BAC 2023-12774
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Primair besluiten: 31 januari 2023 (UHT-O OGS B) 16 maart 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 7 februari 2025 om 13:15 uur
Overdracht advies aan UHT: 28 maart 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar gericht tegen de beschikking van 16 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en een proceskostenvergoeding toe te kennen. De Commissie adviseert voorts om het bezwaar gericht tegen de beschikking van 31 januari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren.
Onderwerp van advies
De door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschriften zijn gericht tegen de door UHT genomen definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag van 25 januari 2023, zoals gewijzigd op 16 maart 2023 en de definitieve beschikking tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS) van
31 januari 2023.
Aan belanghebbende is met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) compensatie toegekend voor een bedrag van € 64.512 voor de jaren 2007, 2008, 2009, 2012 en de periode januari tot en met juli 2014 en een O/GS-tegemoetkoming over 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 van € 5.937.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 17 augustus 2021 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) over de jaren 2007 tot en met 2014. Na overleg met gemachtigde zijn de jaren 2007 tot en met 2009 en de jaren 2011 tot en met 2017 opnieuw beoordeeld.
- UHT heeft bij beschikking van 27 november 2021 met kenmerk UHT-B DMB2 aan belanghebbende medegedeeld dat zij in aanmerking komt voor een betaling van € 30.000.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft op 28 november 2022, herzien op 10 februari 2023, geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) zich terecht op het standpunt stelt dat de compensatieregeling van artikel 2.1, eerste lid, van de Wht niet van toepassing is voor de jaren 2007, 2010, 2013, de periode augustus tot en met december van het jaar 2014 en de jaren 2015 tot en met 2017. Verder dient voor de terugvordering over het jaar 2013, de maanden augustus tot en met december van het jaar 2014 en de jaren 2015 tot en met 2017 een O/GS-tegemoetkoming te worden verleend.
- UHT heeft bij vooraankondiging van 28 december 2022 een compensatie van €59.754 berekend, inclusief de reeds toegewezen € 30.000.
- UHT heeft bij beschikking van 25 januari 2023 met kenmerk UHT-DCH aan belanghebbende over de jaren 2008, 2009, 2012 en de periode januari tot en met juli van 2014 een compensatie toegekend voor een bedrag van € 59.901.
- UHT heeft op 31 januari 2023 bij definitieve beschikking met kenmerk UHT-O OGS B aan belanghebbende een O/GS-tegemoetkoming van € 5.937 over de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 toegekend.
- UHT heeft op 16 maart 2023 een nieuwe beschikking met kenmerk UHT-DCH gegeven met een herziene compensatieberekening over de jaren 2007, 2008, 2009, 2012 en de periode januari tot en met juli van 2014 voor een bedrag van
€ 64.512. - Gemachtigde heeft bij brief van 24 april 2023, ingekomen op 25 april 2023, tegen deze laatste beschikking van 16 maart 2023 een bezwaarschrift ingediend.
- UHT heeft op 27 juni 2024 schriftelijk gereageerd op het bezwaarschrift.
- Belanghebbende heeft op 25 november 2024 een bezwaarschrift ingediend tegen de beschikking van 31 januari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B.
- Gemachtigde heeft bij e-mailbericht van 9 januari 2025 de gronden van haar bezwaar nader gepreciseerd.
- UHT heeft op 4 februari 2025 een aanvullende reactie gegeven op de aanvullende bezwaargronden van 9 januari 2025 en daarbij twee aanvullende documenten aangeleverd. Op 5 februari 2025 is het (volledige) LIC-overzicht voor het toeslagjaar 2012 nagezonden.
- Op 7 februari 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Van de hoorzitting is een verslag gemaakt, dat achter het advies is gevoegd.
- Dit advies wordt uitgebracht door de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat de bezwaarschriften ontvankelijk zijn.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en de bestreden besluiten
Procedurele bezwaren
Onvolledig dossier, persoonlijk dossier en equality of arms
Belanghebbende voert in bezwaar aan dat UHT handelt in strijd met het beginsel van equality of arms. In haar ogen wordt zij in haar procesbelang geschaad omdat ze niet de beschikking heeft over haar persoonlijk dossier en/of een volledig bezwaardossier en daardoor niet over de voor het voeren van bezwaar benodigde documenten beschikt.
