is genoten, terwijl dit bedrag naderhand wel is teruggevorderd bij belanghebbende. De Commissie heeft ook geconstateerd dat belanghebbende dit bedrag niet heeft terugbetaald.

De Commissie adviseert UHT om het bezwaar op dit punt gegrond te verklaren conform de schriftelijke beschouwing van UHT en de compensatieberekening voor 2009, en alle daarmee verband houdende factoren, aan te passen.

O/GS 2007 en 2009

UHT heeft gemotiveerd dat voor belanghebbende geen O/GS is gesteld over beide jaren. Uit het bezwaardossier volgen ook geen andersluidende feiten of omstandigheden.

De Commissie adviseert UHT dit bezwaar ongegrond te verklaren.

Werkelijk geleden schade

De Commissie volgt UHT in het standpunt dat de forfaitaire schadevergoeding in deze bezwaarprocedure wordt vastgesteld op basis van de Wht en niet op basis van het leerstuk van de onrechtmatige daad conform het Burgerlijk Wetboek.

De Commissie overweegt dat deze bezwaarschriftprocedure alleen betrekking heeft op de toekenning van de standaard vergoedingen en niet op de vergoeding van de werkelijke schade. Hiervoor is de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna “CWS”) bestemd. Belanghebbende dient daarbij aannemelijk te maken dat hij als gevolg van de KOT problemen meer schade heeft geleden dan het forfaitair toegekende bedrag van €30.000. Gemachtigde heeft de Commissie ter zitting meegedeeld dat belanghebbende op 7 april 2023 een verzoek heeft ingediend bij CWS.

De Commissie acht dit bezwaar ongegrond.

Conclusie

Samengevat adviseert de Commissie om het bezwaar deels gegrond te verklaren en om:

  • de bestreden beschikking aan te passen conform de schriftelijke reactie van UHT;
  • een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste

[handtekening]

Secretaris

[handtekening]

Fungerend voorzitter