BAC 2023-12755
Publicatiedatum 05-02-2026
Advies van de Bezwaarschriftenadviescommissie hersteloperatie toeslagen
Aan: Belastingdienst/Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (hierna: UHT)
Betreft: het bezwaarschrift van belanghebbende
Herzien besluit: 6 maart 2023 (UHT-DCH)
Hoorzitting: 8 juli 2025
Overdracht advies aan UHT: 6 november 2025
Samenvatting
De Bezwaarschriftenadviescommissie (hierna: de Commissie) adviseert UHT om het bezwaar ongegrond te verklaren en geen proceskostenvergoeding toe te kennen.
Onderwerp van advies
Het door gemachtigde namens belanghebbende ingediende bezwaarschrift is gericht tegen het, met toepassing van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht), door UHT op 6 maart 2023 genomen (herziene) besluit compensatie kinderopvangtoeslag.
Met dit herziene besluit is aan belanghebbende een compensatiebedrag van €3.126 toegekend voor de toeslagjaren 2013 en 2014.
De Belastingdienst/Toeslagen (hierna: B/T) heeft fouten gemaakt bij de beoordeling van de kinderopvangtoeslag voor deze toeslagjaren. Het bedrag is op grond van de Catshuisregeling aangevuld tot € 30.000. Compensatie voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 is afgewezen.
Procesverloop
- Belanghebbende heeft op 30 januari 2020 verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag (hierna: KOT) van de toeslagjaren 2009 en 2013. Later is in overleg met belanghebbende de herbeoordeling uitgebreid naar de toeslagjaren 2008 tot en met 2014.
- Bij beschikking van 23 februari 2021 heeft UHT op basis van de eerste lichte toets € 30.000 aan belanghebbende toegekend.
- De Commissie van Wijzen (hierna: CvW) heeft driemaal een advies uitgebracht. Hieruit volgt dat de compensatieregeling en de hardheidscompensatie niet van toepassing zijn op de toeslagjaren 2008 tot en met 2012.
- Op 6 maart 2023 heeft UHT met een (herziene) beschikking het definitieve compensatiebedrag voor de toeslagjaren 2013 en 2014 vastgesteld op € 3.126. Compensatie voor de toeslagjaren 2008 tot en met 2012 is afgewezen.
- Op 7 maart 2023 heeft UHT aan belanghebbende een tegemoetkoming opzet/grove schuld (hierna: O/GS-tegemoetkoming) van € 1.518 toegekend voor de toeslagjaren 2008 en 2009. Omdat het bedrag lager is dan het surplus van de Catshuisregeling, wordt geen extra bedrag uitbetaald.
- Op 14 april 2023 heeft gemachtigde een bezwaarschrift ingediend tegen de herziene beschikking van 6 maart 2023. Op 23 mei 2024 heeft belanghebbende de gronden van bezwaar aangevuld.
- Op 3 maart 2025 heeft UHT een schriftelijke beschouwing ingediend.
- Op 12 maart 2015 heeft gemachtigde de gronden van bezwaar verder aangevuld.
- Op 8 juli 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Het hoorverslag is bij dit advies gevoegd.
- De Commissie bestaande uit de voorzitter, eerste commissielid en tweede commissielid, heeft dit advies behandeld.
Ontvankelijkheid
Niet in geschil is dat het bezwaar ontvankelijk is.
Overwegingen ten aanzien van de bezwaren en het bestreden besluit
Het bezwaar richt zich enkel tot de afgewezen toeslagjaren 2008 en 2009. Omdat UHT in de schriftelijke beschouwing heeft aangegeven dat er onjuiste bedragen in de compensatieberekening zijn gehanteerd, zal de Commissie hier ook een overweging aan wijden.
Onjuistheden compensatieberekening
UHT heeft in de schriftelijke beschouwing aangegeven dat de compensatieberekening niet klopt. Voor toeslagjaar 2014 is component f van de compensatieberekening onterecht te laag vastgesteld. Component f betreft het verschil tussen component b en de later alsnog ontvangen KOT en wordt van het compensatiebedrag afgetrokken. Het bedrag had € 119 moeten zijn in plaats van €111. Daarnaast is de rentevergoeding over de gemiste KOT (component o van de compensatieberekening) verkeerd berekend. Voor toeslagjaar 2013 had dit € 539 moeten zijn in plaats van € 569 en voor 2014 € 30 in plaats van € 38.
De onjuistheden vallen steeds uit in het voordeel van belanghebbende en UHT zal het compensatiebedrag niet aanpassen.
De Commissie overweegt dat de overige bedragen in de compensatieberekening zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens die UHT tot haar beschikking had.
De bedragen zijn afkomstig van onder meer de voorschotbeschikkingen en definitieve beschikkingen. De Commissie is van oordeel dat met het indienen van de schriftelijke reactie, de overzichten van het Landelijk Incasso Centrum (hierna: LIC-overzichten) en de overige producties, de compensatieberekening voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand gekomen.
Afgewezen toeslagjaren 2008 en 2009
Gemachtigde stelt dat voor toeslagjaar 2008 destijds onterecht de afgenomen opvang in de maand juli niet is meegenomen. Voor toeslagjaar 2009 betwist belanghebbende dat zij de KOT zelf heeft stopgezet voor de maanden september en oktober. Daarnaast heeft belanghebbende destijds doorgegeven dat zij en haar ex-partner al in juli 2008 uit elkaar zijn gegaan. Uit het bezwaardossier blijkt dat er verschillende data worden gehanteerd waarop belanghebbende en haar ex-partner uit elkaar zijn gegaan. Omdat dit destijds niet is nagevraagd door B/T, is volgens gemachtigde sprake van vooringenomenheid.
UHT heeft gesteld dat uit het bezwaardossier blijkt dat de terugvorderingen voor beide toeslagjaren reguliere wijzigingen betreffen naar aanleiding van gegevens die belanghebbende zelf heeft doorgegeven. Voor toeslagjaar 2008 is de afgenomen opvang in juli 2008 wel meegenomen in de definitieve vaststelling van de KOT voor toeslagjaar 2008. De terugvordering was gelegen in de omstandigheid dat er minder opvanguren waren afgenomen tegen een lager opvangtarief dan in eerste instantie was doorgegeven. Voor toeslagjaar 2009 is de KOT conform de door belanghebbende op 15 september 2010 toegestuurde jaaropgaven beschikt (productie 38). Uit de door belanghebbende toegestuurde jaaropgaven blijkt niet dat in de maanden september en oktober 2009 opvang is afgenomen. Tevens blijkt uit de productie 83 dat belanghebbende op 6 januari 2010 de KOT per 31 augustus 2009 heeft stopgezet. Uit productie 84 blijkt dat belanghebbende op 8 januari 2010 de KOT per 16 november 2009 weer heeft laten ingaan. Met betrekking tot de ex-partner stelt UHT dat B/T zijn toetsingsinkomen vanaf 1 november 2008 niet meer heeft meegerekend.
Uit het bezwaardossier blijkt dat belanghebbende zelf op 3 november 2008 heeft doorgegeven dat ze per 1 september 2008 is gescheiden en zij en haar ex-partner per 4 november 2008 niet meer samenwonen. Volgens UHT mocht B/T uitgaan van deze informatie.
De Commissie overweegt als volgt. Voor compensatie komt, ingevolge het bepaalde in de Wht, kortweg, in aanmerking de ouder van wie aannemelijk is dat de vaststelling van zijn of haar aanspraak op KOT in enig jaar onderdeel is geweest van hardheid of van een institutioneel vooringenomen handelswijze van B/T.
In het bestreden besluit, de schriftelijke beschouwing en het informatie- en beoordelingsformulier is voor de toeslagjaren 2008 en 2009 uitgebreid beschreven welke neerwaartse en opwaartse wijzigingen in KOT hebben plaatsgevonden. Het betreffen alle reguliere correcties die zijn gebaseerd op door belanghebbende doorgegeven wijzigingen in het aantal opvanguren en tarieven en de hoogte van het (gezamenlijke) toetsingsinkomen. Voorts blijkt uit het dossier dat belang-hebbende zelf heeft aangegeven dat zij per 1 september 2008 is gescheiden en per 4 november 2008 niet meer samenwoont met haar ex-partner.
Gelet op vorenstaande is er naar het oordeel van de Commissie geen reden het advies van de CvW en het standpunt van UHT met betrekking tot de afgewezen toeslagjaren onjuist te achten. De Commissie is verder van oordeel dat met het indienen van het schriftelijke verweer, de LIC-overzichten en de overige producties, het bestreden besluit ten aanzien van de afgewezen toeslagjaren 2008 en 2009 voldoende is onderbouwd en zorgvuldig tot stand is gekomen. De Commissie acht de bezwaren op dit punt ongegrond.
De Commissie overweegt verder dat de Wht is bedoeld voor herstel van vooringenomen handelen, hardheid of een onterechte kwalificatie opzet/grove schuld (hierna: O/GS) en niet ziet op de herziening van definitieve KOT beschikkingen. Een beoordeling daarvan valt dus buiten de reikwijdte van de Wht.
Proceskostenvergoeding
Nu de Commissie niet adviseert het primaire besluit te herroepen, is er geen aanleiding voor vergoeding van de proceskosten.
Conclusie
Samengevat adviseert de Commissie om het bestreden besluit niet te herroepen en het verzoek om proceskostenvergoeding af te wijzen.
[handtekening]
Secretaris
[handtekening]
Fungerend voorzitter