De Commissie is een onafhankelijke bezwaarschriftenadviescommissie in de zin van artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Voor de procedure bij de Commissie gelden de procedurele waarborgen van de Awb en tegen beslissingen op bezwaar van UHT, zoals volgt op de adviezen van de Commissie, kan een belanghebbende rechtsmiddelen instellen bij de rechter.
Op grond van artikel 7:4 lid 2 Awb, heeft een belanghebbende voorafgaand aan de hoorzitting bij de Commissie recht op afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken. De schriftelijke beschouwing met de bijbehorende producties, waaronder ook de "Overzichten (uit)betalingen en/of verrekeningen toeslagen" (LIC-overzichten) zijn aan gemachtigde toegezonden op 28 oktober 2024. Daarnaast heeft UHT op 4 en 5 februari 2025 aanvullende stukken verstrekt. Hierdoor hebben gemachtigde en belanghebbende alsnog kennis kunnen nemen van stukken die ten grondslag liggen aan de bestreden besluiten en gelegenheid gehad om daarop te reageren. Voor zover ten aanzien van de vlak voor de zitting alsnog overgelegde documenten geoordeeld zou moeten worden dat deze zijn ingebracht met voorbijgaan aan de in artikel 7:4, lid 2, van de Awb bedoelde inzagetermijn, is niet gebleken dat belanghebbende, gelet op de door haar nadien ter zitting gegeven gegeven reacties, door deze gang van zaken in haar processuele belangen is geschaad. De namens belanghebbende in dit verband naar voren gebrachte bezwaren kunnen derhalve niet tot het door haar gewenste resultaat leiden.
Beoordeling compensatie toeslagjaren 2007 tot en met 2009 en 2012 tot en met 2017
De Commissie ziet zich, mede gelet op de nadere precisering van de bezwaren, gesteld voor de beantwoording van de vraag of UHT de toegekende compensatie op de juiste wijze heeft berekend.
Beoordeling stopzetting toeslagjaar 2009
Belanghebbende betwist dat zij de KOT voor het toeslagjaar 2009 per 5 juni 2009 heeft stopgezet en stelt dat de stopzetting getuigt van vooringenomenheid.
UHT heeft ter zitting, verwijzend naar het bijbehorende xml-bestand, aangevoerd dat de melding van de desbetreffende stopzetting zodanig is opgezet dat alleen de ouder, of een door de ouder gemachtigde derde, deze wijziging kon registreren. Bovendien heeft UHT gesteld dat, gezien de Leverancierscode (LevCode) 'WBKV' in de melding, de stopzetting door of namens belanghebbende is uitgevoerd. De Commissie ziet bij deze stand van zaken dan ook onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat de stopzetting het gevolg is van vooringenomen handelen door B/T. Derhalve ziet de Commissie geen aanleiding om de beslissing van UHT met betrekking tot de reeds verleende compensatie voor het toeslagjaar 2009 op basis van vooringenomenheid te herzien.
Beoordeling forfaitaire compensatieberekening 2007 tot en met 2009, 2012 en de maanden januari tot en met juli van 2014
Tussen partijen is niet in geschil en ook voor de Commissie staat vast dat de B/T over de toeslagjaren 2007 tot en met 2009, 2012 en de maanden januari tot en met juli van toeslagjaar 2014 institutioneel vooringenomen jegens belanghebbende heeft gehandeld. UHT heeft ter compensatie op grond van de Wht een bedrag van € 64.512 toegekend.
In haar schriftelijke beschouwing van 27 juni 2024 heeft UHT vastgesteld dat de berekening van onderdeel o) (de rentevergoeding over gemiste KOT) onjuist is.
De correctie leidt tot gewijzigde bedragen van respectievelijk €1.366, €6.333, €2.525, €5.066 en €1.055 voor de toeslagjaren 2007 tot en met 2009, 2012 en de maanden januari tot en met juli van toeslagjaar 2014.
UHT acht het bezwaar op deze punten gegrond en zal de compensatieberekening dienovereenkomstig aanpassen in de beslissing op bezwaar. De Commissie neemt hiervan met instemming kennis.
De commissie heeft verder rekening gehouden met de schriftelijke reactie van UHT van 4 februari 2025. Hierin erkent UHT dat de startdatum van de vergoeding voor immateriële schade onjuist is vastgesteld, zodat niet 28 oktober 2013, maar
24 december 2010 als startdatum moet worden genomen.
De Commissie adviseert UHT om, in lijn met het beleid van UHT in gevallen waarin het bezwaar (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, bij de berekening van de vergoeding voor immateriële schade (onderdeel n) - in afwijking van de Wht - als einddatum de datum van de beslissing op bezwaar zal worden gehanteerd. Daarnaast adviseert de Commissie om de aanvullende vergoeding van 1% over het subtotaal (onderdeel p) in de compensatieberekening eveneens aan te passen in de beslissing op bezwaar.
Aan de hand van de gronden van bezwaar en uitgaande van deze aanpassingen geven de LIC- en andere overzichten geen aanwijzingen dat UHT de compensatie wegens vooringenomenheid onjuist heeft berekend.
Beoordeling O/GS-tegemoetkoming 2013 tot en met 2017
Over het bezwaar tegen de tegemoetkoming van de door UHT op 31 januari 2023 toegewezen compensatie voor de onterechte O/GS-kwalificatie over de jaren 2013 tot en met 2017 overweegt de Commissie het volgende.
Het door B/T in totaal teruggevorderde bedrag op grond van de onterechte kwalificatie O/GS bedroeg over deze jaren € 23.271 (productie 64). Aangezien belanghebbende voor het toeslagjaar 2014 reeds over de maanden januari tot en met juli wegens vooringenomenheid is gecompenseerd, dient voor dat jaar een pro-rata O/GS-tegemoetkoming te worden toegepast. Dit betekent dat het uitgangsbedrag voor de O/GS-tegemoetkoming uitkomt op € 19.780. Op grond van het tweede lid van artikel 2.6 Wht, bedraagt de O/GS-tegemoetkoming 30% van het ten onrechte teruggevorderde bedrag. Terecht is dan ook de tegemoetkoming door UHT vastgesteld op € 5.937. Nu uit de gronden van bezwaar niet blijkt waarom deze vaststelling niet juist zou zijn adviseert de Commissie UHT dit bezwaaronderdeel ongegrond te verklaren.
Zorgvuldigheid- en motiveringsbeginsel
Aangezien de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH niet in stand kan blijven, zoals volgt uit het voorgaande, staat vast dat de totstandkoming onvoldoende zorgvuldig is geweest en de motivering bij beslissing op bezwaar moet worden verbeterd.
Proceskostenvergoeding
Nu het bezwaar naar de mening van de Commissie, de hiervoor geformuleerde eerste vraag deels ontkennend beantwoordend, gedeeltelijk gegrond is en leidt tot herroeping van de bestreden beschikking met kenmerk UHT-DCH, adviseert de Commissie om de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in deze bezwaarprocedure toe te wijzen. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht heeft belanghebbende recht op een forfaitaire vergoeding op basis van 2 procespunten (gegrond bezwaarschrift en verschijnen hoorzitting) met een wegingsfactor 2. Net als in eerdere zaken adviseert de Commissie daarbij de hoogste vergoeding per procespunt toe te kennen.
Conclusie en advies
Samengevat adviseert de Commissie aan UHT om het bezwaar tegen de beschikking van 16 maart 2023 met kenmerk UHT-DCH gedeeltelijk gegrond te verklaren en om:
- de, ingevolge de Wht samenhangende, vergoedingen opnieuw te berekenen met inachtneming van dit advies, en daarbij, conform het door UHT zelf op dit punt gehanteerde beleid, de einddatum van de daarvoor in aanmerking vergoedingen vast te stellen op de datum tot aan de dagtekening van de beslissing op bezwaar en het bestreden besluit in zo verre te herroepen;
- het bezwaar tegen de beschikking van 31 januari 2023 met kenmerk UHT-O OGS B ongegrond te verklaren;
- een vergoeding van de proceskosten voor de onderhavige bezwaarprocedure toe te kennen van twee procespunten met wegingsfactor twee voor het hoogste tarief.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter